Is er echt een verschil tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit?

Het is een hardnekkige illusie dat Hamas en de Palestijnse Autoriteit twee tegengestelde polen zouden vormen: de ene een gewelddadige theocratische beweging, de andere een gematigde, diplomatieke regering die het pad naar vrede bewandelt. Deze tegenstelling wordt vaak gepresenteerd als vanzelfsprekend, bijna dogmatisch: Hamas is het probleem, de PA is de partner. Maar wie de feiten onder ogen durft te zien, ziet dat dit onderscheid grotendeels retorisch is. In de praktijk vertonen Hamas en de PA een reeks structurele overeenkomsten die het beeld van een “goede” en een “slechte” Palestijnse vertegenwoordiger ondermijnen.

Om te beginnen delen beide bewegingen een fundamenteel democratisch deficit. Hamas heeft sinds 2007 geen verkiezingen meer toegestaan en regeert Gaza met harde hand. Maar de PA doet nauwelijks beter. Mahmoud Abbas werd in 2005 gekozen voor een termijn van vier jaar; hij zit inmiddels meer dan twintig jaar in functie zonder nieuwe verkiezingen. De Palestijnse Wetgevende Raad is al jaren buiten werking gesteld. De PA regeert niet dankzij democratische legitimiteit, maar dankzij internationale erkenning en interne machtsconcentratie. In beide gevallen is de bevolking geen bron van macht, maar een object van bestuur.

Daarmee komen we bij de tweede overeenkomst: beide organisaties zijn voortgekomen uit gewapende bewegingen en hebben nooit werkelijk afstand genomen van geweld als politiek instrument. Hamas doet dat openlijk, de PA verhult het in diplomatieke taal. Maar wie de toespraken, schoolboeken en staatsmedia onder PA‑controle leest, ziet dat de retoriek van “verzet”, “martelaarschap” en “terugkeer door strijd” niet is verdwenen. Zij is slechts subtieler verpakt. De PA erkent Israël formeel, maar in de praktijk wordt die erkenning voortdurend ondergraven door symboliek, onderwijs en politieke taal die een toekomst zonder Israël suggereren. Hamas zegt openlijk wat de PA impliciet laat doorschemeren.

De derde overeenkomst is misschien wel de meest ongemakkelijke: beide bewegingen hebben een belang bij het voortbestaan van het conflict. Hamas gebruikt het conflict als bestaansreden; de PA gebruikt het als legitimatie. Hamas presenteert zichzelf als de enige echte verdediger van Palestina, de PA als de enige diplomatieke vertegenwoordiger. Maar in beide gevallen is vrede een bedreiging voor hun machtspositie. Een duurzame oplossing zou nieuwe verkiezingen vereisen, nieuwe instituties, nieuwe leiders. Voor zowel Hamas als de PA is dat een risico dat zij liever vermijden. De status quo is voor beide partijen politiek vruchtbaar, hoe desastreus die ook is voor de bevolking.

Een vierde overeenkomst is de manier waarop beide organisaties omgaan met interne oppositie. Hamas onderdrukt rivalen met geweld; de PA doet hetzelfde, maar bureaucratischer. Dissidenten worden gearresteerd, media worden gecontroleerd, oppositiepartijen worden gemarginaliseerd. De verschillen zitten in stijl, niet in principe. Beide systemen zijn gebouwd op patronage, loyaliteit en repressie. De bevolking heeft geen reële politieke keuzevrijheid, slechts de illusie van twee alternatieven die in wezen dezelfde logica volgen.

En dan is er de ideologische dimensie. Hamas’ Handvest van 1988 is openlijk eliminatorisch en religieus gemotiveerd. De PA heeft dat soort taal officieel achter zich gelaten, maar in de praktijk blijft een groot deel van haar politieke cultuur doordrenkt van vijandbeelden, historische mythologie en een narratief waarin Israël geen blijvende plaats heeft. De PA spreekt de taal van diplomatie, maar voedt een cultuur die de taal van strijd blijft spreken. Hamas is de vuist; de PA is de handschoen. Maar de hand die erin zit, is dezelfde.

Het is daarom correct om te stellen dat Hamas en de PA twee varianten zijn van hetzelfde politieke fenomeen: bewegingen die voortkomen uit strijd, die regeren zonder democratische vernieuwing, die afhankelijk zijn van het conflict voor hun legitimiteit, en die geen overtuigend alternatief bieden voor een toekomst waarin Palestijnen en Israëli’s naast elkaar bestaan. De ene variant is openlijk gewelddadig, de andere diplomatiek omhuld; de ene beroept zich op religie, de andere op internationale erkenning.

Maar beide zijn producten van een politiek systeem dat geen ruimte laat voor echte democratie, echte verzoening of echte verandering.

Wie deze overeenkomsten benoemt, wordt vaak beschuldigd van simplificatie. Maar het is juist de weigering om deze parallellen onder ogen te zien die het debat simplificeert. Zolang Hamas en de PA worden voorgesteld als tegenpolen, blijft de illusie bestaan dat er een gematigde, democratische Palestijnse vertegenwoordiging klaarstaat om vrede te sluiten zodra Hamas is verdwenen. Maar die vertegenwoordiging bestaat niet. Niet in Gaza, niet op de Westelijke Jordaanoever, niet in de huidige politieke constellatie.

De tragiek is dat de Palestijnse bevolking gevangen zit tussen twee bewegingen die meer op elkaar lijken dan zij verschillen — en dat de wereld zich blijft vastklampen aan een onderscheid dat in de praktijk steeds moeilijker vol te houden is.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Israël. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *