De voorrang van Israël als uitdaging voor de volkeren

Aan het einde van deze serie is het goed om nog één keer samen te vatten wat ik heb willen doen. Mijn doel was niet om een volledig oordeel te vellen over het werk van Steven Paas, noch om zijn theologie als geheel te analyseren. Ik heb bewust gekozen voor een andere benadering: de stellingen zelf behandelen alsof ze van iedereen hadden kunnen komen, los van hun auteur, en ze toetsen aan de bijbelse teksten die in de discussie over Israël en de Kerk steeds opnieuw naar voren komen. Door de stellingen zo te benaderen, werd het mogelijk om de argumenten op hun eigen merites te wegen en te laten zien waar ze volgens mij tekortschieten in het licht van de Schrift.


Wat in de kritische reacties telkens terugkeerde, is dat de Bijbel zelf een spanningsvolle maar consistente lijn trekt waarin Gods trouw aan Israël niet wordt opgeheven door Christus, maar juist wordt bevestigd. Paulus begint met de krachtige uitspraak: “Heeft God zijn volk verstoten? Volstrekt niet!” (Rom. 11:1), en hij sluit af met de even krachtige woorden: “De genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk” (Rom. 11:29). Deze twee zinnen vormen als het ware de poort en de sluitsteen van zijn hele betoog. Daartussenin klinkt steeds weer dat de heidenen worden geënt op een bestaande olijfboom, dat niet de Kerk de wortel draagt, maar de wortel de Kerk (Rom. 11:18), en dat de toekomst van Israël niet is opgelost in een universeel schema waar alle volkeren in zijn worden betrokken, maar blijft staan als een belofte die God zelf zal vervullen: “Heel Israël zal worden gered” (Rom. 11:26).

Ook Jezus zelf spreekt niet over een opheffing van Israëls betekenis. Zijn woorden “Het heil is uit de Joden” (Joh. 4:22) blijven staan als een theologische uitspraak over de weg die God heeft gekozen. Simeon noemt Hem zowel “een licht voor de heidenen” als “tot heerlijkheid van Uw volk Israël” (Lk. 2:32), en in Openbaring wordt Hij nog steeds aangeduid als “de leeuw uit de stam Juda” (Op. 5:5). De profeten bevestigen dit patroon wanneer zij spreken over herstel, terugkeer en toekomst voor Israël (Jes. 11:11; Ez. 37:21). En wanneer de leerlingen vragen naar het herstel van het koninkrijk voor Israël (Hand. 1:6), corrigeert Jezus niet de inhoud van hun verwachting, maar alleen de timing.

Door deze teksten achter elkaar te leggen, werd duidelijk dat veel van de stellingen die ik heb besproken te snel concluderen dat de komst van Christus Israëls bijzondere roeping heeft opgeheven of opgelost. De Schrift zelf laat een andere beweging zien: Christus bevestigt de beloften aan de vaderen, Hij vervult de weg die God met Israël is gegaan, en Hij opent die weg voor de volken zonder Israël te vervangen. De universaliteit van het evangelie staat niet tegenover Israëls roeping, maar is ermee verweven.

Dat is de rode draad die door alle kritische reacties heen liep. Niet om een auteur te bestrijden, maar om de stellingen te toetsen aan de teksten die zij veronderstellen. En om te laten zien dat de Bijbel zelf een rijker, spannender en theologisch eerlijker verhaal vertelt dan een schema waarin Israël oplost in de Kerk of wordt gereduceerd tot een historische voorfase. Wie de Schrift volgt, komt uit bij een God die trouw blijft aan zijn volk én de volken insluit in diezelfde trouw. Dat is geen probleem dat moet worden opgelost, maar een mysterie dat moet worden bewaard.

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in polemiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *