Nog altijd duiken in journalistieke stukken en publieke discussies hardnekkige versies van de geschiedenis op die de werkelijkheid niet recht doen. Neem het volgende statement, dat op het eerste gezicht gewoon de feiten weergeeft:
“Na de oprichting van Israël in 1948 annexeerde Jordanië in 1950 de Westelijke Jordaanoever, die tot 1967 deel bleef uitmaken van Jordanië. In 1967 veroverde Israël de Westelijke Jordaanoever en bezet die sindsdien.”
Op het eerste gezicht lijkt dit een neutrale samenvatting van een periode in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar wie zorgvuldig leest, stuit op meerdere onjuiste en misleidende elementen — en dát is problematisch.
Ten eerste: de zogenoemde “annexatie” van de Westelijke Jordaanoever door Jordanië in 1950 werd vrijwel nergens erkend. Slechts enkele landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Pakistan, gaven hun diplomatieke goedkeuring. De Arabische Liga wees het af, en de rest van de internationale gemeenschap beschouwde het als een bezetting. Toch impliceert de zin dat Jordanië legitiem eigenaar werd van het gebied. Dat is feitelijk onjuist.
Ten tweede: de uitdrukking “deel bleef uitmaken van Jordanië” normaliseert die bezetting, alsof het een politieke consensus betrof. Niets is minder waar. De situatie was destijds, net als nu, juridisch en politiek uiterst complex en controversieel.
Ten derde: het gebruik van “bezet die sindsdien” suggereert stilzwijgende instemming met de definitie van Israëls controle als een bezetting. Het negeert opzettelijk dat Israël deze kwalificatie actief betwist en termen hanteert als “betwist gebied” of “Judea en Samaria”.
Als Jordanië in 1950 niet legitiem eigenaar werd van de Westbank, kon het in 1988 dat gebied ook niet legitiem afstaan aan de PLO en Israëls verovering van het gebied in 1967 is dan ook geen bezetting. Jordanië veroverde de Westbank in een poging de Joodse staat te vernietigen.
Door deze fouten te herhalen zonder nuance, dreigt iedereen te worden misleid over een van de meest gevoelige geopolitieke conflicten van onze tijd. De geschiedenis van de Westbank is geen eenvoudige chronologie van militaire feiten — het is een web van juridische claims, politieke belangen en internationale controverses.
We mogen de geschiedenis niet reduceren tot een paar zinnen die gemakzuchtig in het nieuws of in opiniestukken worden herhaald. Het voedt het op dit moment dominante web van leugens rondom Israël.
Dag Robbert,
Je geeft een standpunt weer, dat al geruime tijd in mijn hoofd ronddwaalt, maar wat ik nog geen handen en voeten heb kunnen geven, namelijk, dat er voor de Israelische regering geen andere mogelijkheid meer is dan Hamas volledig uit te roeien ook al gaat dat ten koste van Gazaanse burgers. En dat zou je dan inderdaad zo kunnen zeggen op basis van ondere andere een flink aantal psalmen, de (door jou al genoemde) wraakpsalmen, eigenlijk vergeldingspsalmen, zoals bijvoorbeeld ook psalm 21 vers 10 en 11, waarin wordt aangekondigd dat het kroost en nageslacht van David’s vijanden zal worden verdelgd.
Bij deze nogal forse bewering heb ik de nodige kanttekeningen.
1. Ik heb getwijfdeld of het ‘zogenaamde’ christelijke standpunt om, als je geslagen wordt, je je vijand de andere wang moet toekeren, moet toepassen, tot ik bij Bonhoeffer las dat dit op persoonlijk vlak waar is, maar dat een overheid de verantwoordelijkheid heeft zijn onderdanen te verdedigen, desnoods met geweld. (uit Navolging paragraaf Vergelding). De vraag is dan natuurlijk: hoe ver mag je met die verdediging gaan. Voor mij ligt er ergens een grens als Hamas en Israel ‘armpje drukken’ met gijzelaars en burgers als inzet. Ik kan niet goed beoordelen of Israel die grens over is gegaan, vaak denk ik van wel, soms denk ik dat het meevalt. In ieder geval, op alle filmpjes uit Gaza, die ik heb gezien, heb ik nog geen uitgemergelde volwassenen of kinderen gezien.
2. Toch blijkt uit sommige vergeldingspsalmen dat ook kinderen bewust gedood kunnen worden, zoals in psalm 137 vers 9: ‘gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren’. De vraag is: wie mag dat doen? David doodde vijanden, maar altijd als de eer van God op het spel stond, waarbij hij zich bewust was eigen zonden en hij leefde dicht bij God. Bij de verovering(!) van het land Kanaan werden volkeren verdreven of gedood. Ook dat was een opdracht van God en het betrof volkeren waarbij ‘de maat van de ongerechtigheid’ vol was. Assyriers en Babyloniers worden gestraft voor het overvallen en bezetten van Israel resp. Juda. Dat is dan dubbel en niet te rijmen: God heeft deze volken gebruikt om Israel te straffen tegelijktijd worden deze volken daarvoor gestraft. Het lijkt toch dat Israel alleen veilig kan wonen als het zich aan het verbond met God houdt. Maar God laat zijn volk niet vallen, er volgde na de ballingschap een terugkeer. Is de huidige terugkeer ook te zien als een teken dat de diaspora en het leed van de Joden van de afgelopen eeuwen lang genoeg geduurd heeft? Het zou me niet verbazen. Maar in hoeverre heeft de huidige staat Israel het recht, Bijbels gezien, om te vergelden wat hun is aangedaan? Staat de eer van God hier nu op het spel? Misschien wel, het is mooi geweest. Misschien niet, het gaat een deel van de Israeli niet om de eer van God. Ik weet het niet.
3. Voor vergelding hoeven christenen niet te schrikken. Ook Jezus heeft een zwaard in de mond (Openbaring). Hij sprak vaak over de hel. Het is gerechtigheid tegenover kwaad willen doen. Persoonlijk heb ik het moeilijk met het verschijnsel hel, maar het Nieuwe Testament is er duidelijk over. Overigens zwijgt de Tenach er ook niet over: zie de laatste verzen van Jesaja 66.
4. Het verzet van de Palestijnen/Arabieren tegen de aanwezigheid van de staat Israel zou moeten worden gepareerd door duidelijk aan te tonen dat de staat Israel in 1948 legitiem is opgericht. Daar ligt het echte meningsverschil. Die hele VN en vele westerse landen hebben inmiddels boter op hun hoofd, door dit niet te benadrukken en de (inmiddels) Palestijnen er op te wijzen dat zij zelf alles of niets wilden. Is de staat Israel dan niet (meer) legitiem?
5. Het verzet tegen Israel van de Arabieren ligt volgens Ouweneel aan het verliezen van grondgebied dat onder gezag van de Islam viel. Jij en ik denken dat er meer aan de hand is. De Islam kan het niet uitstaan dat Israel het verkozen volk is. Zou dat wereldwijd ook zo zijn?
6. Tot slot. Er zijn in het OT zes profetieen over de Gazastrook: Jesaja 14:28-32, Amos 1:6-8, Sefanja 2:4-7, Jeremia 47:1-7, Ezechiel 25:15-17, Joel 4:4-8 en Zacharia 9:5-7. Het is niet de eerste keer dat de Gazastrook volledig verwoest wordt (in bovengenoemde gevallen door de Assyriers, de Egyptenaren en de Grieken). Het is allemaal schrikbarend, maar wat zouden we van deze profetische teksten kunnen leren?
Groeten,
Jan