Een mooie aanvulling op mijn blog van 6 januari:
Rabbi Martin Lockshin bespreekt het opvallende feit dat de Tien Geboden in Exodus en Deuteronomium niet identiek zijn, en dat vooral het Sabbatgebod sterk verschilt tussen de twee versies. In Exodus begint het gebod met “Remember the sabbath day” (זכור), terwijl Deuteronomium zegt “Observe the sabbath day” (שמור). Ook de motivatie verschilt: Exodus verbindt de sabbat met Gods schepping, terwijl Deuteronomium de nadruk legt op sociale rechtvaardigheid en de herinnering aan de slavernij in Egypte.
Lockshin laat zien hoe verschillende tradities en commentatoren met deze discrepanties omgaan. Chazal (de klassieke rabbijnse commentaren) probeerden de verschillen te harmoniseren. Een midrasj stelt dat “Remember” en “Observe” tegelijkertijd werden uitgesproken door God — bedibbur echad ne’emru — iets dat “geen mond kan uitspreken en geen oor kan horen” (zoals Lockshin zegt: “in a way that no [human] mouth is capable of pronouncing”). Een andere versie van dezelfde midrasj (Mechilta) is minder miraculeus en zegt alleen dat schijnbare tegenstrijdigheden in de Tora niet problematisch hoeven te zijn, omdat halacha ze kan harmoniseren.
De pashtanim (de middeleeuwse commentaren) zoeken geen bovennatuurlijke verklaringen, maar proberen de tekst zelf te begrijpen.
Rashbam’s uitleg is grotendeels verloren, maar uit zijn commentaar op Deut. 5:12 blijkt dat hij Deuteronomium ziet als Mozes’ herformulering van de oorspronkelijke woorden uit Exodus. Moses verwijst volgens hem bewust naar Exodus en past de formulering aan voor zijn eigen toespraak.
Ibn Ezra verwerpt de midrasjische oplossing expliciet: het is onmogelijk dat twee verschillende teksten tegelijk zijn uitgesproken. Hij stelt dat de versie in Exodus de oorspronkelijke is, en dat Moses in Deuteronomium de woorden bewust heeft veranderd. Zijn radicale stelling: woorden zijn niet belangrijk, betekenis wel. Zoals hij zegt: “wise people… preserve the meaning… and are unconcerned about changes in wording”. Woorden zijn het lichaam, betekenis is de ziel.
Nahmanides (Ramban) valt Ibn Ezra scherp aan: iemand die “niet gewend is aan Talmud” kan zoiets zeggen. Voor Ramban zijn woorden juist heilig en betekenisvol; halacha wordt immers uit precieze formuleringen afgeleid. Ook de Maharal van Praag verwerpt Ibn Ezra’s visie en noemt zijn uitleg “wind in zijn handen”.
Lockshin sluit af met de observatie dat sommige moderne lezers de miraculeuze midrasj mooi vinden, terwijl anderen de rationele benadering van Ibn Ezra prefereren. Wat hem vooral interesseert, is Ibn Ezra’s moed om te zeggen dat tegenstrijdigheden in de Tora niet bedreigend hoeven te zijn. Zoals het document zegt: “contradictions in the Torah… should not overly trouble us.”
De oorspronkelijke tekst vind je hier:
https://www.thetorah.com/article/the-existence-of-two-versions-of-the-decalogue