Proportionaliteit in Gaza gaat niet over aantallen

Hoe vaak horen we het niet? Israëls reactie op Hamas-terreur van 7 oktober 2023 is overdreven, gaat te ver, wraak is allang genomen en nu moet een beschaafde staat ermee ophouden. Er is immers een disproportie tussen het aantal slachtoffers in Israël (1250 plus 250 gijzelaars) en in Gaza (meer dan 40.000 in de telling van Hamas). Het beginsel van proportionaliteit is echter een juridisch beginsel dat niet simpelweg aantallen slachtoffers vergelijkt, omdat het gaat om het recht van zelfverdediging tegenover toekomstige aanvallen. Het is dus b.v. van belang te overwegen dat Hamas ook in de toekomst terreurdaden wil plegen, zoals in 2023. Hoe moeten we dit beginsel dan begrijpen?

Het principe van proportionaliteit in het internationaal recht vormt een essentieel aspect van de limieten aan de zelfverdediging, maar wordt vaak verdraaid in lawfare-campagnes tegen Israël. In veel discussies wordt proportionaliteit ten onrechte voorgesteld als een kwestie van symmetrie in geweld, waarbij de nadruk ligt op een vergelijkbaar aantal slachtoffers aan beide zijden. Dit is echter een simplistische en juridisch incorrecte benadering. In werkelijkheid draait proportionaliteit om het nemen van noodzakelijke maatregelen om een voortdurende en toekomstige dreiging af te wenden. Voor Israël betekent dit dat het land zich moet beschermen tegen existentiële dreigingen en niet enkel een gelijkwaardige militaire respons hoeft te leveren.

Het principe van proportionaliteit stelt dat staten het recht hebben om niet alleen lopende aanvallen af te slaan, maar ook om toekomstige dreigingen te voorkomen. Dit is bevestigd door precedenten zoals de Amerikaanse reactie op de aanslagen van 9/11. Israël mag zich dus strategisch richten op doelen die de dreiging vormen, zoals de militaire infrastructuur van vijandelijke actoren, om hernieuwde aanvallen te voorkomen. Dit standpunt is juridisch onderbouwd en historisch erkend.

Een veelvoorkomend misverstand is dat de proportionaliteitsdiscussie vooral draait om een vergelijking van slachtofferaantallen. Critici van Israël stellen vaak dat een hoger aantal Palestijnse slachtoffers automatisch zou wijzen op disproportioneel geweld, terwijl dit niet de juiste juridische maatstaf is. Het simpelweg vergelijken van cijfers zonder de strategische en operationele context te begrijpen, leidt tot een verkeerde interpretatie van proportionaliteit. Deze statistische benadering is misleidend en negeert het doel van dit internationale rechtsprincipe.

Israël neemt vergaande maatregelen om de proportionaliteitsregels na te leven. De Israëlische Defensiemacht (IDF) hanteert strikte procedures, waarbij de juridische eenheid “Dabla” iedere aanval moet goedkeuren op basis van internationale wetgeving. Daarnaast probeert Israël zijn militaire operaties toe te lichten aan het publiek, onder andere via sociale media, om transparantie te bevorderen en aan te tonen dat de aanvallen voldoen aan het internationaal recht.

Maar wanneer voldoet een militaire actie nu aan het beginsel van proportionaliteit? 

Het bepalen of een militaire actie noodzakelijk en proportioneel was, blijft uiterst complex en onzeker. Er is een beroemde Clausewitziaanse uitspraak over de “mist van oorlog”, die zeggen wil dat de realiteit van conflicten vaak chaotisch en moeilijk te beoordelen is. Beeldvorming en media-aandacht spelen een grote rol in hoe proportionaliteit wordt beoordeeld. Tragische beelden van conflicten beïnvloeden vaak de publieke opinie sterker dan diepgaande juridische analyses, waardoor er een vertekend beeld kan ontstaan van de rechtmatigheid van bepaalde militaire operaties. Het veelgebruikte emotionele argument in talkshows – ik zag dode kinderen op de straat van Gaza – is daarvan een voorbeeld. De observatie wordt altijd in een simplistische logica gevat:

(1) Dode kinderen zijn burgerslachtoffers,

(2) Ze zijn gedood door Israëlische soldaten;

(3) Israël is dus verantwoordelijk voor kindermoord.

Kan dit vanuit onze leunstoel nu, ondanks de “fog of war”, simpel worden vastgesteld? Als het antwoord “nee” is, dan zijn deze kanttekeningen terecht: (1) Voor ons zijn kinderen jongeren tot 18 jaar, maar in Hamas strijden soms veel jongere kinderen, al dan niet gedwongen, met de terroristen mee.  En of ze zijn gedood (2) door Israëlische soldaten zal toch ook moeten worden vastgesteld. De bewering alleen is niet genoeg. Zijn het kinderen die door Hamas gedwongen werden in een gebouw te blijven nadat het IDF ze had gewaarschuwd daaruit te vertrekken bij een aangekondigde aanval? De verantwoordelijkheid van Israël (3) staat dus lang niet altijd vast.

Daarnaast moet worden erkend dat Israël dit principe weliswaar in acht neemt, maar dat  terroristische organisaties zoals Hamas zich er niet aan houden. Hamas heeft herhaaldelijk bewezen geen onderscheid te maken tussen militaire en civiele doelen en schendt daarmee een fundamenteel principe van het internationaal humanitair recht. Door opzettelijk Israëlische burgers aan te vallen met raketaanvallen en mortieren, maakt Hamas zich schuldig aan ernstige juridische overtredingen.

Je moet dus wel concluderen dat het proportionaliteitsprincipe in de juridische oorlog tegen Israël verkeerd wordt toegepast. In plaats van de chaos in elke oorlog en de juridische realiteit te erkennen, wordt de discussie vaak verengd tot een simplistische en misleidende vergelijking van slachtoffers aan beide kanten. Met als extra moeilijkheid het feit dat Hamas geen onderscheid maakt tussen combattanten en burgers, en de slachtoffers in Gaza door Hamas ook meetelt. Israël streeft ernaar – omdat het IDF moet functioneren binnen een democratie die verantwoording eist – zich aan het internationaal recht te houden en gebruikt proportionele middelen om zichzelf te verdedigen tegen voortdurende en existentiële dreigingen, terwijl zijn vijanden deze principes simpelweg negeren. Hamas is echter geen normale regering, maar een mafia-achtig kankergezwel in de Gazaanse samenleving, wat het zinloze voortzetten van de oorlog allang heeft gedemonstreerd.

Dit bericht is geplaatst in Jodendom. Bookmark de permalink.