De theologie van Psalm 145 in Berachot 4b

Rabbi Eleazar b. Rabbi Abina zei: Wie Psalm 145 driemaal daags reciteert, kan er zeker van zijn dat hij een zoon is van de toekomstige wereld. Wat is de reden? Moet dat worden aangenomen omdat de beginletter van de verzen de alfabetische volgorde volgt? Laat hem dan Psalm 119 reciteren, die een achtvoudige alfabetische volgorde bevat! Nee, de reden is dat deze het vers bevat: “U opent Uw hand en verzadigt elk levend wezen met gunst” (Psalm 145:16). Laat hem dan de Grote Hallel zeggen, die onder andere “Hij geeft voedsel aan alle vlees” (ibid. 136:25) bevat! Maar [Psalm 145 is gekozen] omdat deze beide kenmerken bevat. Rabbi Johanan zei: Waarom is er geen vers dat met de letter N begint in die Psalm? Omdat het zou verwijzen naar de ondergang van Israëls vijanden; zoals er geschreven staat: “Gevallen (Naphelah) is de maagd van Israël, zij zal niet meer opstaan” (Amos 5:2). In het Westen wordt het vers als volgt geïnterpreteerd: “Zij is gevallen, maar zij zal niet meer vallen; sta op, o maagd van Israël.” Rabbi Nahman ben Isaac zei: David verwijst er ook naar en vindt steun voor Israël in de Heilige Geest; zoals er staat: “De Heer houdt allen die vallen staande” (Psalm 14:14). Rabbi Eleazar ben Abina zei ook: Wat over [de engel] Michaël wordt gezegd, is groter dan wat over Gabriël wordt gezegd; want van Michaël staat geschreven: “Toen vloog een van de serafijnen naar mij toe” (Jesaja 6:6), maar van Gabriël staat geschreven: “De man Gabriël, die ik in het visioen aan het begin had gezien, vloog snel en kwam dicht bij mij in de buurt, rond de tijd van het avondoffer” (Daniël 9:21). Hoe kan worden afgeleid dat “een van de Serafijnen” Michael betekent? Rabbi Johanan zei: Door het voorkomen van het woord “een” in de volgende passages te vergelijken: In Jesaja staat geschreven: “Toen vloog een van de Serafijnen naar mij toe,” en elders staat geschreven: “Maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam mij te hulp” (ibid. 10:13). Men heeft geleerd: Michaël vloog in één vlucht, Gabriël in twee, Elia in vier en de Engel des Doods in acht; maar in tijden van pest [vliegt de Engel des Doods] in één. (BBerachot 4b)


De passage ontvouwt zich als een kleine rabbijnse meditatie over liturgie, hoop en de dynamiek tussen hemel en aarde. Ze begint met de uitspraak van R. Eleazar ben R. Abina dat wie Psalm 145 driemaal daags reciteert, verzekerd mag zijn van een plaats in de komende wereld. Dat klinkt bijna magisch, maar de Talmoed onderzoekt onmiddellijk waarom juist deze psalm zo’n gewicht draagt. De alfabetische structuur van de psalm lijkt een eerste aanwijzing: een acrostichon dat de orde van de schepping weerspiegelt. Toch kan dat niet de doorslag geven, want Psalm 119 heeft een nog veel rijkere alfabetische opbouw. De rabbijnen zoeken dus naar een diepere kwaliteit.

Die vinden ze in één vers: “Gij opent Uw hand en verzadigt al wat leeft met welbehagen.” Hier wordt God voorgesteld als de gever van leven, voedsel en genade, een universele bron van instandhouding. Maar ook dat is niet uniek, want de Grote Hallel bevat een vergelijkbare zin. De kracht van Psalm 145 ligt in de combinatie: een psalm die zowel de structuur van de wereld als haar voortdurende voeding bezingt. Hij is tegelijk kosmisch geordend en existentieel troostend.

Dan verschuift de discussie naar een opvallend detail: de letter noen ontbreekt in het alfabetische patroon. Volgens R. Johanan is dat omdat deze letter zou verwijzen naar vallen, naar nefilah, en daarmee naar de val van Israël zoals in Amos 5:2. De liturgie wil geen vers dat de definitieve ondergang van Israël oproept. In het land Israël las men Amos echter anders: niet als een val zonder herstel, maar als een val waaruit Israël niet opnieuw zal vallen, een val die de opstanding al in zich draagt. Rab Nachman ben Isaac voegt daaraan toe dat David de thematiek van vallen en opstaan toch heeft opgenomen, namelijk in het vers: “Hashem ondersteunt allen die vallen.” De psalm erkent dus wel degelijk de realiteit van kwetsbaarheid, maar plaatst die onmiddellijk in het licht van goddelijke ondersteuning. Zo ontstaat een subtiele theologie waarin de liturgie bewust kiest voor hoop boven wanhoop, zonder de menselijke broosheid te ontkennen.

Het tweede deel van de passage lijkt op het eerste gezicht los te staan van de discussie over Psalm 145, maar de rabbijnen werken vaak associatief. Een uitspraak van R. Eleazar leidt tot een andere uitspraak van dezelfde wijze, ditmaal over engelen. Michael blijkt “groter” dan Gabriel omdat hij in één vlucht beweegt, terwijl Gabriel twee vluchten nodig heeft. De Talmoed onderbouwt dit door middel van een vergelijking van teksten waarin hetzelfde woord voorkomt. Dit gaat niet over de aerodynamica van engelen, maar over symboliek. Michael, de engel van barmhartigheid en bescherming, staat voor onmiddellijke nabijheid en directe interventie. Gabriel, de engel van oordeel en kracht, beweegt trager, alsof oordeel altijd meer afstand en voorbereiding vergt. Elia, een mens die tot engelachtige status is verheven, beweegt nog trager. De Doodsengel tenslotte is het traagst, behalve in tijden van plaag, wanneer hij in één vlucht gaat, een beeld van onstuitbare vernietiging.

Wanneer je deze elementen samen leest, ontstaat een samenhangende theologie. Psalm 145 wordt een miniatuur van de komende wereld: geordend, gedragen door goddelijke goedheid, vrij van definitieve ondergang. De discussie over de ontbrekende letter toont hoe liturgie een ruimte wordt waarin hoop wordt geoefend en wanhoop wordt getemperd. De engelenleer laat zien dat de hemel zelf meebeweegt met de morele structuur van de wereld: barmhartigheid is sneller dan oordeel, maar vernietiging kan zich soms onheilspellend versnellen. In deze combinatie van liturgische precisie, hermeneutische creativiteit en kosmische verbeelding ontvouwt zich een rabbijnse wereld waarin vallen mogelijk is, maar opstaan verzekerd.

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Jodendom, Talmoed, Theologie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *