Jan Luiten schreef:
Voor vergelding hoeven christenen niet te schrikken. Ook Jezus heeft een zwaard in de mond (Openbaring). Hij sprak vaak over de hel. Het is gerechtigheid tegenover kwaad willen doen. Persoonlijk heb ik het moeilijk met het verschijnsel hel, maar het Nieuwe Testament is er duidelijk over. Overigens zwijgt de Tenach er ook niet over: zie de laatste verzen van Jesaja 66.
Je wijst terecht op de passages waarin zowel het Nieuwe Testament als de Tenach spreken over oordeel en vergelding. In Openbaring wordt het beeld van het zwaard uit de mond van Christus gebruikt als symbool van het woord dat oordeelt en scheidt (vgl. Hebreeën 4:12). Het gaat hier minder om fysieke vergelding dan om een eschatologische gerechtigheid die kwaad en goed definitief van elkaar scheidt.
De hel als concept is inderdaad complex. Barth benadrukt dat het spreken over de hel nooit losstaat van het spreken over Christus: het is de uiterste consequentie van het afwijzen van Gods genade, maar tegelijk wordt het – als “straf” – door Christus gedragen en overwonnen. Sanders en Trigano zouden eraan toevoegen dat concepten als uitverkiezing en oordeel altijd relationeel zijn: ze definiëren de door God beoogde gemeenschap door een voorstelling vn zuivering en van uitsluiting, maar niet als statische categorieën, en dus ook niet als “realiteiten” — maar eerder als dynamische verhoudingen tussen God en mens. Ons aardse gevoel van gerechtigheid denkt in termen van straf, en ons voorstellingsvermogen bedenkt een plaats van straf en lijden. De hel is dan een actie van gerechtvaardigde en eeuwige wraak. De theologische diepte is hier echter belangrijker dan het oppervlakkige beeld. De notie “hel” drukt de totale overwinning van de gerechtigheid uit, en niet zozeer een letterlijke plaats van straf en lijden.
Jesaja 66 sluit daarbij aan: de verzen over het zien van de lijken van hen die tegen God in opstand kwamen, zijn geen neutrale beschrijving van een “plaats” of van een gebeurtenis, maar een profetische verbeelding van de radicale tegenstelling tussen trouw en verzet. Het Nieuwe Testament neemt dit beeld over, maar plaatst het in het licht van Christus’ overwinning.
Voor christenen is het dus niet zozeer een kwestie van “niet schrikken voor vergelding”, maar van erkennen dat gerechtigheid en oordeel in de Schrift altijd verbonden zijn met Gods heilsplan. Het spreken over hel en vergelding blijft daarom een schandaal: het confronteert ons met de ernst van het kwaad, maar ook met de radicaliteit van Gods genade die juist in Christus zichtbaar wordt. Kortom: de notie van de “hel” is bedoeld om Gods overwinning in zijn heilsplan te benadrukken en staat nooit los van de kern van het evangelie.
Dag Robbert, dank voor je verschillende reacties. Ik ga een en ander bekijken. Deze reactie is tevens om te kijken of het technisch weer mogelijk is te reageren op je berichten op je website. Groet, Jan.
Vanwaar de vernieuwde interesse in Christus , was het niet zo dat jij hem diskwalificeerde?
Dat was ook een strijd in ons huwelijk.
? Dat is wel een heel persoonlijke reactie, zichtbaar voor iedereen. Maar goed. Ik heb Hem nooit gediskwalificeerd, maar alleen niet langer gezien volgens de lijnen van de Christelijke dogmatiek van de 4e eeuw. Het idee van de God-Mens is een dogmatische stelling die te ver afwijkt van de oorspronkelijke joodse matrix waarin Jezus leefde en uiteindelijk als martelaar stierf. Ik heb meer met Jezus dan ooit, omdat ik minder dan ooit denk binnen de lijnen van de 4e-eeuwse dogmatiek. Dat heb ik altijd proberen uit te leggen. (Maar als iemand niet echt in staat is te luisteren naar wat sterk afwijkt van de stelligheid van het dogma, zal die uitleg waarschijnlijk niet goed overgekomen zijn.) Ik heb overigens begrepen dat ook jij hebt gezegd dat in jouw geloofsovertuiging Jezus niet God is.