Jannica de Prenter over lectio Divina – KLIVE! Audio 11 december 2020

In deze voorlaatste aflevering van Koinonia Bijbelstudie Live! Audio hebben we een vraaggesprek met dominee Jannica de Prenter uit Brugge over de zogenaamde Lectio Divina. Een Bijbelleesmethode uit de eerste tijd van de kerk.

We bespreken de vier onderdelen van deze methode van lezen: (1) de lezing of lectio; (2) de persoonlijke overdenking of meditatio; (3) het gebed of de oratio en (4) de overweging of contemplatio. Dat alles ingebed in een liturgie. We vergelijken deze methode met de normale wijze van Bijbelstudie. Gaat het om de strijd van het verstand met het hart?

We praten ook nog over de geschiedenis van de Hebreeuwse taal, en ten slotte wijdt Henneke nog een aantal opmerkingen aan de presentatie van de Lectio Divina.

Waar komt het woord demon eigenlijk vandaan?

“Daimoon”  of demon is in de eerste plaats het Griekse woord voor een geestelijk wezen. Het wordt gebruikt om een godheid aan te duiden maar heeft ook een meer filosofische betekenis – zoals bij Plato de innerlijke stem die oordeelt voorbij het verstandelijke, een personificatie van de intellectuele intuïtie. De meest oorspronkelijke betekenis van het woord is zoiets als verstoring, uit elkaar halen. Langs die lijn wordt een demon iets wat het lichaam verteert.

Demon betekent dus zoiets als “goden.” Een onbekende, onzichtbare en bovenmenselijke oorzaak is aan het werk, en dan noemen we dat een demonische activiteit en daarmee wordt het een woord voor alles wat een mens overweldigt: het toeval, de dood, of een goed of slecht noodlot. Vandaar dat het ook de specifieke betekenis kan hebben van een beschermende godheid. Zo is er zelfs een tekst die spreekt over het ontstaan van een nieuwe demon aan het begin van de huwelijksnacht. Als een beschermende godheid van lagere rang dus.

In de filosofische systemen van de klassieke tijd , wordt steeds meer benadrukt dat de wereld een kosmos, een ordelijk geheel is, waarin onpersoonlijke krachten en onzichtbare machten werkzaam zijn. Maar die gedachte werd niet helemaal doorgevoerd. Het begrip demon krijgt daarom een kleine wending. Geleidelijk aan worden demonen gezien als persoonlijke wezens, die tussen de abstracte kosmische machten en de mensen in werkzaam zijn. Het is met name het volksgeloof dat tot deze nadere definitie van demonen geleid heeft.

Dit idee van demonen als tussenwezens werd na verloop van tijd steeds meer uitgewerkt. Verschillende klassen van demonen werden onderscheiden. De demonen werden gezien als de boodschappers tussen de goden en de mensen. Zo zegt Plato: “al het demonische staat tussen God en de sterveling in. Zij vertalen het menselijke in de richting van de goden en het goddelijke in de richting van de mensen; dat gebeurt in de gebeden en de offers.”

De demonen als goddelijke tussenwezens hebben drie bijzondere kenmerken:

  • Demonen worden vooral gezien in samenhang met magie en bezweringen.
  • Demonen worden gezien als heersers over het menselijk lot, en worden steeds vaker verbonden met noodsituaties en ongeluk.
  • In veel filosofische systemen wordt het populaire geloof opgenomen, dat demonen bezit kunnen nemen van mensen.

Buitengewone verschijnselen in de menselijke geest of in het lichaam worden in het volksgeloof toegeschreven aan inwonende half-goden. Die goden worden dan vaak met de term demon aangeduid. Soms wordt er gezegd dat kwaadaardige demonen de vorm kunnen aannemen van mensen om kwade begeerten op te roepen. De demonen zijn verantwoordelijk voor het ondermijnen van menselijke deugden.

In ieder geval is er een wijdverbreid populair geloof, dat demonen verantwoordelijk zijn voor magische invloeden en allerlei vormen van kwaad. Soms wordt er ook gezegd dat ziekten kunnen worden herleid tot demonen, wanneer er geen uiterlijke oorzaken kunnen worden aangewezen. Zo is er een demon van de slapeloosheid, evenals een demon van de koorts. Let wel, dit alles wordt niet uit de Bijbel afgeleid, maar dit is een onderdeel van het populaire Griekse bijgeloof.

In het Oude Testament zijn er sporen van een vergelijkbare overtuiging. Men kan bijvoorbeeld de doden raadplegen met behulp van hekserij, en die krijgen dan ook de benaming elohiem. Zo ziet Saul in 1 Samuel 28:13 een elohiem opkomen uit de aarde. Jesaja spreekt over het raadplegen van “goden”, waarmee demonen bedoeld worden – Jes. 8:19. Het is belangrijk dat in Israël (Deut.18:10) de Here het verbood om de demonen te raadplegen- zoals het ook elke vorm van magie verbood. Demonen staan daarom alleen maar in de marge van het Oude Testament.

Hoewel ze in de marge staan komen ze dus toch voor, soms met persoonlijke namen zoals Lilith, Azazel en Aloeka. Ook vinden we verwijzingen naar offers die aan de demonen gebracht werden. Dat wil zeggen dat er een verbod wordt gegeven in Leviticus 17:17 om aan de demonen te offeren.

We kunnen twee conclusies trekken:

  1. Het is duidelijk dat het geloof in demonen in het Oude Testament niet geaccepteerd wordt, en niet wordt bevestigd, maar dat het feit dat sommige er in geloven wel een deel uitmaakt van de historische beschrijvingen.
  2. Het Oude Testament kent geen demonen met wie een mens omgang kan hebben met behulp van (goede of slechte) magie, zelfs niet voor het doel deze demonen af te weren.

De krachten die van God uitgaan in de richting van de mensen worden in het Oude Testament aangegeven als boodschappers. Het Hebreeuwse woord “mal’ach” wordt in het Nieuwe Testament weergegeven met angelos, d.i. engel. Het kwade dat in de wereld komt, wordt over het algemeen toegeschreven aan God Zelf. Hij brengt de verwoestende engel in de wereld. De demonen worden door Hem niet gebruikt om Zijn oordeel te brengen. Hij alleen is verantwoordelijk voor een ingreep in de wereld in de vorm van straf. Als het echter gaat om de goede werken die God in de wereld doet, dat wil zeggen Zijn ingrijpen in onze geschiedenis, kan er sprake zijn van engelen.

Het Nieuwe Testament staat in de lijn van de ontwikkeling van het Oude Testament. Verder zien we dat er bijna geen verwijzingen zijn naar demonen, behalve in het geval van de bezetenen. (Waarover ik later nog zal schrijven.) Er is geen spoor te vinden van het (volks-)geloof in demonen als kwade geesten. Wanneer Paulus bijvoorbeeld spreekt over zijn reizen door eenzame plaatsen, spreekt hij niet over de gevaren vanwege de demonen (2 Kor. 11:23). Iets wat wel vaak gebeurt in de teksten van het vroege Jodendom. Wanneer hij wel over een engel van de satan spreekt, is het in verband met een voor hem blijkbaar vreemde fysische handicap ( 2 Kor. 12:7).

De meeste teksten die over demonen lijken te gaan, vertonen een zekere dubbelzinnigheid. Paulus gaat de term “demon” sterk overdrachtelijk of figuurlijk gebruiken. Bezig zijn met demonen staat gelijk aan het bezig zijn met de stomme afgoden – 1 Kor. 12:2. Diezelfde afgoden worden met de term demonen aangeduid in 1 Kor. 10:20. Net als in het Griekse bijgeloof, wordt de term demon dus bij Paulus gebruikt voor de afgoden. (Waarmee aan de niet-bestaande afgoden dus wèl een werking wordt toegeschreven!)

De taal van het Nieuwe Testament lijkt wel op de taal van teksten die existentie aan de demonen toeschrijven zoals ook duidelijk wordt aan de naamgeving van de demonen, en door teksten waarin hun kwalijke werking op de mensen als vanzelfsprekend wordt aangenomen. Als je echter nauwkeurig leest dan zie je dat de demonen niet worden behandeld zoals in het Joodse of Griekse populaire bijgeloof. Een fraai voorbeeld is de uitdrukking in 1 Joh. 4:1, “geloof niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn.” Losgemaakt van de context, zou dit in de wereld van demonologische teksten een bevestiging van het zelfstandig bestaan van demonen kunnen zijn. Maar het vervolg van de tekst luidt: “want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” Dan pas zien we dat het woord “geest” overdrachtelijk gebruikt wordt, als een aanduiding van een leer en een mentaliteit die van de profeten uitgaat – maar die verder reikt dan zij.

De tekst van Efeze 6:12 is hier van groot belang. Eerst lijkt het dat wij te maken hebben met een lijst van namen van demonische machten: [stand houden tegen] de listen van de duivel… [onze strijd is tegen] de overheden, de machten, de wereldbeheersers van deze duisternis.” Maar dan krijgen we deze uitdrukking: “tegen het geestelijke van de boosheid in het hemelse.” Vanuit de aanname dat Paulus volledig het populaire geloof in demonen als zelfstandige en kwaadaardige entiteiten deelt, wordt hier altijd vertaald met een toevoeging van de woorden “machten” en “gewesten.” Door de neutrale term “het geestelijke” aan te vullen met de term “machten” wordt gesuggereerd dat het hier om zelfstandige, individuele wezens gaat. De toevoeging van de term “gewesten” maakt van een bijwoordelijke bepaling “het hemelse” een specifieke plaats – want individuele wezens hebben altijd een bepaalde plaats die ze in de werkelijkheid innemen.

Lezen we de tekst echter correct, zonder deze interpreterende toevoegingen, dan kunnen we het volgende zeggen: onze strijd is niet met mensen als zodanig, niet met vlees en bloed, maar onze strijd is met overheden die boven de menselijke controle uitgaan, onze strijd is tegen alles wat met geweld optreedt in deze wereld, onze strijd is met instituties en systemen die deze wereld beheersen, die zelf in de duisternis zijn gehuld en duisternis veroorzaken, immers dit alles is het boosaardig en geestelijke dat vanuit een dimensie boven ons – het hemelse in de zin van datgene wat van bovenaf, dus zonder zichtbare herkomst, zonder menselijke controle, en met bovenmenselijke kracht werkzaam is – ons aanvalt.

(Wordt vervolgd)

Kuiper’s Passion, de Rust van Spiering en het Verschrikkelijke Weekend – KLIVE! Audio 4 december 2020

In deze aflevering praten we over de Passion. De Evangelische Omroep heeft zich uit de organisatie van dat spectaculaire evenement inmiddels teruggetrokken. Nu is het nog alleen maar een project van de KRO en de NCRV. Na uitlatingen van Peter Kuipers, de directeur van KRO-NCRV hebben drie predikanten van de Gereformeerde Bond in de PKN een open brief gepubliceerd waarin ze de Synode oproepen om elke deelname aan dit programma te staken.

We horen nog een prachtige meditatie van H.W.S.

Tenslotte ga ik uitleggen waarom het vorige weekend zo’n verschrikkelijk weekend was. Dat is de inlossing van een belofte die al sinds afgelopen dinsdag werd uitgesproken.

Veel plezier en zegen bij deze nieuwe aflevering van Koinonia Bijbelstudie Live!

 

 

Intro: de drie mogelijkheden van een politieke theologie

Hoe moeten we vanuit de Bijbelse theologie denken over onze verhouding tot de Staat? Ik zou denken dat er in het algemeen maar drie mogelijkheden zijn. De eerste twee worden mede bepaald door de vraag of we een negatief of positief beeld moeten hebben van de menselijke mogelijkheden:

1) een theologie van het verbond zou kunnen zeggen, dat God het aan mensen overlaat om ook onderling een verbond te vormen. God gaat er vanuit dat de mens het vermogen en de waardigheid heeft om een samenleving te organiseren Het verbond van God met de mensen is dan de basis voor het onderlinge verbond dat mensen zelf sluiten. De Amerikaanse Revolutie is historisch gezien op die politieke theologie gebaseerd. Vandaar de uitspraak: “alle mensen zijn geschapen als vrij en gelijkwaardig en hebben van hun Schepper onvervreemdbare rechten ontvangen.” Ruwweg is dit de theologie van Calvijn.

2) een negatief beeld van de menselijke mogelijkheden zou de basis kunnen zijn voor een Leviathan-theologie. Leviathan is de titel van een boek door Thomas Hobbes, waarin hij een utopische staat beschrijft, waarin de zekerheid van het bestaande hoogste waarde is. Geestelijke en wereldlijke macht is daar verenigd en het recht van verzet tegen de staat is uitgesloten.

Maar dan is er ook nog, zoals zo vaak, het Mennonitische alternatief.

3) de staat is een ordening van het leven die nodig is vanwege de zonde, maar tegelijkertijd zelf een zondig karakter heeft. Zolang de Staat orde en vrede garandeert, heeft Gods volk de gelegenheid om haar hemelse Koning te gehoorzamen. Wanneer de Staat echter demonisch wordt, probeert ze het volk van God te vernietigen en verheft ze zich tegen de bron van haar gezag en macht. De Bijbel is uitermate kritisch tegenover de staat, d.w.z tegen de stad. Het antwoord van God op de menselijke stad is het hemelse Jeruzalem, en voor christenen geldt dan: “ons burgerschap is in de hemelen.”

(Wordt vervolgd)

Kinderen van de toorn, verstoken van Gods leven

Als kinderen van de toorn, verstoken van Gods leven
ontging ons steeds de rust in deze duistere dreven
Ver van Uw aangezicht, ver van Uw Vaderhart,
Werd ons gemoed steeds meer in zonde en schuld verward,

(Geestelijke liederen 46:2)

We zijn van nature “kinderen van de toorn” zegt Paulus in Efeze 2:3. Het is een voorbeeld van de diagnose in het Nieuwe Testament van onze conditie: als kinderen van Adam dragen we de zonde met ons mee, doen wij de zonde, en staan we veroordeeld vanwege de zonde.

Een deel van de charismatische wereld kiest ervoor deze boodschap te negeren in een poging om de wereld voor zichzelf te winnen. Zonde wordt gereduceerd tot een verlies aan authenticiteit, een gevoel van vervreemding, een gebrek aan succes, en uiteraard, tot ziekte. Een dergelijke diagnose kan de moderne mens blijkbaar nog wel aan. Het evangelie van de charismatische beweging presenteert Jezus als de Heelmeester, die aan het kruis onze ziekten heeft gedragen. God wil, als we maar voldoende geloof hebben, elke nood die we hebben voor ons oplossen. Gelukkig maar dat zij daarvoor allerlei cursussen in de aanbieding hebben.

Wat vroeger een zondaar heette die verlossing nodig had, is nu een mens met een eenvoudig te verhelpen probleem. Het gaat erom zelfvertrouwen te krijgen, zekerheid over je toekomst en genezing, tot een beïnvloeder gemaakt te worden – of tot een Held in het “House of Heroes” van Van der Steen, of tot een “krachtig mens” in de “Shelter” van Giltjes. Is dat NT-ische leer? Ze menen van wel. En de Bijbel buikspreekt het ook. Paulus wil toch zeggen: “mijn geloof wordt in kracht volbracht”, en: “wanneer ik sterk ben, dan ben ik sterk!” En Galaten 2:20 luidt ongetwijfeld: “ik ben met Christus gekruisigd en nu leef ik krachtig voor mijzelf, dankzij mijn geloof in de Zoon van God, die mij onvoorwaardelijk liefheeft zoals ik ben en mijn ziekten heeft gedragen.” Zoek het maar op.

De Bijbelse waarheid is toch anders. Alle mensen zijn dood in hun zonden, verdienen geen verlossing en staan onder de toorn van God. Uiteraard is dat juist in onze body-culture-tijd geen populaire boodschap. Maar het is de voorwaarde van alle verkondiging van het evangelie. Het is een essentiële waarheid. Waarom geloven mensen niet in de Heer Jezus Christus? Waarom is niet iedereen lid van de christelijke kerk? Er kan maar één reden voor zijn, namelijk dat mensen niet inzien dat ze Hem nodig hebben. En ze denken Hem niet nodig te hebben, omdat ze niet inzien dat ze tegenover God zondaars zijn.

Hoe kunnen mensen echter inzien dat ze zondaars zijn tegenover God, als niemand ze uitlegt wat het betekent dat God volmaakt heilig is? Het is nodig te begrijpen dat God Zijn gerechtigheid ook in de vorm van een oordeel moet uitvoeren. Dat de ordening in deze schepping zo door Hem bepaald is dat de zonde tot de dood leidt. Waar dat niet meteen gebeurt, is er een interventie van Gods lankmoedigheid of geduld. Maar het is alleen Gods genade in Christus die iemand definitief kan redden van het oordeel wanneer hij in Christus gelooft – het zondoffer voor de zonde. Mensen weten dit niet. En krijgen het van charismatische evangelisten ook niet te horen. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, zegt de charismatische evangelist, het wordt altijd wel ergens tussendoor even genoemd. Maar een leer verkondigen, de consequenties daaruit trekken, de elementen ervan begrijpen, is waarachtig niet hetzelfde als af en toe ernaar verwijzen.

Hoe krijg je dan echter mensen naar de kerk toe? Door ze te vertellen dat ze in hun leven meer, nog veel meer kunnen hebben en meemaken. Genezingen, financiële voorspoed, sociale cohesie, een scherp gevoel van voortreffelijkheid omdat je de ware kerk bent, God zelf elke dag op een podium ziet verschijnen, allemaal redenen om een charismatische gemeente op te zoeken. Daarom kan de charismatische gemeente bloeien, terwijl de christelijke kerk aan het aftakelen is. Dat laatste is echter waarachtiger dan het eerste.

Als je werkelijk gelooft in de redding die door Jezus Christus gebracht is, als je begrijpt wat de dood van Christus inhoudt en wat Hij heeft doorgemaakt door de zonde en schuld van de mensheid te dragen, dan begrijp je uit het karakter van het medicijn, wat de aard van de ziekte moet zijn. Daarom moet een prediking die niet begint bij het besef van zonde en het oordeel van God, niet alleen maar als onjuist worden bestempeld, maar ook als misleidend. Wie zonder besef van zonde Christus in geloof wil aannemen, is volgens de maatstaven van het Nieuwe Testament geen christen. De Heilige Geest, die de wereld overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel, woont niet in zo iemand.

Dit is nu juist een terrein, waar de Protestantse Kerk geroepen is om zich krachtig te verzetten tegen de postmoderne dwaalleer, dat een mens ook zonder zondebesef behouden kan worden.

8 sleutels tot het begrip van demonen en engelen

Door te denken dat demonen als aparte entiteiten in de lucht fladderen, wordt verborgen dat ze juist in onze geest, en in de structuren van ons samenleven hun oorsprong hebben. In naïeve opvattingen over fladderende demonen hebben zij hun oorsprong op diabolische wijze weten te verbergen.

Een van de belangrijkste bijdragen aan de discussie over engelen en demonen in het Nieuwe Testament is afkomstig van Walter Wink. Hieronder geef ik in acht stellingen het vertrekpunt weer van het eerste deel van het drieluik, getiteld “Naming the Powers”, (1984) waarin het vooral gaat over de taal van de machten in het Nieuwe Testament. Doorgaan met het lezen van “8 sleutels tot het begrip van demonen en engelen”