Jelena schreef: (De hele discussie kun je ook beluisteren in Russische vertaling onderaan deze blogpost.)
Wat betreft het eerste artikel, de Leviathan en de Behemoth Ik wil zeggen dat zolang de gemanifesteerde wereld bestaat, dit simpelweg noodzakelijk is, omdat we niet kunnen negeren dat we gemanifesteerd zijn. Bewustzijn bestaat in alle werelden en moet een tegenwicht hebben voor de dualiteit van de gemanifesteerde wereld. Die tegenwichten zijn de leviathan buiten en de behemoth binnenin.
Wat betreft het tweede artikel, kan ik zeggen dat Job een beetje een menselijk slachtoffer is. Dat wil zeggen, hij is als een proefkonijn, waarop men heeft laten zien hoe de goddelijkheid in deze gemanifesteerde wereld werkt. Er zijn mensen, en best veel in de wereld, die vrijwillig volgen wat God hen heeft opgedragen, zowel bewust als onbewust. Hij was er natuurlijk niet klaar voor, dus hij moest door deze school heen. Hij werd in zo’n omgeving geplaatst, zodat hij dit kon ervaren. Hmm, ik weet niet wat beter is: mensen die er zelf voor kiezen of omstandigheden die iemand dwingen om te ontwaken en zich bewust te worden van zichzelf in deze wereld en in een andere wereld, niet de wereld waarin ze leefden, maar om zich bewust te worden van de buitenwereld, die ze voorheen alleen door zichzelf en hun begrip van deze wereld waarnamen.
Ik vind het goed dat je het onderwerp van het vrouwelijke principe al hebt aangeroerd, want naar mijn begrip, als we ons dit voorstellen, in eerste instantie zoals het in het goddelijke aspect gebeurde, dan is het menselijke aspect heel duidelijk, dat wil zeggen, God is Eén in wie geen geslacht is, geen manifestatie. Hij is simpelweg sluimerend. Dan ontwaakt Hij en zegt: “Ja, ik wil me manifesteren.” En om dit te doen, verdeelt Hij zich in twee delen: het vrouwelijke en het mannelijke.
Daarom is de gemanifesteerde wereld dualistisch. Er is een idee en er is energie die gegeven wordt voor de realisatie van dit idee. Gods plan is om zichzelf te realiseren in de gemanifesteerde wereld door middel van mensen, door gebeurtenissen, door chaos, door orde, door alles wat mogelijk is in deze gemanifesteerde wereld.
Mijn antwoord:
Wat mij treft in jouw bijdrage is de ernst waarmee je probeert te spreken over de structuur van de werkelijkheid, over bewustzijn, over dualiteit en over de plaats van mens en God in het geheel. Dat verdient respect. Tegelijk roept jouw benadering een aantal fundamentele theologische vragen op, juist omdat je spreekt in termen die eerder uit de gnostiek, de kabbala of het neoplatonisme komen dan uit de bijbelse traditie zelf. Een kritische reactie is daarom niet bedoeld om jouw intuïties te ontkennen, maar om te onderscheiden waar jouw taal en de taal van de Schrift elkaar raken — en waar ze elkaar juist kruisen.
Allereerst valt op dat je spreekt over een “godsbeeld” waarin God aanvankelijk in een slapende toestand verkeert, vervolgens ontwaakt, en zich daarna splitst in een mannelijk en vrouwelijk beginsel. Dit is een kosmologie die we kennen uit bepaalde mystieke tradities, maar die haaks staat op het bijbelse getuigenis. In de Schrift is God niet een wezen dat ontwaakt, maar Degene die is: “Ik zal zijn die Ik zijn zal.” God is niet latent, niet slapend, niet onbewust, maar de Levende, de Aanwezige. De schepping is geen gevolg van een innerlijke splitsing in God, maar van een vrije, intentionele daad: “En God zei…” De bijbelse God wordt niet gedreven door een innerlijke noodzaak tot zelfmanifestatie, maar schept uit vrijheid en liefde.
Ook de gedachte dat de wereld noodzakelijk dualistisch is omdat God zichzelf in tweeën deelt, staat op gespannen voet met de joodse en christelijke traditie. De dualiteit van de schepping — licht en donker, hemel en aarde, man en vrouw — is geen afspiegeling van een dualiteit in God, maar van de rijkdom van Gods scheppende wil. De eenheid van God blijft onaangetast. Het Sjema — “Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is één” — is niet slechts een dogmatische uitspraak, maar een existentiële belijdenis: God is niet samengesteld, niet verdeeld, niet innerlijk gespleten. Elke theologie die een innerlijke tweedeling in God introduceert, schuift ongemerkt richting gnostiek of mythologie.
Je interpretatie van Leviathan en Behemot als innerlijke en uiterlijke tegenpolen van de wereld is intrigerend, maar ook hier schuift de symboliek weg van de bijbelse context. In Job zijn Leviathan en Behemot geen kosmische principes die de dualiteit van de wereld dragen, maar schepselen die Gods vrijheid en macht onderstrepen. Ze zijn geen noodzakelijke tegenhangers van bewustzijn, maar voorbeelden van het ondoorgrondelijke van de schepping. Job wordt niet uitgenodigd om de wereld te begrijpen als een balans van innerlijke en uiterlijke krachten, maar om te erkennen dat Gods werkelijkheid groter is dan zijn eigen categorieën.
Ook jouw lezing van Job als “proefkonijn” raakt aan een oud misverstand. Job is geen slachtoffer van een kosmisch experiment, maar iemand die in zijn lijden wordt binnengeleid in een dieper verstaan van God. De kern van het boek Job is niet dat God mensen in situaties plaatst om hen te testen, maar dat de mens in zijn lijden een ontmoeting kan hebben met de God die niet verklaart, maar aanwezig is. Job wordt niet wakker geschud om een andere wereld te zien; hij wordt geroepen om God te ontmoeten in deze wereld, in zijn eigen as en stof.
Tenslotte is er jouw gedachte dat Gods bedoeling is “zichzelf te realiseren in de gemanifesteerde wereld”. Dat is een formulering die we kennen uit bepaalde mystieke systemen, maar die in de bijbelse theologie problematisch is. God heeft geen behoefte aan zelfrealisatie. God wordt niet meer God door de schepping, noch door de mens. De schepping is geen proces waarin God zichzelf voltooit, maar een gave waarin God de ander — mens, wereld, geschiedenis — ruimte geeft om te bestaan. De mens is niet het middel waardoor God zichzelf realiseert, maar het wezen dat door God wordt geroepen tot relatie, verantwoordelijkheid en liefde.
De kern van de kritiek is dus deze: jouw visie is rijk, intuïtief en spiritueel, maar zij verplaatst de bijbelse God naar een kosmisch drama waarin Hij niet langer de Vrije, de Ene, de Schepper is, maar een dynamisch beginsel dat zich ontwikkelt, splitst en zichzelf zoekt. Dat is een theologie die veel schoonheid kan hebben, maar zij staat ver af van de joodse en christelijke belijdenis. De God van Israël is geen proces, maar Persoon; geen dualiteit, maar Eenheid; geen bewustzijn dat ontwaakt, maar de Levende die roept.
De discussie in het Russisch kun je hier horen: