Er bestaat een hardnekkige stelling in het publieke debat dat Hamas “de wettige regering van Gaza” zou zijn, en dat zijn geweld daarom moet worden begrepen als een vorm van verzet tegen een bezetter. Deze redenering klinkt moreel zelfverzekerd, maar stort in zodra men haar confronteert met de meest elementaire feiten. Zij is niet alleen historisch onjuist, maar ook moreel misleidend: een ideologisch rookgordijn dat de werkelijkheid van Gaza verdoezelt en de verantwoordelijkheid van Hamas minimaliseert.
Om te beginnen: Hamas is geen democratisch gelegitimeerde regering. De laatste verkiezingen in de Palestijnse gebieden vonden plaats in 2006. Meer dan de helft van de huidige bevolking van Gaza was toen nog niet geboren. Hamas won die verkiezingen, maar greep vervolgens in 2007 met geweld de macht in Gaza, verdreef rivalen, executeerde tegenstanders en schortte elke vorm van verkiezing voor onbepaalde tijd op. Een regering die zichzelf vijftien jaar lang aan de macht houdt zonder verkiezingen, zonder oppositie, zonder persvrijheid en zonder rechtsstaat, kan men moeilijk “wettig” noemen zonder het begrip zelf te ontkrachten.
Wie Hamas “de regering van Gaza” noemt, bedoelt in werkelijkheid: Hamas is de groep die de wapens heeft, de grenzen controleert, de bureaucratie domineert en de bevolking onderwerpt. Dat is geen legitimiteit, dat is macht. En macht zonder legitimiteit is geen regering, maar een heerschappij.
Daarmee komen we bij het tweede misverstand: dat het geweld van Hamas een vorm van verzet zou zijn. Verzet is een politiek begrip dat veronderstelt dat men strijdt tegen een militaire macht, een bezettingsleger, een staat. Maar Hamas richt zijn geweld niet uitsluitend op militaire doelen; het richt zich op burgers, op willekeurige doelwitten, op het maximaliseren van angst. Dat is geen verzet, maar een strategie die voortkomt uit een ideologie die in het Handvest van 1988 expliciet is vastgelegd: een religieus gemotiveerde strijd tegen Joden als collectieve vijand, niet tegen Israël als politieke entiteit. Het Handvest spreekt niet over zelfbeschikking, niet over burgerrechten, niet over een Palestijnse staat naast Israël, maar over de vernietiging van Israël en een kosmische strijd tegen Joden. Dat is geen bevrijdingsideologie, maar eliminatorische politiek.
Het argument dat Hamas “de steun van de bevolking” zou hebben, is evenzeer een mythe. (Gelukkig maar, trouwens.) In autoritaire contexten is steun nooit een vrije keuze. In Gaza controleert Hamas de media, de veiligheid, de distributie van middelen en de publieke ruimte. Dissidentie wordt bestraft, protest wordt onderdrukt, alternatieven worden onmogelijk gemaakt. Zelfs als een deel van de bevolking Hamas steunt — uit overtuiging, uit angst, uit gebrek aan alternatieven — dan nog is dat geen democratische steun, maar een mengsel van dwang en wanhoop. De bevolking van Gaza is geen monolithisch blok dat zich achter Hamas schaart; het is een samenleving van twee miljoen individuen die onder omstandigheden leven waarin politieke keuzevrijheid een fictie is.
Het is daarom intellectueel oneerlijk en moreel gevaarlijk om Hamas te presenteren als de legitieme vertegenwoordiger van de Palestijnen in Gaza. Het is een manier om de bevolking te reduceren tot verlengstuk van hun machthebbers, om hun lijden te herinterpreteren als politieke keuze, en om de verantwoordelijkheid van Hamas te verhullen achter de retoriek van “verzet”. Het is een narratief dat de complexiteit van Gaza vervangt door een ideologisch schema waarin elke daad van Hamas wordt gelegitimeerd door de simpele bewering dat het “tegen een bezetter” zou zijn.
Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Hamas is geen klassieke verzetsbeweging, maar een organisatie die haar eigen bevolking gijzelt in een strategie van permanente confrontatie. Het gebruikt de bevolkingsdichtheid van Gaza als schild, de wanhoop van de bevolking als brandstof en de afwezigheid van politieke alternatieven als legitimatie. Het presenteert zichzelf als verdediger, maar gedraagt zich als heerser. En wie dat niet onder ogen wil zien, maakt zich schuldig aan een vorm van morele gemakzucht die de bevolking van Gaza geen recht doet.
De kern is dit: Hamas is niet de wettige regering van Gaza, maar de macht die Gaza beheerst. En zijn geweld is geen verzet, maar de uitvoering van een ideologie die geen ruimte laat voor compromis, co-existentie of politieke oplossing. Wie dat geweld romantiseert als “verzet”, miskent zowel de aard van Hamas als de tragiek van de bevolking die onder zijn heerschappij leeft.