Het Oude Testament wordt alleen vervuld in Christus (5)

4. Oudtestamentische beloften worden vervuld in Christus en niet in een toekomstig nationaal herstel van Israël.

Citaat: “Jezus vervulde alle oudtestamentische beloften… niet om Joods particularisme te verwerkelijken.


Stelling 4 beweert dat Christus de heilsgeschiedenis naar haar universele bestemming voert en dat daarom geen enkele bijzondere toekomst of religieuze betekenis voor Israël kan blijven bestaan. Is dat geen subtiele vorm van supersessionisme?

Vanuit het perspectief dat Gods trouw aan Israël blijvend is, overtuigt deze conclusie niet.

De Schrift zelf verbindt de universele reikwijdte van Gods heil juist met de blijvende betrouwbaarheid van zijn beloften aan Israël. Paulus schrijft dat “de wortel heilig is” (Rom. 11:16) en dat de heidenen slechts als wilde loten zijn geënt op die bestaande, heilige olijf. Dat beeld suggereert geen opheffing van Israëls rol, maar juist een voortgaande betekenis van Israël als dragende structuur van Gods heilsplan.

Ook de profeten spreken over een toekomst waarin Israël niet verdwijnt in een universele mensheid, maar juist als Israël wordt hersteld. Jesaja zegt dat God “Zijn hand opnieuw zal opheffen om het overblijfsel van Zijn volk terug te winnen” (Jes. 11:11). Ezechiël spreekt over een toekomst waarin God “de kinderen van Israël uit de volken zal verzamelen” (Ez. 37:21). Deze profetieën worden in het Nieuwe Testament niet ingetrokken. Wanneer de leerlingen Jezus vragen: “Zult Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël herstellen?” (Hand. 1:6), wijst Jezus hun verwachting niet af, maar zegt Hij slechts dat de tijden aan de Vader toebehoren. De inhoud van de verwachting blijft daarmee open.

Paulus gaat nog verder wanneer hij zegt dat “heel Israël zal worden gered” (Rom. 11:26). Hij verbindt deze uitspraak niet met een etnisch privilege, maar met Gods eigen trouw: “De genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk” (Rom. 11:29). De universele reikwijdte van Christus’ werk staat dus niet tegenover Israëls toekomst, maar is er juist mee verweven. Christus bevestigt de beloften aan de vaderen, niet door ze te neutraliseren, maar door ze te vervullen en te verdiepen.

Het Nieuwe Testament presenteert Christus als het licht voor de volken, maar ook als de Messias van Israël. Simeon zegt dat Hij is gegeven “tot een licht voor de heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël” (Lk. 2:32). De universaliteit van het evangelie gaat dus niet ten koste van Israëls eigen plaats, maar omvat die juist. De gedachte dat een universeel heil noodzakelijk betekent dat Israël geen bijzondere rol meer kan hebben, wordt door deze teksten tegengesproken. De Schrift laat zien dat Gods weg met Israël en Gods weg met de volken geen concurrerende trajecten zijn, maar twee lijnen die in Christus samenkomen zonder elkaar op te heffen.

Vanuit dit geheel van bijbelse getuigenissen is het goed verdedigbaar

dat Christus’ universele heilswerk niet betekent dat Israël zijn theologische betekenis verliest. Integendeel: de universaliteit van het evangelie is juist geworteld in Gods blijvende trouw aan Israël. Christus vervult de beloften aan Israël, maar vervulling is geen vervanging.

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in polemiek. Bookmark de permalink.

2 reacties op Het Oude Testament wordt alleen vervuld in Christus (5)

  1. Robbert Veen schreef:

    Dank voor je reactie, Jan. Ik herken je verwijzing naar Romeinen 11. Dat hoofdstuk houdt precies die dubbele beweging vast die voor mij centraal staat: Gods blijvende trouw aan Israël én de insluiting van de volken.

    Waar ik zelf terughoudend mee ben, is om de profetieën direct te koppelen aan een uitgewerkt eindtijdscenario. Het Nieuwe Testament laat de verwachting van Israëls toekomst bewust open: Jezus corrigeert de timing, niet de inhoud (Hand. 1:6–7), en Paulus spreekt over een toekomstig handelen van God zonder dat hij dat verder invult.

    Dat Israël niet is opgegaan in de volken zie ik inderdaad als een teken van Gods onberouwelijke roeping (Rom. 11:29). Dat betekent zeker een blijvende theologische en eschatologische betekenis binnen Gods heilsplan.

    Kortom: we delen de overtuiging dat Israëls rol niet is uitgespeeld. Mijn punt is vooral dat vervulling geen vervanging betekent, en dat de universaliteit van Christus’ werk juist rust op Gods blijvende trouw aan Israël.

  2. Jan Luiten schreef:

    Ja, de profeten spreken heel vaak over het herstel van Israel en een nieuwe Koning zoals David. Dit was volgens mij de reden voor de dispensationalisten om het 1000-jarig vrederijk te betrekken op deze profetieen. Ik ben zelf geen voorstander van enige vorm van millenialisme. Dus vooralsnog projecteer ik de bedoelde profetieen in het laatste der dagen. Naar de opinie van Paulus zal het verharde Israel (de takken die zijn weggehaald van de olijfboom) als de volheid der heidenen is binnengegaan, zich bekeren tot Jezus. en weer op de boom worden geent. De Heer werkt met verharding en ontferming om zijn doel, het behoud van mensen te bereiken. Zie voor dit alles Rom. 11. Hoe dan ook, de rol van Israel is beslist niet uitgespeeld. Ik vermoed dat zij in de eindtijd een belangrijke rol zullen spelen. Er is nog een reden dat de Joden niet opgegaan zijn in de volken. Zij zijn het levende bewijs dat God er is: zij hebben de Schrift (de Tenach) gekregen (staat ergens in de Romeinenbrief).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *