Emmanuel Levinas biedt een bijzondere benadering van de Torah, die als fenomenologisch kan worden beschouwd. Hij benadrukt het belang van het menselijke gesprek, waarbij vooral het gesproken woord centraal staat. Het geschreven woord dient te worden begrepen door terug te grijpen op het gesproken woord dat eraan ten grondslag ligt. Dit impliceert een zoektocht naar betekenis voorbij de letterlijke tekst, gebaseerd op zijn joodse overtuiging dat de geschreven Torah niet losstaat van de mondelinge traditie. De geschreven Torah wordt voortdurend vergezeld door verschillende interpretaties, toepassingen en exegeses.
De audio van deze blog vind je hier:
Voor Levinas is de taak van de filosofie tevens het bevragen van de claim van objectiviteit. Men kan de joodse Bijbel, de Tanakh, lezen met een zekere letterlijkheid, wat kan leiden tot een historisch kritische lezing. Dit was ook de benadering van Spinoza, wiens gedachtegoed heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van deze methode. Echter, joodse geschriften zijn altijd omgeven door interpretaties; letterlijkheid is feitelijk een betekenisloos concept. Bijvoorbeeld, als een tekst stelt dat men een kikker in de keel heeft, betreft dit metaforische taal. In de Talmud wordt dit zelfs achttien keer bevestigd, en Maimonides herhaalt dat de Torah is geschreven in de taal van mensen.
Historische interpretaties die steeds met de tekst van de Torah zijn gegeven, moeten niet worden gezien als toevallig of secundair. Volgens Levinas is deze voortdurende interpretatie rondom de tekst een essentieel onderdeel van de geest van de Torah. Hoe pakt Levinas dit concreet aan? Ten eerste moet men altijd voorbij de letterlijkheid gaan; het draait om het ontdekken en herontdekken van bedoelingen en ervaringen achter de tekst. Op deze wijze kunnen diepere lagen en verschillende betekenissen worden onthuld.
Voor Levinas als filosoof en lezer van de Talmud houdt dit in dat er een tweerichtingsvertaling moet plaatsvinden: Bijbelse teksten moeten worden vertaald naar het filosofisch discours en vice versa. Ten tweede legt Levinas de nadruk op de mondelinge traditie. De Talmud fungeert als gids voor het interpreteren van de geschreven Torah en gaat altijd voorbij aan de letterlijke tekst, waardoor een permanente betekenis wordt vastgelegd.
Het concept darsjenu (laten we uitleggen!) houdt in dat verzen uit de tekst niets anders willen dan geïnterpreteerd worden; interpretatie komt niet bovenop of naast de tekst maar de tekst bevat altijd al een mondeling element. Joodse teksten worden altijd begrepen als vergezeld door symbolische betekenissen, verdedigingen en nieuwe interpretaties die ontdekt kunnen worden. Kort gezegd is de tekst van de Torah altijd verbonden geweest met Midrash, een speciale uitlegtraditie.
De taal van filosofie impliceert niet dat lezers volledig moeten loskomen van letterlijkheid of bijzonderheden. De tekst moet gedemythologiseerd worden, maar zelfs deze gedemythologiseerde tekst vereist voortdurende herinterpretatie om betekenis te vernieuwen.
Een ander belangrijk punt is dat ethiek voor Levinas primair is binnen de filosofie; het vormt zelfs haar basis. Ethiek betreft relaties met anderen en is niet herleidbaar tot iets buiten deze relaties zelf. Daarom moet gerechtigheid en verantwoordelijkheid altijd centraal staan bij het begrijpen van de Torah.
Dit wordt duidelijk geïllustreerd in Levinas’ analyse van het gebod in Leviticus 19: Heb je naaste lief als jezelf, wat een sleutelthema is om Gods eenheid te begrijpen.
Verder benadrukt Levinas het belang van dialoog bij zowel leren als interpreteren; verklaringen zijn bedoeld voor anderen en onze interactie met hen vormt ons begrip van de Torah.
Openbaring beschouwt Levinas als een voortgaand proces waaraan actieve deelname vereist is; menselijke rede en exegese zijn cruciaal voor het begrip omdat voortdurende interpretatie noodzakelijk is.
Ten slotte verwerpt Levinas elke vorm van onto-theologie die God begrijpt als hoogste zijnde; hij benadrukt in plaats daarvan Gods absolute anders-zijn en volledige transcendentie, wat begrepen kan worden door onze morele verantwoordelijkheid voor anderen.
Op deze wijze wordt de Torah op een humanistische en morele manier begrepen, met nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, dialoog en zoektocht naar betekenis voorbij letterlijke teksten. Zo blijft de Torah een levend document dat relevant blijft voor hedendaagse uitdagingen.