Paulus als grensgeval: waarom hij telkens weer uit het Jodendom valt

De apostel Paulus blijft me intrigeren. Iedere poging om hem binnen het jodendom te houden — hoe goedbedoeld, hoe historisch verfijnd ook — eindigt vroeg of laat in een paradox. Ik durf ook niet meer met zekerheid te zeggen waar je hem plaatsen moet. Leo Baeck zag dat al: Paulus, zegt hij, is een Jood die het Jodendom niet kan verdragen. Niet omdat de Wet te zwaar is, maar omdat hij zelf te zwaar is voor de Wet. Zijn religieuze temperament is explosief, romantisch, hunkerend naar een totale verlossing die geen enkele halachische structuur kan tolereren. Baeck zegt het niet zo rechtstreeks, maar het ligt in zijn analyse besloten: Paulus is de man die de Wet niet breekt, maar door zijn eigen innerlijke breuk de Wet tot een breuk maakt. Wie hem Joods wil houden, moet hem psychologisch transformeren.

De Oostenrijks-Joodse filosoof Günther Anders – die eigenlijk geen enkel woord aan Paulus heeft gewijd –  zou dat onmiddellijk herkennen. Voor Anders is de mens een wezen dat voortdurend tekortschiet tegenover zijn eigen mogelijkheden. Paulus is vanuit dat perspectief dan de eerste moderne mens: iemand die zijn eigen ontoereikendheid tot kosmische proporties opblaast. De Wet wordt bij hem niet een weg tot leven, maar een spiegel van existentiële mislukking. En wie dat serieus neemt, kan Paulus onmogelijk binnen het jodendom houden zonder het jodendom zelf te herdefiniëren tot een religie van structurele wanhoop. Dat is precies de prijs die geen enkele Joodse denker wil betalen — en terecht. Anders maakt zichtbaar wat Baeck impliciet laat: Paulus’ crisis is niet Joods, maar universeel-menselijk, en juist daardoor on-Joods. De Wet is bij Paulus niet te zwaar omdat zij Joods is, maar omdat zij menselijk is. En dat is een theologische verschuiving die geen enkele rabbijn kan accepteren.

Dan komt James Dunn, die met de New Perspective probeert de schade te herstellen. Hij wil Paulus terugbrengen in het jodendom van de eerste eeuw, waar de Wet geen ladder naar de hemel was, maar een teken van verbond en identiteit. Dunn heeft gelijk dat Paulus het jodendom als zodanig niet bestrijdt – dat jodendom zou dan alleen maar een karikatuur zijn geweest. Maar zijn poging om Paulus weer “Joods” te maken, werkt alleen zolang je Paulus’ eigen woorden met een zekere hermeneutische welwillendheid leest. Dunn moet voortdurend corrigeren, nuanceren, herformuleren. Hij moet Paulus uitleggen tegen Paulus in. Dat is geen historische reconstructie meer, maar een reddingsoperatie. Dunn wil Paulus Joods houden, maar hij moet hem daarvoor temmen — en een getemde Paulus is geen Paulus meer.

En dan is er Mark Nanos, de meest radicale van allemaal. Nanos weigert Paulus buiten het jodendom te plaatsen. Voor hem is Paulus een Jood die uitsluitend met heidenen bezig is, en die de Wet niet afschaft, maar beschermt tegen misbruik door niet-Joden. Het is een briljante, consequente en soms bijna wanhopige poging om Paulus te redden uit de handen van de kerkgeschiedenis. Maar de prijs is hoog: Nanos moet Paulus’ meest explosieve uitspraken herlezen als pastorale strategie, retorische overdrijving, of misbegrepen ironie. Hij moet de brieven voortdurend herschikken, contextualiseren, neutraliseren. Het resultaat is indrukwekkend, maar het laat ook iets zien wat Nanos zelf niet wil toegeven: hoe hard je moet werken om Paulus binnen het jodendom te houden. Hoe onnatuurlijk het voelt. Hoezeer de tekst zich verzet.

Want dat is de kern van de polemiek: Paulus is een grensgeval. Hij is Joods in afkomst, taal, symboliek, en zelfbegrip — maar zijn theologische beweging is centrifugaal. Hij draait weg van de Wet, niet omdat hij haar haat, maar omdat hij haar niet langer theologisch kan handhaven naast het nieuwe inzicht in de Messiaanse status van Jezus. Hij universaliseert de Messias, niet omdat hij het jodendom wil verlaten, maar omdat zijn innerlijke crisis hem dwingt tot een kosmische oplossing. Hij blijft Jood, maar zijn denken explodeert buiten de Joodse kaders. En wie hem binnen die kaders wil houden, moet ofwel Paulus veranderen, ofwel het jodendom.

Daarom is het zo moeilijk — misschien zelfs onmogelijk — om Paulus als deel van het jodendom te blijven zien. Niet omdat hij het jodendom verlaat, maar omdat hij het oprekt tot het punt waarop het scheurt. Baeck ziet de scheur als psychologisch, Anders als antropologisch, Dunn als historisch, Nanos als exegetisch. Maar de scheur blijft. En misschien is dat precies wat Paulus tot Paulus maakt: een Jood die het Jodendom niet verlaat, maar er ook niet binnen blijft. Een grensfiguur die alleen te begrijpen is als je erkent dat hij op de grens staat, en dat je twee kanten op kunt met hem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Paulus. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *