Is er hoop voor Gaza?

Jan Luiten schreef:

Er zijn in het OT zes profetieën over de Gazastrook: Jesaja 14:28-32, Amos 1:6-8, Sefanja 2:4-7, Jeremia 47:1-7, Ezechiel 25:15-17, Joel 4:4-8 en Zacharia 9:5-7. Het is niet de eerste keer dat de Gazastrook volledig verwoest wordt (in bovengenoemde gevallen door de Assyriers, de Egyptenaren en de Grieken). Het is allemaal schrikbarend, maar wat zouden we van deze profetische teksten kunnen leren?

Wanneer we in het Oude Testament lezen over Gaza en de Filistijnen, stuiten we op een reeks profetieën die spreken over verwoesting, oordeel en soms ook hoop. Jesaja, Amos, Sefanja, Jeremia, Ezechiël, Joël en Zacharia noemen Gaza expliciet en verbinden het lot van deze stad en regio met Gods handelen in de geschiedenis. Het is opvallend dat deze teksten niet slechts één moment beschrijven, maar verschillende periodes waarin Gaza door grootmachten werd verwoest: Assyriërs, Egyptenaren, Grieken. Dat roept de vraag op wat wij van deze profetische teksten kunnen leren, nu wij opnieuw zien dat Gaza een plaats van conflict en lijden is.

De profetieën zijn geworteld in concrete gebeurtenissen: militaire verwoestingen, machtswisselingen, sociale onrechtvaardigheid. Gaza fungeert als symbool van menselijke macht die telkens weer instort. Jesaja spreekt over de val van Filistijnse steden na de dood van een koning en benadrukt dat menselijke macht vergankelijk is. Amos veroordeelt Gaza vanwege het deporteren van hele bevolkingsgroepen en legt de nadruk op Gods oordeel over onrecht. Sefanja kondigt aan dat Gaza verlaten zal worden, maar voegt toe dat het land later een plaats van rust zal zijn voor het volk van God. Jeremia beschrijft een naderende vloed van verwoesting, Ezechiël spreekt over Gods wraak vanwege vijandigheid en wraakzucht, Joël verwijt Gaza dat het Gods volk heeft verkocht en uitgebuit, en Zacharia voorspelt dat Gaza angstig zal zijn en dat haar macht zal verdwijnen, maar dat zelfs de Filistijnen opgenomen zullen worden in Gods volk.

Wat deze profetieën duidelijk maken, is dat menselijke macht niet absoluut is. Grootmachten komen en gaan, steden worden verwoest en herbouwd, maar God blijft de Heer van de geschiedenis. Het oordeel dat over Gaza wordt uitgesproken is niet willekeurig, maar gericht op concrete daden van onrecht en uitbuiting. God staat aan de kant van de zwakken en veroordeelt geweld en onderdrukking. Tegelijkertijd klinkt er in sommige teksten hoop: herstel, inclusie, vernieuwing. Oordeel en genade zijn geen tegenpolen, maar twee kanten van Gods trouw. Oordeel is gericht tegen onrecht, maar genade opent de weg naar herstel van het recht.

Voor ons vandaag betekent dit volgens mij dat we deze teksten niet letterlijk moeten gaan lezen als voorspellingen van hedendaagse gebeurtenissen. Ze spreken over concrete situaties in de oudheid en hebben een bepaalde historische context. Toch kunnen ze ons helpen nadenken over patronen die zich herhalen: macht, geweld, verwoesting, en de roep om gerechtigheid. Gaza onder Hamas is zeker een realiteit die je kunt herkennen in de teksten: er is niets nieuws onder de zon.  Gaza’s verwoesting laat zien dat menselijke macht vergankelijk is en dat hoogmoed en zelfgenoegzaamheid gevaarlijk zijn. Geen stad, geen natie, geen systeem is onaantastbaar. Dat ondervinden de Palestijnen aan den lijve.

De profetieën over Gaza herinneren ons ook eraan dat gerechtigheid en barmhartigheid centraal moeten staan. Wij zijn geroepen tot solidariteit met de zwakken, tot het verwerpen van geweld, en tot het bouwen van gemeenschap in plaats van verwoesting. Maar zelfs na de verwoesting toen, klonk er een belofte van herstel. Dat leert ons dat verwoesting niet het laatste woord heeft. Er is altijd ruimte voor vernieuwing, voor inclusie, voor gemeenschap. Gaza zou kunnen herstellen, vrede is mogelijk, hoe moeilijk ze ook na 1948 geworden is.

De profeten herinneren ons eraan dat God niet afwezig is in de geschiedenis, en dat Hij uiteindelijk ook heerst over het heden. De profetieën over Gaza zijn schrikbarend in hun beschrijving van verwoesting en dat resoneert met onze huidige ervaring, maar ze zijn ook hoopvol in hun belofte van herstel. Ze leren ons dat terreur vergankelijk is, dat gerechtigheid onvermijdelijk en noodzakelijk is, en dat genade toch het laatste woord heeft. In een tijd waarin Gaza opnieuw symbool staat voor conflict en lijden, nodigen deze oude teksten ons uit om niet te vervallen in cynisme of fatalisme, maar om te zoeken naar wegen van gerechtigheid, barmhartigheid en gemeenschap. Om Gazaanse Arabieren niet alleen te bestrijden waar ze zichzelf hebben gereduceerd tot terroristen, maar om ze ook te blijven uitnodigen de weg van de vrede te zoeken.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Theologie, Theologische kritiek. Bookmark de permalink.