Milḥemet Mitzvah: Het joodse concept van de verplichte oorlog en de ethiek van zelfverdediging

Een van de belangrijkste, maar vaak verwaarloosde aspecten van de joodse ethische reflectie op oorlogsvoering is de klassieke halachische categorie van milḥemet mitzvah (מִלְחֶמֶת מִצְוָה), die doorgaans wordt vertaald als „een verplichte oorlog” of „een geboden oorlog”. Dit concept is essentieel om te begrijpen hoe de joodse traditie omgaat met situaties waarin een gemeenschap met een existentieel gevaar wordt geconfronteerd. Hoewel de joodse ethiek buitengewoon veel waarde hecht aan het menselijk leven en herhaaldelijk waarschuwt tegen onnodige vernietiging, gaat zij niet uit van absoluut pacifisme. Integendeel, zij erkent dat het behoud van het leven op zichzelf het gebruik van geweld kan vereisen.

De centrale vraag die door de oorlog tussen Israël en Hamas na 7 oktober 2023 aan de orde wordt gesteld, is daarom niet simpelweg of oorlog verenigbaar is met de joodse ethiek. De klassieke joodse wet geeft hierop al een antwoord: onder bepaalde omstandigheden is oorlog niet alleen toegestaan, maar zelfs moreel vereist. De moeilijkere vragen betreffen de voorwaarden waaronder een dergelijke oorlog legitiem is, het gezag dat nodig is om deze te voeren, en de ethische grenzen die zelfs tijdens een gerechtvaardigde militaire campagne bindend blijven.

De joodse traditie gaat uit van de fundamentele waarde van het leven. Het gebod:

וָחַי בָּהֶם

„Je zult door hen leven.”

(Leviticus 18:5)

werd door de rabbijnen geïnterpreteerd als het vaststellen van het principe dat het behoud van het menselijk leven (pikuach nefesh, פיקוח נפש) voorrang heeft boven bijna alle andere geboden. De Talmoed leert:

וחי בהם — ולא שימות בהם

„Je zult door hen leven — en niet door hen sterven.” (BYoma 85b)

Dit principe toont aan dat het jodendom lijden of de dood niet verheerlijkt. Het doel van de geboden is het behoud en de heiliging van het leven.

Maar juist omdat het leven heilig is, erkent de joodse traditie ook de plicht om het leven te verdedigen wanneer het wordt bedreigd. Een gemeenschap die weigert weerstand te bieden aan degenen die haar vernietiging nastreven, kan tekortschieten in haar verantwoordelijkheid jegens degenen die aan haar bescherming zijn toevertrouwd.

Dit principe komt tot uiting in de beroemde rabbijnse stelregel:

הבא להרגך השכם להרגו

„Als iemand komt om je te doden, sta dan op en dood hem eerst.“ (BBerakhot 58a; Sanhedrin 72a)

Deze uitspraak is geen verheerlijking van geweld. Integendeel, zij drukt het morele principe uit dat onschuldig leven een legitieme aanspraak op verdediging heeft. Het voorkomen van moord kan vereisen dat de moordenaar wordt tegengehouden voordat de aanval is voltooid.

In deze zin verschilt de joodse ethiek van vormen van pacifisme die alle geweld onder alle omstandigheden afwijzen. De joodse traditie erkent de tragedie van oorlog, maar erkent ook dat het weigeren om tegen agressie te vechten op zichzelf een diepgaande morele mislukking kan betekenen.

De meest systematische middeleeuwse joodse bespreking van oorlog is te vinden in de geschriften van Mozes Maimonides (Rambam, 1138–1204), met name in Mishneh Torah, Hilchot Melakhim uMilchamot („De wetten van koningen en oorlogen“).

Maimonides verdeelt oorlogvoering in verschillende categorieën. Hij maakt onderscheid tussen milḥemet mitzvah (verplichte oorlog) en milḥemet reshut (vrijwillige oorlog).

Volgens Maimonides:

איזו היא מלחמת מצוה? זו מלחמת שבעה עממין, ומלחמת עמלק, ועזרת ישראל מיד צר שבא עליהם.

„Wat is een verplichte oorlog? De oorlog tegen de zeven volken, de oorlog tegen Amalek en de oorlog om Israël te hulp te komen tegen een vijand die hen is overvallen.” (Mishneh Torah, Hilchot Melakhim 5:1)

De derde categorie is van bijzonder belang voor hedendaagse discussies: de plicht om Israël te hulp te komen wanneer een vijand aanvalt.

In tegenstelling tot veroverings- of expansieoorlogen behoort een defensieve oorlog tot een andere morele categorie. Het doel ervan is niet overheersing, maar bescherming. De gemeenschap heeft de plicht haar leden te verdedigen tegen degenen die op hun vernietiging uit zijn.

Toegepast op moderne omstandigheden stellen veel joodse denkers dat een militaire reactie op een grootschalige aanval op Israëlische burgers – zoals de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 – conceptueel gezien binnen deze categorie van defensieve verplichting valt. Het argument luidt dat het primaire doel van militaire actie niet territoriale uitbreiding of politieke ambitie is, maar de bescherming van mensenlevens en het voorkomen van toekomstige aanvallen.

Het aanmerken van een oorlog als een milḥemet mitzvah betekent echter niet dat elke actie die tijdens die oorlog wordt ondernomen automatisch toegestaan is. De joodse wet creëert geen moreel vacuüm zodra de oorlog begint. De plicht om het leven te verdedigen bestaat naast andere verplichtingen: rechtvaardigheid, mededogen, terughoudendheid en erkenning van de menselijke waardigheid.

Een ander belangrijk element in de bespreking van Maimonides is de rol van legitiem gezag. Oorlog is in het joodse denken geen persoonlijke wraakactie. Het vereist gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en erkend leiderschap.

De Thora legt militaire beslissingen herhaaldelijk onder het gezag van de leiders van het volk. Het doel van deze beperking is te voorkomen dat individuen of groepen goddelijke rechtvaardiging claimen voor persoonlijk geweld. Een legitieme oorlog moet worden gevoerd namens de gemeenschap en in overeenstemming met een gezag dat publiekelijk verantwoording aflegt.

Dit principe is van bijzonder belang in moderne discussies over staatsmacht. De Staat Israël is niet identiek aan het bijbelse koninkrijk Israël, en moderne joodse autoriteiten zijn het oneens over de vraag hoe klassieke categorieën moeten worden toegepast op een hedendaagse natiestaat. Niettemin stellen veel geleerden dat het bestaan van een erkende regering die verantwoordelijk is voor de nationale defensie, in zekere zin tegemoetkomt aan de klassieke zorg dat oorlogvoering een zaak van publieke verantwoordelijkheid moet zijn in plaats van particuliere vergelding.

De ethische implicatie is belangrijk: zelfs een verdedigingsoorlog vereist morele verantwoording. Een regering krijgt geen onbeperkte toestemming om te handelen louter omdat zij legitiem gezag bezit. Integendeel, legitiem gezag brengt juist een grotere verantwoordelijkheid met zich mee, omdat leiders handelen namens anderen wier leven afhangt van hun beslissingen.

Het concept van milḥemet mitzvah berust op een breder joods begrip van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het jodendom beschouwt mensen niet als geïsoleerde individuen wier enige verplichting persoonlijke moraliteit is. Het verbond schept verantwoordelijkheden tussen leden van een gemeenschap.

De Thora gebiedt:

לֹא תַעֲמֹד עַל־דַּם רֵעֶךָ

„Sta niet werkeloos toe bij het bloed van je naaste.” (Leviticus 19:16)

De rabbijnen interpreteerden dit vers als een verbod op passiviteit in het aangezicht van gevaar. Als iemand in staat is een ander te redden, heeft hij de morele plicht om in actie te komen.

Dit principe geldt niet alleen voor individuen, maar ook voor samenlevingen. Een staat die in staat is zijn burgers te beschermen, heeft de verantwoordelijkheid om dat te doen. Vanuit dit perspectief staat militaire verdediging niet noodzakelijkerwijs haaks op de joodse ethiek; onder bepaalde omstandigheden kan zij door de joodse ethiek zelfs worden vereist.

De gebeurtenissen van 7 oktober 2023 roepen daarom een fundamentele joods-ethische vraag op: wat is de verantwoordelijkheid van een regering nadat haar burgers opzettelijk zijn aangevallen en nadat een gewapende organisatie heeft aangetoond dat zij in staat is en de uitgesproken intentie heeft om dergelijke aanvallen te herhalen?

Degenen die de reactie van Israël classificeren als een milḥemet mitzvah, stellen dat het nalaten van actie een schending zou zijn van de plicht om leven te behouden. Volgens hen is de vernietiging van de militaire capaciteiten van Hamas niet louter een strategische doelstelling, maar maakt deze deel uit van de morele verantwoordelijkheid om verder verlies van onschuldige levens te voorkomen.

Niettemin kan de categorie van milḥemet mitzvah niet worden geïnterpreteerd als een verklaring dat alle middelen aanvaardbaar worden zodra de zaak gerechtvaardigd is. De joodse traditie verwerpt consequent het idee dat morele beperkingen tijdens een oorlog verdwijnen.

Dezelfde Thora die oorlogvoering erkent, gebiedt ook:

כִּי הָאָדָם עֵץ הַשָּׂדֶה לָבֹא מִפָּנֶיךָ בַּמָּצוֹר

„Is de boom van het veld een mens, dat hij zich voor u zou moeten terugtrekken tijdens de belegering?“ (Deuteronomium 20:19)

De rabbijnen vatten dit vers op als een waarschuwing tegen onnodige vernietiging. Zelfs in een conflict blijft terughoudendheid een goddelijk gebod.

Evenzo verdwijnt de bijbelse eis:

צֶדֶק צֶדֶק תִּרְדֹּף

„Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij nastreven.“ (Deuteronomium 16:20) verdwijnt niet in oorlogstijd. De vraag is niet alleen of een oorlog gerechtvaardigd is, maar ook of de uitvoering van die oorlog in overeenstemming blijft met gerechtigheid.

Daarom vereist een joodse ethische beoordeling van Israëls campagne in Gaza twee afzonderlijke oordelen:

Ten eerste: Was Israëls besluit om na 7 oktober militair te reageren moreel en juridisch gerechtvaardigd?

Ten tweede: Waren bepaalde militaire acties uitgevoerd in overeenstemming met de ethische beperkingen die de joodse traditie oplegt?

Een bevestigend antwoord op de eerste vraag bepaalt niet automatisch het antwoord op de tweede.

Het joodse concept van milḥemet mitzvah toont aan dat de joodse ethiek vrede niet opvat als louter de afwezigheid van conflict. Echte vrede vereist gerechtigheid, veiligheid en de bescherming van het menselijk leven. Wanneer een gemeenschap wordt geconfronteerd met een vijand die vastbesloten is haar te vernietigen, erkent de joodse traditie een morele plicht om die gemeenschap te verdedigen.

Het principe:

הבא להרגך השכם להרגו

„Als iemand komt om je te doden, sta dan op en dood hem eerst“ drukt een tragische maar noodzakelijke realiteit uit: soms vereist het behoud van het leven verzet tegen degenen die het willen vernietigen.

Tegelijkertijd weigert de joodse ethiek zelfverdediging los te koppelen van morele verantwoordelijkheid. Een gerechtvaardigde oorlog blijft onderworpen aan het goddelijke oordeel. De verdediging van het eigen volk mag niet betekenen dat de principes worden losgelaten die de joodse ethiek haar karakter geven: gerechtigheid, mededogen, terughoudendheid en de erkenning dat ieder mens naar het beeld van God is geschapen.

De blijvende uitdaging van milḥemet mitzvah is daarom niet louter het bepalen wanneer oorlog is toegestaan. Het gaat erom te begrijpen hoe een volk het leven kan verdedigen zonder de heilige waarde van het leven zelf uit het oog te verliezen.


Bibliografie

Solomon, Norman. Judaism and the Ethics of War. International Review of the Red Cross 87/858 (2005). A foundational overview of Jewish war ethics, frequently cited for its analysis of Deuteronomy 20 and halakhic constraints on warfare.
Walzer, Michael. Just and Unjust Wars. Basic Books. Influential philosophical study of war; used for its reading of biblical warfare as morally constrained rather than heroic or absolute.
Maimonides (Rambam). Mishneh Torah, Hilchot Melachim u’Milchamot. Primary halakhic source on Jewish laws of warfare, including the mashuach milchamah, peace‑offer requirement, siege ethics, and milchemet mitzvah.
Rashi, Ramban, Ibn Ezra, Sforno. Commentaries on Deuteronomy 20. Classical exegetical sources shaping Jewish interpretations of fear, peace‑seeking, restraint, and bal tashchit.
Kurtzer, Yehuda. “Torah for a Time of War: A Moral Map for an Impossible Present.” Sources Journal, Shalom Hartman Institute. Contemporary reflection on Jewish sovereignty, moral responsibility, and wartime ethics.
Becker, Tal. Hartman Institute essays on Jewish ethics and sovereignty. Used for framing Israel’s right to self‑defense alongside ongoing ethical accountability.
Komesaroff, David & Kenner, Geoffrey. “Is this Judaism? The Question of the Consistency of Israeli Policy and Actions in Gaza with Jewish Thought and Ethics.” Journal of Bioethical Inquiry (2025). A critical academic assessment of Israel’s conduct in Gaza through biblical and halakhic sources.
Hoffman, Joshua. “The Jewish Commandments of War.” Future of Jewish. Modern reconstruction of a Jewish just‑war framework applied to the Israel–Hamas conflict.
Har Etzion (Rav Yoel Bin‑Nun). Essays on biblical warfare and Deuteronomy 20. Used for the argument that ḥerem cannot be applied directly to modern warfare.
Yeshivat Sha’alvim. Wartime halakhic reflections. Sources emphasizing proportionality, civilian protection, and moral restraint in milchemet mitzvah.
Knowing Faith (Da’at Emunah). “דיני המלחמה בתורה.” Educational overview of halakhic war categories and the theological meaning of offering peace.
Makor Rishon. Report on the Israeli Military Rabbinate during the Gaza war. Used to illustrate real‑time halakhic decision‑making under battlefield conditions.
Dit bericht is geplaatst in Israël. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *