Paulus’ visie op de relatie tussen de volken en Israël behoort tot de meest intrigerende en omstreden onderdelen van zijn theologie. In Romeinen 9–11 probeert hij te verwoorden hoe de God van Israël trouw kan blijven aan zijn volk en tegelijk de volken binnenbrengt in het verbond. Moderne uitleggers hebben dit spanningsveld vanuit verschillende invalshoeken benaderd, en drie stemmen klinken daarbij bijzonder helder: Mark Nanos, James D.G. Dunn en E.P. Sanders. Hun interpretaties verschillen sterk, maar samen laten zij zien hoe rijk en gelaagd Paulus’ denken is.
Mark Nanos leest Paulus radicaal binnen het Jodendom. Voor hem is Paulus geen breker met Israël, maar iemand die gelooft dat de eindtijd is aangebroken. De opstanding van Christus en de gave van de Geest markeren volgens Paulus het moment waarop de profetieën over de volken in vervulling gaan. Daarom moeten heidenen niet eerst Joden worden, maar juist als volken de God van Israël gaan aanbidden. Dat is de eerste stap in Paulus’ “twee‑stappenplan”: de volken komen binnen als volken. De tweede stap volgt wanneer Israël ziet dat de profetische verwachting werkelijkheid wordt. Die confrontatie wekt geen vijandige jaloezie, maar een heilige herkenning: dit is wat de profeten bedoelden. Zo wordt Israël uiteindelijk hersteld, en “heel Israël zal worden gered”. Bij Nanos is er geen sprake van vervanging, maar van een goddelijke volgorde waarin Joden en heidenen elkaar nodig hebben.
James Dunn legt het accent anders. Voor hem draait Paulus’ worsteling vooral om sociale inclusie. De vraag is niet of de Thora goed is, maar hoe zij functioneert. Wanneer de Thora wordt gebruikt als etnische grens — via besnijdenis, voedselwetten en sabbat — sluit zij de volken buiten. Paulus’ leer van de rechtvaardiging door geloof is volgens Dunn een manier om deze grenzen te doorbreken en Joden en heidenen op gelijke voet te plaatsen. De volken hoeven geen Joden te worden om bij God te horen; zij mogen komen zoals zij zijn. Israël blijft belangrijk, maar moet leren dat de God van het verbond ook de God van de volken is.
E.P. Sanders kijkt weer vanuit een ander perspectief. Hij stelt dat Paulus niet begint bij een analyse van de menselijke nood, maar bij de overtuiging dat Christus de universele oplossing is. Als Christus de enige weg tot redding is, dan moet de hele wereld — Joden én heidenen — die weg gaan. Vanuit die overtuiging redeneert Paulus terug naar de conclusie dat de Thora niet de weg tot redding kan zijn. Sanders ziet Paulus’ visie op Israël als een spanningsveld waarin Paulus soms moeite heeft om zijn overtuiging over Christus te verbinden met Gods blijvende trouw aan Israël. In Romeinen 11 probeert Paulus beide vast te houden, maar volgens Sanders blijft er een zekere innerlijke spanning bestaan.
Wanneer deze drie stemmen samen worden gehoord, ontstaat een rijk beeld. Nanos benadrukt de eschatologische timing: de volken komen binnen als teken van de eindtijd, en Israël volgt. Dunn benadrukt de sociale dynamiek: de muren tussen Joden en heidenen moeten verdwijnen. Sanders benadrukt de theologische kern: Christus staat centraal als Gods universele redding. Elk perspectief raakt een ander facet van Paulus’ denken, en samen laten zij zien hoe diep Paulus heeft nagedacht over de vraag hoe de ene God van Israël de God van alle volken kan zijn zonder zijn beloften aan Israël te verloochenen.