De gebeurtenissen van 7 oktober kwamen niet voort uit strategische verwarring of uit een misrekening van Hamas’ militaire capaciteiten. Ze weerspiegelden een bewuste poging om een politieke werkelijkheid te doorbreken die volgens Hamas steeds vijandiger werd voor Palestijnse aspiraties en steeds onverschilliger voor het lijden in Gaza. De aanval was niet bedoeld om Israël militair te verslaan—een uitkomst waarvan Hamas wist dat die onmogelijk was—maar om een kettingreactie op gang te brengen die de regionale en internationale verhoudingen fundamenteel zou herschikken.
Centraal in deze strategie stond de verwachting, zelfs de bedoeling, dat Israël met overweldigend geweld zou terugslaan. Hamas begrijpt al lang dat de Israëlische militaire doctrine inzet op snelle, grootschalige vergelding. Door zo’n reactie uit te lokken, wilde Hamas een humanitaire catastrofe creëren die zo omvangrijk zou zijn dat zij het wereldwijde debat zou domineren, publieke verontwaardiging zou aanwakkeren en het internationale narratief zou verschuiven van de oorspronkelijke aanval naar het lijden van Palestijnse burgers. In die zin was de verwoesting onder burgers geen onvoorzien neveneffect, maar een essentieel onderdeel van Hamas’ politieke berekening.
Daarnaast probeerde Hamas het diplomatieke landschap te herschikken. In de maanden voorafgaand aan oktober 2023 leek de Arabisch-Israëlische normalisatie—met name de mogelijke overeenkomst tussen Saoedi-Arabië en Israël—de Palestijnse kwestie verder te marginaliseren dan ooit tevoren. Door een crisis van ongekende omvang te ontketenen, wilde Hamas deze normalisatie ontsporen en Arabische regeringen dwingen afstand te nemen van Israël, waardoor de Palestijnse zaak opnieuw centraal zou komen te staan in de regionale diplomatie. De aanval was daarmee een poging om de koers van een geopolitieke herschikking te breken die volgens Hamas de Palestijnse claims definitief zou ondermijnen.
Een ander doel was het internationaal isoleren van Israël. Hamas rekende erop dat beelden van vernietiging in Gaza, versterkt door wereldwijde media en sociale netwerken, Israëls diplomatieke positie zouden aantasten en de westerse consensus zouden doen wankelen. Naarmate het aantal burgerdoden opliep, verwachtte Hamas dat de internationale druk op Israël zou toenemen—een politieke winst die geen enkel militair succes kon evenaren.
Ten slotte was de aanval bedoeld om de interne Palestijnse politiek te herschikken. De Palestijnse Autoriteit, al verzwakt en breed gediskrediteerd, werd verder gemarginaliseerd door haar onvermogen om gebeurtenissen te beïnvloeden of haar bevolking te beschermen. Hamas positioneerde zich—door geweld, spektakel en opoffering—als de enige actor die in staat was de status quo te doorbreken. Zo probeerde het de leiding over de Palestijnse nationale beweging terug te winnen, niet via verkiezingen of onderhandelingen, maar via de ontwrichtende kracht van gewapend verzet.
Gezamenlijk laten deze elementen zien dat Hamas’ strategie fundamenteel politiek is, niet militair. De humanitaire catastrofe die volgde was geen onbedoeld gevolg van de aanval; het was het terrein waarop Hamas zijn politieke strijd wilde uitvechten. Door overweldigende vergelding uit te lokken, massaal lijden te veroorzaken en de wereld te dwingen de gevolgen onder ogen te zien, probeerde Hamas een vastgelopen conflict om te vormen tot een mondiale crisis—een crisis waarin het zijn eigen relevantie kon herbevestigen en de regionale orde kon herschikken.
Wanneer we deze strategische logica nader beschouwen, dringt zich onvermijdelijk een morele vraag op: hoe moeten we een strategie beoordelen die bewust rekent op het lijden van de eigen bevolking om politieke doelen te bereiken? Vanuit vrijwel elk menselijk perspectief is zo’n benadering diep cynisch te noemen. Hamas’ berekening dat massale verwoesting en burgerleed de internationale aandacht zouden verschuiven, impliceert een bereidheid om de bevolking van Gaza in te zetten als instrument in een bredere strijd. Het is een strategie die niet primair gericht is op bescherming, maar op ontwrichting — niet op het voorkomen van tragedie, maar op het mobiliseren ervan.
Dit cynisme staat in scherp contrast met de realiteit waarin gewone Palestijnen leven. Voor hen is het lijden geen abstract politiek middel, maar een dagelijkse, existentiële werkelijkheid. De vernietiging van huizen, families en gemeenschappen is geen strategisch concept, maar een onherstelbaar verlies. In die zin legt de strategie van Hamas een tragische kloof bloot tussen de logica van een verzetsbeweging en de kwetsbaarheid van de bevolking die zij zegt te vertegenwoordigen.
Tegelijkertijd heeft deze strategie de weg naar een onafhankelijke Palestijnse staat niet dichterbij gebracht, maar eerder verder weg geduwd. De aanval van 7 oktober heeft het wantrouwen tussen Israëli’s en Palestijnen verdiept tot een niveau dat elke vorm van politieke verbeelding verstikt. Israëlische bereidheid tot concessies is verder afgenomen, de Palestijnse Autoriteit is nog verder gemarginaliseerd, en de internationale gemeenschap is meer verdeeld dan ooit. Wat ooit een moeizaam pad naar een tweestatenoplossing was, lijkt nu een bijna onbegaanbare route te zijn geworden — niet alleen door de gebeurtenissen zelf, maar door de psychologische en politieke littekens die zij hebben achtergelaten.
En dan blijft de meest pijnlijke vraag over: zijn de enorme aantallen burgerslachtoffers in Gaza vergeefs geweest? Vanuit menselijk perspectief is het antwoord ondraaglijk eenvoudig: geen enkel politiek resultaat kan het verlies van zoveel levens rechtvaardigen. Voor de families die hun geliefden verloren hebben, is er geen strategische winst die de leegte kan vullen. Vanuit internationaal perspectief heeft het lijden wel degelijk geopolitieke gevolgen gehad — de Palestijnse kwestie staat opnieuw centraal, normalisatieprocessen zijn vertraagd, en de roep om een duurzame oplossing klinkt luider. Maar dat maakt het lijden niet zinvol; het maakt het slechts zichtbaar.
In de kern onthult deze tragedie een dieper patroon: een volk dat gevangen zit tussen een bezettingsstructuur die hun toekomst blokkeert, een verzetsbeweging die hun lijden inzet als politiek instrument, en een internationale gemeenschap die niet in staat blijkt om een uitweg te bieden. Het resultaat is een gevoel van collectieve vergeefsheid dat zowel Palestijnen als Israëli’s in zijn greep houdt.