Had Hamas genocidale intenties op 7 oktober 2023?

Israël wordt beschuldigd van genocide in Gaza. Maar naar mijn mening was de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 – bijna vergeten door iedereen – een schoolvoorbeeld van een poging tot genocide. Gebaseerd op de intenties van Hamas, de manier waarop de aanval werd uitgevoerd en het uiteindelijke resultaat van 1200 overwegend civiele slachtoffers is deze conclusie onvermijdelijk. Hoe kan het toch dat de slachtoffers van genocide – Holocaust, 1948 en 1967 oorlogen etc., de etnische zuiveringen van 1948 in Judea en Samaria (Westbank) en andere Arabische landen in de zogenaamde Geroesj, ook door iedereen vergeten – nu worden beschuldigd van een misdaad die tientallen jaren lang op hen werd uitgevoerd?

De aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 was niet slechts een militaire operatie of een terroristische aanslag; zij droeg kenmerken van een poging tot genocide zoals gedefinieerd in het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide (1948). Dat verdrag stelt dat genocide de bedoeling vereist om een nationale, etnische, raciale of religieuze groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen. De gebeurtenissen van die dag, samen met de ideologische en retorische context waarin ze plaatsvonden, tonen dat Hamas niet enkel Israël wilde treffen als staat, maar het Joodse volk als zodanig.

7 oktober 2023

Op die dag drongen duizenden Hamas‑strijders Israël binnen vanuit Gaza, vermoordden meer dan 1.200 burgers — mannen, vrouwen, kinderen, ouderen — en namen honderden gijzelaars. De aanval was niet gericht op militaire doelen, maar op burgerdorpen, kibboetsim en een muziekfestival. De moorden waren persoonlijk, doelbewust en gepaard met marteling, verkrachting en verbranding van lichamen. In juridische termen gaat het om actus reus van genocide: het doden van leden van een groep met de bedoeling die groep te vernietigen.

De ideologische context: Hamas’ charter en retoriek

Het Hamas‑Handvest van 1988 bevat expliciete genocidale taal. Artikel 7 citeert een hadith waarin staat dat “de moslim zal de Jood bestrijden en doden totdat de Joden zich verbergen achter stenen en bomen, en de stenen en bomen zullen zeggen: ‘O moslim, er is een Jood achter mij, kom en dood hem.’” Dit is geen politieke tekst over territorium, maar een religieus‑ideologische oproep tot vernietiging van een volk. Ook latere verklaringen van Hamas‑leiders, zoals Yahya Sinwar en Ismail Haniyeh, bevestigen dat het doel niet enkel de bevrijding van Palestina is, maar de eliminatie van Israël als Joodse entiteit. De slogan “From the river to the sea, Palestine will be free” impliceert de totale verwijdering van Joden uit het gebied tussen Jordaan en Middellandse Zee — een geografische uitdrukking van vernietiging.

De intentie: dolus specialis

Genocide vereist dolus specialis — specifieke intentie. Die intentie blijkt uit de combinatie van ideologie, doelwitkeuze en uitvoering. Hamas richtte zich op burgers, niet op soldaten; op kinderen, niet op strijders. De aanval was niet bedoeld om Israël te dwingen tot onderhandelingen, maar om terreur te zaaien en symbolisch het bestaan van Joden in Israël te ontkennen. De systematische aard van de moorden, de viering ervan in propagandavideo’s, en de retoriek van “heilige oorlog tegen de Joden” tonen een doel dat verder gaat dan militaire strijd: het uitroeien van een bevolkingsgroep.

In Rwanda (1994) en Srebrenica (1995) werd genocidale intentie vastgesteld op basis van expliciete oproepen tot vernietiging en doelgerichte moordcampagnes tegen een etnische groep. Hamas’ aanval vertoont dezelfde patronen: – Ideologische demonisering van de Joden als vijanden van de islam; – Systematische targeting van burgers; – Publieke viering van de moorden als religieuze plicht; – Verwerping van vreedzame co‑existentie. Deze elementen voldoen aan de criteria die internationale tribunalen hanteren om intentie tot vernietiging vast te stellen.

De symbolische dimensie

De aanval op 7 oktober vond plaats op Simchat Torah, een Joodse feestdag die de vreugde van de Wet viert. De keuze van die datum versterkt de symbolische boodschap: Hamas wilde niet alleen lichamen vernietigen, maar ook het religieuze en culturele hart van het Joodse volk treffen. Dat maakt de daad niet enkel terroristisch, maar existentieel — een aanval op identiteit.

Volgens het internationaal recht kan een niet‑statelijke actor, zoals Hamas, schuldig zijn aan genocide. Het Internationaal Strafhof heeft jurisdictie over individuen die genocide plegen, ongeacht staatsstatus. De bewijzen — ideologisch, retorisch en feitelijk — wijzen op een georganiseerde poging om Joden te doden als Joden. Dat is de kern van genocidale intentie.

De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 was geen gewone militaire actie, maar een daad met genocidale intentie. De ideologische basis van Hamas, de expliciete targeting van Joodse burgers, de religieuze rechtvaardiging van moord, en de viering van geweld tonen een doel dat verder gaat dan politiek of territorium: de vernietiging van een volk. Waar Israël in Gaza wordt beoordeeld op proportionaliteit en onderscheid, moet Hamas worden beoordeeld op intentie — en die intentie was vernietiging.

De conclusie is onvermijdelijk: in juridische en morele zin was 7 oktober een poging tot genocide tegen het Joodse volk.

Dit bericht is geplaatst in Jodendom. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *