De Schone Ziel met een megafoon: Hegel en het nieuwe moralistische exhibitionisme

Er loopt tegenwoordig een bepaald type demonstrant door onze straten — luidruchtig, verontwaardigd, theatraal rechtvaardig, en soms gewelddadig — en Hegel zou haar  onmiddellijk hebben herkend. Je ziet hem of haar op pleinen, omwolkt door slogans die zij nauwelijks begrijpt, en ze roept: “Stop the Genocide”, of: “Israel Apartheid”, of: “From the River to the Sea”, of:  “Free Palestine” met de diepgang van een kind dat een rijmpje opdreunt. Dit zijn geen activisten in de ware zin van het woord. Het zijn performers van morele zuiverheid, en Hegel zou hen genadeloos hebben gefileerd.

Voor Hegel is de schone ziel de mens die de zuiverheid van zijn eigen gevoel aanbidt. Hij wil de wereld niet begrijpen; hij wil zich er moreel superieur aan voelen. Hij wil de complexiteit niet onder ogen zien; hij wil haar alleen veroordelen. Hij wil niet handelen; hij wil rechtvaardig lijken. En precies dat is de geestelijke atmosfeer van de hedendaagse, anti-Zionistische protestcultuur: een cultuur waarin de slogan het argument vervangt, de kreet het denken, en de performance de verantwoordelijkheid.

Zinloze “protestacties” om jezelf belangrijk te maken.

De schone ziel is dronken van haar eigen verontwaardiging. Ze gelooft dat haar gevoelens universele waarheden zijn. Ze gelooft dat schreeuwen een vorm van kennis is. Ze gelooft dat oprechtheid een vervanging is voor inzicht. En dus marcheert ze, megafoon in de hand, haar zuiverheid verkondigend aan de wereld. Hoe minder ze weet, hoe luider ze roept. Onwetendheid wordt een soort morele brandstof: hoe leger het hoofd, hoe vuriger het hart.

Hegel zag dit aankomen. De “Wet van het Hart” beschrijft het moment waarop het individu zijn eigen emotionele impuls verwart met de morele wet van het universum. Het hart voelt compassie of woede, en dat gevoel wordt heilig. De wereld, met haar tegenstrijdigheden en tragedies, wordt ondraaglijk. De schone ziel kan niet verdragen dat de werkelijkheid ingewikkeld is, dat rechtvaardigheid kennis vereist, dat politieke conflicten geschiedenis, facties, mislukkingen en verantwoordelijkheden aan beide zijden kennen. Complexiteit is een belediging voor haar zuiverheid.

Dus vlucht de schone ziel in de onmiddellijkheid van het gevoel. Ze klampt zich vast aan slogans omdat slogans eenvoudig zijn. Ze klampt zich vast aan verontwaardiging omdat verontwaardiging gemakkelijk is. Ze klampt zich vast aan morele tegenstellingen omdat tegenstellingen geen denken vereisen. En wanneer de wereld weigert zich te voegen naar haar zuiverheid, veroordeelt ze de wereld. Ze beschuldigt iedereen die nuance aanbrengt van verraad. Ze beschouwt tegenspraak als geweld. Ze ziet kennis als besmetting.

Daarom is de onwetende demonstrante niet slechts misleid, maar filosofisch symptomatisch. Zij belichaamt het morele subjectivisme in zijn meest decadente  vorm. Zij is het hart dat de wereld wil genezen zonder haar te kennen. Zij is de morele narciste die gelooft dat haar emotionele intensiteit een politiek argument is. Zij is de spirituele exhibitioniste die werkelijk lijden — het lijden van echte mensen — gebruikt als podium om haar eigen zuiverheid te tonen.

“Ze kan alleen veroordelen.”

En hier ligt de bittere ironie: De schone ziel geeft niet om de wereld. Ze geeft om haar eigen spiegelbeeld.

Ze marcheert niet voor gerechtigheid; ze marcheert voor zichzelf. Ze schreeuwt niet voor de onderdrukten; ze schreeuwt om haar eigen stem te horen. Ze zoekt geen waarheid; ze zoekt applaus.

Hegels oordeel is vernietigend: de schone ziel is ethisch impotent. Haar zuiverheid is steriel. Haar verontwaardiging is leeg. Haar morele zekerheid is een weigering van de werkelijkheid. Ze kan niet bouwen, niet verzoenen, niet begrijpen. Ze kan alleen veroordelen.

De tragedie is niet dat zulke demonstranten bestaan. De tragedie is dat onze cultuur hen beloont. De postmoderne tijd heeft de schone ziel tot sociaal ideaal verheven. We vieren authenticiteit, aanbidden gevoel, wantrouwen instituties en beschouwen kennis als elitair. In zo’n wereld wordt het luidste hart de hoogste autoriteit. De megafoon wordt de nieuwe morele wet.

Maar Hegel wist beter. Werkelijke ethische levenskunst begint pas wanneer het individu uit de cocon van zijn eigen gevoel stapt en de wereld onder ogen ziet zoals ze is: tegenstrijdig, tragisch, complex en onwillig om zich te laten zuiveren. Ze begint wanneer men inziet dat rechtvaardigheid meer vergt dan geschreeuw; ze vergt kennis, verantwoordelijkheid en de moed om te denken.

De schone ziel met een megafoon is niet het geweten van onze tijd. Ze is het symptoom van onze onvolwassenheid.

Dit bericht is geplaatst in Filosofie, Israël. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *