De reden van het zijn (2/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 2

Er zijn eigenlijk vier hoofdpersonen in de tekst: de koning (geïdentificeerd met Salomo). De recitant (de schrijver, de rituele officiant). Het volk (de vergadering) en de vierde die aangeroepen wordt: de adem/mist/Geest.
(…)
Dus een tekst naar de toekomst gericht. Het vermeldt niet de objectieve werkelijkheid, maar wat zij “voor de koning” is, om de koning ertoe te brengen haar anders op te vatten.[9]

Een van de richtlijnen van dit boek is juist de onherleidbare tegenstelling. Er is geen scheiding tussen de goeden en de slechten, tussen de “God-conformen” en de “God-on-conformen”. Er is het tegenstrijdige wezen van de mens. Dat is alles.

(…) Qohelet was een van de voornaamste lezingen van de dagen van het feest van Sukkot. Het feest der tenten, Tabernakels, of juister van de takkenhutten. Dit festival is veelzijdig. In de herfst gevierd als een agrarisch oogstfeest (met een toespeling op de takkenhutten van de druivenplukkers), werd het, naarmate de theologie zich ontwikkelde, iets heel anders en vormt het een zeer ingewikkeld geheel: het feest van de inwijding van de Tempel van Salomo. 11]

Elke studie over ijdelheid moet geplaatst worden onder het frontispice van G. Bernanos: “Om bereid te zijn te hopen op wat niet bedriegt, moet men eerst wanhopen aan alles wat bedriegt.” Heel Qohelet staat er.[12]

Men moet bedenken, dat ons boek een recent boek is, en dat de schrijver het gebruik van hevel [dat vaak met ijdelheid vertaald wordt] kent in Job, de Psalmen en ook Genesis IV. En laat hij het laatste (de naam van Abel) lezen in het licht van de andere! Nu is de lijst van woorden die in verband met hevel gebruikt worden zeer verhelderend: in Jesaja alles wat vruchteloze inspanning, illusie, afgoden en dood aanduidt, maar ook wind, adem. In Jeremia is de associatie bijna voortdurend met afgoden, afgodische praktijken, alles wat tot het niets gedoemd is. Zozeer zelfs, dat wij kunnen zeggen dat hevel in het meervoud afgoden aanduidt. Qohelet weet dit. Immers, zouden wij niet kunnen vertalen: ijdelheid der afgoden, of: afgoden zijn wind! In elk geval dient bij hem, evenals bij Jesaja, alles om de idee van nutteloosheid op te roepen, zozeer zelfs dat men zou kunnen concluderen dat hevel de idee van nietsheid oproept: vanuit het standpunt van de werkelijkheid (inconsistentie), vanuit het standpunt van de waarheid (leugen), vanuit het standpunt van de doelmatigheid (nutteloosheid) en vanuit het standpunt van de veiligheid (bedrog). [13] Een andere essentiële opmerking is dat hevel ook de idee van nutteloosheid uitdrukt.
Een andere essentiële opmerking is dat hevel ook noodlot uitdrukt. Het is heel duidelijk dat ons hele boek gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van de dood (en Maillot gaf zijn commentaar aan het begin de titel: “Broeders, wij moeten sterven”)[14].

(…) hevel duidt in de eerste plaats niet een ding aan, maar een mens! Dit woord kiezen is het lot verbinden met de mythe van een man die van meet af aan een rol toebedeeld had gekregen. Abel werd geboren als “een broeder, in de marge van een ander. Iets was, voordat hij was. Wat Abel bij zijn geboorte verwelkomt, is wat hem uiteindelijk zal doden. En hij is adem, mist, vanaf zijn geboorte – voorbestemd om alleen maar te verdwijnen. Deze naam is zijn eigenlijke persoon, de nevel stijgt op (zoals het offer) en verdwijnt! En zijn verdwijning is compleet: hij heeft geen kinderen. Abel heeft en is niets. Maar God hoort de stem van Abels bloed!


Jacques Ellul, La raison d’être, Méditation sur l’Ecclésiaste, Editons du Seuil, Paris, 1987

[1] Vertaald uit het Frans. Hier is het origineel: la-raison-detre-meditation-sur-lecclesiaste-par-jacques-ellul/

[9] Idem, p. 34

[10] Idem, p. 41

[11] Idem, p. 44

[12] Idem, p. 49

[13] Idem, pp. 53-54

[14] Idem, p. 55

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.