Het begin van de Reformatie bij Luther

Op 31 oktober 1517 schreef Luther twee brieven, met op dat moment nog 93 stellingen, aan aartsbisschop Albrecht van Brandenburg van Maagdenburg en Mainz, en aan Hieronymus Schulz, bisschop van Brandenburg. Daarin stelde hij de aflaatverkoop van Johann Tetzel, een dominicanenpriester, aan de kaak.

Luther was namelijk geconfronteerd geweest met mensen die hun zonden kwamen biechten en daarna hun aflaten lieten zien, zodat hij ze als biechtvader geen boetedoening kon opleggen en slechts de vrijspraak (absolutie) kon geven. Het was een kwijtschelden van straf voor zonden door de paus, door te putten uit de verdienste van de goede werken van Christus en alle gelovigen. Hiervoor was weliswaar biecht, berouw en vergiffenis nodig, maar het aankopen van de aflaat was voldoende om de zondestraffen kwijtgescholden te krijgen zonder grote persoonlijke inzet. Luther vond dit een misstand en wilde die aanklagen en rechtzetten, en ging ervan uit dat de paus de misbruiken van de aflaatverkoop ook zou veroordelen.

De aflaat waartegen Luther in het bijzonder protesteerde was de Jubileumaflaat voor de nieuwbouw van de Sint-Pieterskerk, die ook verkocht werd aan de nabestaanden van mensen die inmiddels waren overleden, en waarmee ze hun dode geliefden een paar jaar vagevuur konden besparen. De brief aan Albrecht kwam op 17 november in Calbe, de tweede zetel van het bisdom, aan. Albrecht, die op dat moment in Aschaffenburg was, zag de brief voor het eerst op 13 december.

Intussen wachtte Luther op antwoord. Dat kreeg hij niet. Ook niet van zijn onmiddellijke leidinggevende Hieronymus Schulz. In december 1517 was het Tetzel die als eerste, in het openbaar, reageerde, in de vorm van eigen stellingen, die in drukvorm verschenen. Daarop voegde Luther nog twee stellingen aan de zijne toe, zodat het totaal van 95 stellingen werd bereikt, en stuurde ze, opnieuw handgeschreven, naar een reeks van zijn vrienden. Op hun initiatief verschenen ze daarop in januari 1518 in drukvorm.

De legende van het aanslaan van de stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg ontstond pas na Luthers dood.

BRON: WIKIPEDIA

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.