Geloven zonder triniteit – een oproep aan mijn broeders en zusters

Het volgende is een ontwerp van een toespraak, gehouden in 2016.

Er zijn momenten waarop een gemeenschap wordt uitgenodigd om opnieuw te luisteren. Niet om alles wat we hebben ontvangen terzijde te schuiven, maar om met open ogen te kijken naar wat er in de loop van de eeuwen over onze woorden heen is gegroeid. Ik wil u vandaag meenemen in zo’n luisteren. Een luisteren dat niet begint bij zekerheid, maar bij eerlijkheid; niet bij het herhalen van vertrouwde formuleringen, maar bij de vraag wat het betekent om trouw te blijven aan de weg van Jezus van Nazareth.

In onze traditie is de overtuiging gegroeid dat Jezus niet alleen mens was, maar ook God. Dat dogma heeft een grote rol gespeeld in de vorming van de kerk. Maar het heeft ook iets gedaan wat we misschien te weinig onder ogen zien: het heeft de kloof tussen kerk en synagoge verdiept. Want wanneer wij Jezus primair als goddelijk wezen belijden, raken we gemakkelijk kwijt dat Hij allereerst een Joodse man was, geworteld in de Tora, in de gebeden van zijn volk, in de hoop en de worsteling van Israël. Zijn menselijkheid, zijn kwetsbaarheid, zijn gehoorzaamheid aan de God van zijn voorouders — het raakt soms uit beeld wanneer wij Hem omgeven met metafysische grootheid.

Het Nieuwe Testament zelf is minder eenduidig dan de latere dogmatische traditie suggereert. De evangeliën tonen een mens die bidt, die leert, die lijdt, die vertrouwt op de Ene. Een mens die niet zichzelf centraal stelt, maar het Koninkrijk van God. De vroegste christelijke geschriften zoeken naar taal om zijn betekenis te vatten, taal die soms hoog oploopt, maar nooit bedoeld lijkt om zijn menselijkheid te ontkennen of zijn joodse identiteit te overstijgen. Misschien is het daarom tijd om eerlijk te vragen of wij in onze belijdenis iets hebben toegevoegd dat het zicht op Jezus eerder verduistert dan verheldert.

Ik wil u uitnodigen om voorzichtig, respectvol, maar wel met moed te onderzoeken of het mogelijk is om de goddelijkheid van Jezus uit ons geloof te zuiveren. Niet om Hem kleiner te maken, maar om Hem eindelijk weer te zien zoals Hij zichzelf liet zien: als mens, als leraar, als profeet, als rechtvaardige, als Jood. Wat er dan overblijft, is geen leegte. Wat er overblijft is een diepe eerbied voor de mens Jezus van Nazareth — een eerbied die niet afhankelijk is van metafysische titels, maar van zijn levensweg, zijn trouw, zijn moed, zijn liefde. Een eerbied die ons dichter bij het jodendom brengt in plaats van verder ervan af.

In de komende weken wil ik in twee opeenvolgende blogposts verder ingaan op dit thema. (In 2016 was dit gewoon deel 2 en 3 van de lezing.) In de eerste zal ik spreken over het joodse begrip afgoderij, dat veel scherper en existentiëler is dan wij vaak beseffen. In de tweede zal ik zoeken naar een christelijk theologisch antwoord op de vraag hoe wij Jezus kunnen eren zonder in afgoderij te vervallen. Dat antwoord zal niet volledig bevredigend zijn, maar misschien wel eerlijk, en daarmee een stap op de weg van verheldering. (In de blog heb ik een duidelijker antwoord op deze vraag nog toegevoegd. Oorspronkelijk bleef het bij een verkenning van de antwoorden van Augustinus, Calvijn en Karl Barth.)

Dit is geen oproep om iets weg te gooien. Het is een uitnodiging om iets terug te vinden. Om Jezus terug te vinden als mens, als Jood, als broeder, als gids. En misschien, wie weet, om onszelf terug te vinden als mensen die niet bang zijn om te geloven met open ogen, open handen en een open hart.

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Autobiografisch, belijden, Dogmatiek, Jodendom, polemiek. Bookmark de permalink.

4 reacties op Geloven zonder triniteit – een oproep aan mijn broeders en zusters

  1. Jan Luiten schreef:

    Gezien het bijzondere leven van de mens Jezus, zoals beschreven in de evangeliën (hij genas zieken, vergaf zonden, liep over het water, veranderde van gedaante op de berg, stond op uit de dood e.d) lijkt het zo te zijn dat hij mens was en tegelijk meer. Dat roept de vraag op wie of wat Jezus was of is en ik vroeg me af in hoeverre dit nog een overweging voor je was voor je standpunt.
    Het is ook voor mij verbijsterend om te zien hoe snel de kerk een machtsinstituut werd met jodenvervolging als gevolg.

    • Robbert Veen schreef:

      In Mt. 9:8 horen we dat de menigte God verheerlijkt “Die zo’n macht aan de mensen gegegeven had.” Dat is dan zowel de macht om te genezen als de macht om te vergeven. Maar nadrukkelijk gaat het om een macht, d..z. gezag of beschikking die an mensen is gegeven. Vers. 6 van dat hoofdstuk spreekt dan ook nadrukkelijk over de Zoon des Mensen.
      Dit “meer dan een mens” is volgens mij het “meer” dat God over hem beschikt heeft.

  2. Jan Luiten schreef:

    Wat bedoel je met ‘de goddelijkheid van Jezus uit ons geloof te zuiveren’? De goddelijkheid elimineren of het beeld van de goddelijkheid zuiverder weergeven?

    • Robbert Veen schreef:

      Ik bedoel dat de gelijkstelling van Jezus aan God begrijpelijk was in de historische omstandigheden van de 3e en 4e eeuw, maar dat de handhaving daarvan in de 21e eeuw, na de Holocaust en met wat we nu weten over het joodse karakter van het NT, een kerkelijke luiheid van denken betekent. Het wordt dat we de triniteitsleer achter ons laten als een historisch reliek.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *