Jom haShoah

Soms merk je pas achteraf dat een belangrijke dag ongemerkt voorbij is gegaan. Niet omdat het je koud laat, maar omdat het leven soms zo vol en zo luid is dat het stille juist verdwijnt. Zo ontdekte ik vandaag, twee dagen te laat, dat Yom HaShoah al geweest was — een dag die zich nooit opdringt, en misschien juist daarom zo gemakkelijk wordt overschreeuwd door de ruis van de week.

Yom HaShoah is de Joodse herdenkingsdag voor de zes miljoen Joden die tijdens de Shoah zijn vermoord. In Israël staat het land twee minuten stil: auto’s stoppen midden op de snelweg, mensen stappen uit, scholen vallen stil. Een hele samenleving houdt de adem in. Geen spektakel, geen pathos — alleen een collectieve stilte die weigert te vergeten.

Ik denk vaak terug aan de eerste keer dat ik beelden van de Holocaust zag. Ik was twaalf, bladerend in de boeken van Lou de Jong. Foto’s van uitgemergelde mannen en kinderen achter prikkeldraad. Stapels schoenen, stapels gebitten, gevonden in Birkenau. Het angstige gezicht van een meisje in de deuropening van een goederenwagon, onderweg naar Auschwitz. Ik wist niet precies wat ik zag, alleen dat het me raakte. Om nooit te vergeten. Om het te leren begrijpen — vandaar de stapels boeken over de Holocaust in de jaren daarna. Het was alsof er een deur openging naar een werkelijkheid die te groot was voor mijn leeftijd. Die schok is nooit meer verdwenen.

En dan kijk ik naar nu. Naar 7 oktober 2023. Naar de reacties die binnen enkele uren opklonken — niet van rouw, niet van afschuw, maar van beschuldiging. Alsof het kwaad dat die dag werd aangericht nauwelijks telde. Alsof het echte probleem pas begon toen Israël zich verdedigde. De demonstraties die dezelfde avond al door Amsterdam trokken, met slogans die als een liturgisch refrein werden gezongen: From the river to the sea, genocide, apartheid, kolonialisme. Alsof het allemaal al klaar lag, wachtend op een aanleiding. Alsof de moord op Joden slechts decor was voor een oud verhaal dat men maar al te graag opnieuw vertelt.

Het contrast met Jom HaShoah kan bijna niet groter zijn. Daar: stilte, herinnering, het gewicht van geschiedenis. Hier: razendsnelle oordelen, gemakzuchtige leuzen, een reflexmatige vijandigheid. Geen woord over Hamas, behalve dat het “verzet” zou zijn. Geen woord over de duizenden raketten die al jaren op Israël worden afgevuurd. Geen woord over de ziekenhuizen in Israël waar inwoners van Gaza — inclusief leiders van Hamas — levensreddende zorg ontvingen. Redelijkheid leek ineens een luxe die men zich niet meer wilde veroorloven.

En dan te bedenken dat we nog geen drie jaar verwijderd zijn van een poging om de Shoah te herhalen — niet in omvang, maar wel in intentie. Hamas, met een handvest waarin de vernietiging van Joden wereldwijd expliciet wordt genoemd. Hamas, dat een staat voor ogen heeft waarin Joden niet welkom zijn, zoals de 350.000 Joden die in 1947–48 uit Arabische landen werden verdreven. Hamas, dat land claimt dat nooit een soevereine Palestijnse staat is geweest. En ondertussen wordt de term “Palestijn” gebruikt alsof het altijd een etnisch exclusieve identiteit is geweest, terwijl het in het Mandaatgebied simpelweg verwees naar Arabieren én Joden onder Brits gezag. De moderne verpakking van een oud en hardnekkig feit: het virus van antisemitisme. En een geslaagde vorm van propaganda: blame the victim, heet dat.

Wat me misschien het diepst heeft geraakt: dat de wereld, in plaats van te schrikken, soms bijna opgelucht leek dat het oude vijandbeeld weer uit de kast kon worden gehaald. De “blood libel” was terug van weggeweest. Dat het verhaal van Joodse agressie en schuld weer kon worden afgestoft. Dit ondanks de beelden van jonge vrouwen — meisjes nog — die na groepsverkrachting door Gaza werden geparadeerd, het bloed nog zichtbaar aan hun kleding, met joelende toeschouwers eromheen.  Ondanks de foto’s van de gegijzelden. Weet je het nog?

Ariel Bibas (4 jaar) en Kfir Bibas (9 maanden) samen met hun moeder Shiri Bibas. Zij werden op 7 oktober 2023 ontvoerd uit Kibboets Nir Oz en als gijzelaars naar Gaza gebracht.. Israël concludeerde op basis van forensisch onderzoek dat de kinderen door hun gijzelnemers waren gedood, niet door een bombardement, zoals Hamas beweerde.

Maar de wereld geloofde Hamas. De regering van Israël zou gelogen hebben. Ze waren omgekomen door het mateloze geweld van het Israëlische leger zelf. Uiteraard. Zelfs Joodse slachtoffers roepen verontwaardiging op, niet omdat ze slachtoffers zijn, maar omdat ze Joden zijn.

Dat ik Jom HaShoah pas twee dagen later merkte, verandert niets aan het belang ervan. Herinnering is geen afspraak die je kunt missen. Het is een houding, een manier van kijken. En misschien is het goed dat deze dag zich niet opdringt. Te midden van alle andere harde geluiden zou zijn stem misschien juist verloren gaan. Want zo dwingt deze dag ons om zelf wakker te worden, om zelf te kiezen voor aandacht, om zelf te zeggen: dit mag niet verdwijnen in de ruis van de week.

Voor christenen is het des te belangrijker om dit alles diep tot zich te laten doordringen. Juist wij zijn kwetsbaar gebleken voor simplistische slogans, voor morele reflexen die slim inspelen op ons verlangen naar vrede, gelijkheid en compassie. Maar dat maakt ons ook vatbaar voor propaganda die de werkelijkheid verdraait en het kwaad verhult. Als wij niet leren onderscheiden, lopen we het risico opnieuw mee te gaan in verhalen die Joden tot dader maken en hun vijanden tot slachtoffers. De geschiedenis laat zien hoe snel dat kan gebeuren — en hoe desastreus het kan uitpakken wanneer christenen hun morele intuïtie laten kapen door de luidste stemmen in plaats van door de waarheid. Daarom is het voor ons geen luxe maar een plicht om alert te blijven, om te weigeren mee te deinen op de golven van sentiment en simplificatie, en om te erkennen dat antisemitisme zich vaak vermomt als morele verontwaardiging. Wie Jom HaShoah serieus neemt, kan zich niet veroorloven om achteloos te worden.

Moge deze late herinnering mij — en misschien ook jou — helpen om niet mee te gaan in de razernij die zo snel oplaait. En om eindelijk — eindelijk — ernst te maken met die andere slogan, die we te vaak gedachteloos herhalen: nooit meer.

Dit bericht is geplaatst in Autobiografisch, Israël. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *