De zeven wetten van Noach – vanuit Joods perspectief

https://mechon-mamre.org/jewfaq/gentiles.htm

Volgens de Tora-traditie gaf God Noach en zijn gezin zeven geboden om in acht te nemen toen hij hen redde van de zondvloed. Deze geboden, die de Noachitische of Noachidische geboden worden genoemd, worden door de traditie geleerd, maar ook voorgesteld in Genesis hoofdstuk 9, en zijn als volgt:

  1. geen afgoderij te bedrijven
  2. geen godslastering te begaan
  3. geen moord te plegen
  4. geen verboden seksuele betrekkingen te hebben
  5. geen diefstal te plegen
  6. geen vlees eten dat van een levend dier afgesneden is
  7. rechtbanken op te richten om overtreders van de andere zes wetten te straffen.

Deze geboden mogen vrij eenvoudig en rechtlijnig lijken, en de meeste ervan worden door het grootste deel van de wereld erkend als gezonde morele beginselen. Maar volgens de Torah zullen alleen die heidenen die deze wetten in acht nemen omdat God ze in Zijn Torah geboden heeft, het leven in de Komende Wereld genieten: als zij ze in acht nemen alleen omdat ze redelijk lijken of omdat zij denken dat God ze op een andere manier dan in de Torah geboden heeft, kunnen zij ze net zo goed niet in acht nemen, voor zover het een aandeel in de Komende Wereld betreft.

De Noachische geboden zijn bindend voor alle mensen, omdat alle mensen van Noach en zijn familie afstammen. De 613 mitsvot van de Tora daarentegen zijn alleen bindend voor de nakomelingen van hen die de geboden bij de Sinaï aanvaard hebben en voor hen die het juk van de geboden vrijwillig (door bekering) op zich nemen. Sommigen zeggen dat de Noachische geboden milder worden toegepast op niet-Joden dan de overeenkomstige geboden op Joden, omdat niet-Joden niet het voordeel van de Mondelinge Tora hebben om hen te leiden bij de interpretatie van de wetten. Sommige Europese rabbijnen zijn (waarschijnlijk uit vrees voor represailles van hun christelijke buren, die bekend staan om hun geweld tegen Joden) zo ver gegaan dat zij gezegd hebben dat het aanbidden van God in de gedaante van een mens voor een Jood afgoderij is, waarop de doodstraf staat, maar de trinitaire christelijke verering van Jezus is geen afgoderij. In werkelijkheid is elke afgoderij waarvoor een Jood met de dood bestraft wordt, ook voor niet-Joden met de dood bestraft, ook de verering van een mens als god.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.