Is Paulus zelf verantwoordelijk of de heidense kerk?

Ligt de historische ontsporing bij Paulus zelf, of bij de manier waarop latere generaties hem hebben gelezen, gebruikt en soms misbruikt? Het eerlijke antwoord is dat beide perspectieven tegelijk waar zijn — en dat de spanning tussen Paulus’ eigen intenties en zijn latere interpretatie misschien wel het meest tragische en invloedrijke misverstand in de westerse religiegeschiedenis vormt.

Paulus zelf was geen antisemiet, geen vijand van de Thora, geen architect van een religie die zich tegen het jodendom keerde. Hij was een Jood, gevormd door de Schrift, gedreven door de verwachting van de Messias, en diep overtuigd dat de God van Israël bezig was de wereld te vernieuwen. Zijn brieven ademen liefde voor zijn volk, verdriet over hun ongeloof, en een vurige hoop dat heel Israël gered zal worden. Hij schrijft dat de Thora heilig is, dat de beloften aan Abraham onherroepelijk zijn, dat God zijn volk niet heeft verstoten. In zijn eigen tijd was Paulus geen breuk met het jodendom, maar een radicale interpretatie ervan.

Luister hier naar de tekst: 



Maar Paulus was ook een man van paradoxen, van scherpe formuleringen, van retorische overdrijving. Hij schreef in de hitte van conflicten, aan gemeenschappen die worstelden met identiteitsvragen, en hij gebruikte taal die bedoeld was om te schokken, te overtuigen, te polariseren. Zijn tegenstelling tussen “wet” en “genade”, tussen “vlees” en “geest”, tussen “oude mens” en “nieuwe mens”, was nooit bedoeld als een afwijzing van het Jodendom als zodanig. Het was een manier om heidenen toegang te geven tot de God van Israël zonder hen te dwingen tot volledige Joodse levenspraktijk. Paulus wilde geen nieuwe religie stichten; hij wilde de horizon van het Jodendom verbreden.

Het probleem is dat Paulus’ woorden, eenmaal losgemaakt van hun Joodse context, een eigen leven gingen leiden. Toen de kerk zich losmaakte van de synagoge, toen de meerderheid van de gelovigen heidenen waren die de Thora niet kenden, toen de tempel was verwoest en het rabbijnse jodendom zich herstructureerde, werden Paulus’ brieven gelezen door mensen die zijn wereld niet meer deelden. Zijn retoriek werd theologie. Zijn pastorale adviezen werden dogma. Zijn polemiek tegen bepaalde vormen van wetsbetrachting werd een algemene afwijzing van de Thora. Zijn verdriet over het ongeloof van sommige Joden werd een veroordeling van het Jodendom als geheel.

Zo ontstond een Paulus die Paulus zelf niet meer zou hebben herkend: een Paulus die tegenover het Jodendom stond in plaats van erin geworteld te zijn. Een Paulus die de Thora afschafte in plaats van haar te herinterpreteren. Een Paulus die de kerk tegenover Israël plaatste in plaats van haar binnen Israël te situeren. Deze Paulus werd de Paulus van de kerkvaders, van Augustinus, van Luther — een Paulus die de basis legde voor een theologie waarin het Jodendom werd gezien als achterhaald, blind, verhard, verworpen.

De vraag of Paulus “verantwoordelijk” is, is daarom dubbel. Aan de ene kant: nee. Paulus wilde geen antisemitisme, geen vervangingstheologie, geen breuk met Israël. Hij wilde een inclusieve messiaanse beweging waarin Joden en heidenen samen de God van Israël zouden dienen. Aan de andere kant: ja. Paulus gebruikte taal die, eenmaal losgemaakt van zijn context, vatbaar was voor misverstand. Hij schreef brieven die openstonden voor interpretatie, voor misinterpretatie, voor instrumentalisering. Hij legde een theologische dynamiek in de wereld die, in handen van anderen, een richting insloeg die hij nooit had bedoeld.

Het is dus niet Paulus die de geschiedenis ontspoorde, maar de manier waarop zijn woorden werden gelezen door een kerk die haar Joodse wortels verloor. Het is het verlies van context dat de catastrofe mogelijk maakte. Paulus schreef als Jood tot Joden en heidenen binnen een Joodse beweging. De kerk las hem later als christen tegenover Joden binnen een nieuwe religie. Dat verschil is allesbepalend.

In die zin is Paulus niet de oorzaak van de tragedie, maar de eerste schakel in een keten van misverstanden. Zijn brieven zijn geen blauwdruk voor vijandschap, maar ze werden wel de grondstof voor een theologie die de deur opende naar eeuwen van anti-joodse beeldvorming. De verantwoordelijkheid ligt dus niet bij Paulus als persoon, maar bij de historische ontwikkeling die zijn woorden uit hun bedding tilde en ze gebruikte om een kloof te creëren die hij zelf nooit had gewild.

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in audio, Jodendom, Paulus. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *