De reden van het zijn (18/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 18

Kroning (XII)
XII, 1: “Gedenkt uw Schepper in de dagen uwer jeugd, eer de dagen des kwaads komen, en eer de jaren komen, waarin gij zult zeggen: “Ik heb aan dezelve geen lust meer.””
Bedenk, in de trots van uw jeugd, dat u een schepsel bent. Dit is een beslissende realiteit. U bent zelf een schepsel en geen schepper. Schepsel, dat wil zeggen, u hebt een oorsprong die u een bepaald wezen heeft gegeven. U bent niet het begin van alles. Het is van essentieel belang dat de jongere die denkt dat hij altijd opnieuw begint, daaraan herinnerd wordt[119].
U opent wegen die reeds open waren. U schept niets. U bent niet de schepper. (…) Of hij nu de krijger is die de planeet verandert met zijn verblindende veroveringen, of de dictator die een samenleving vorm geeft, het beeld is altijd hetzelfde: een hand die een vormeloze klei kneedt. De glorie van de schepper van een staat, van een nieuwe orde, van een rijk, maar ook de glorie van de wetenschapper die zichzelf voor de schepper aanziet, en die onvermijdelijk tot de atoombom leidt, geen andere uitweg meer. Telkens wanneer u uzelf voor een schepper aanziet (zelfs als kunstenaar!), bent u een vernietiger, een vernietiger; elk mensenwerk dat in stilte, discretie, nederigheid (naar het evenbeeld van zijn incognito schepper!) geschapen wordt, is positief, nuttig en levengevend.[120].
Het is niet te verstaan als: “Richt u tot God nu het nog kan, want straks is het “te laat”, d.w.z. u stevent af op de verdoemenis.” Daarvan wordt in onze tekst geen melding gemaakt! Het is volkomen absurd om dit te lezen: U gaat naar het oordeel en pas op voor veroordeling! Als dit al te vaak gehoord is, dan komt dat door onze obsessie met individuele verlossing, die, zoals in vele andere gevallen, de klaarheid van de Openbaring vertroebelt.
(…) wat in het stof blijft (XII, 7) is niets, maar wat door de mens geleefd is, gaat nooit verloren. Zeker, dit leven, deze geschiedenis, is niets dan ijdelheid, het najagen van de wind, en bijna niets (alleen: bijna). Maar hier is het: God neemt dit bijna niets over, neemt het over, wanneer Hij de geest van deze man, aan wie Hij het gegeven had, ophaalt. De geest, de adem, ook een bijna niets. Maar een bijna niets dat God toebehoort. En daarin ligt de genade.[122]
In werkelijkheid vertelt Qohelet ons dat wat de levenskracht van de mens was, terugkeert naar God, de Levende. Dat wil zeggen, het treedt binnen in de volheid van het leven, met alles wat leven was, van die mens. De adem draagt in zich de hele geschiedenis van die ene, unieke man, die zijn leven voor God leefde.[123]


Jacques Ellul, La raison d’être, Méditation sur l’Ecclésiaste, Editons du Seuil, Paris, 1987

[1] Vertaald uit het Frans. Hier is het origineel: la-raison-detre-meditation-sur-lecclesiaste-par-jacques-ellul/

[119] Idem, p. 266

[120] Idem, p. 267

[121] Idem, p. 268

[122] Idem, pp. 275-276

[123] Idem, p. 276

Een gedachte over “De reden van het zijn (18/19)

  1. Ik snap niet alles, wat hierboven geschreven staat. Nee, het gaat zeker niet over hel en hemel en eeuwig behoud. Het gaat er om, dat je je verlustigt in jouw Schepper en Bevrijder voordat de donkere dagen komen.
    Dat verlustigen in God is belangrijk, want de blijdschap in Hem is onze kracht.
    Wanneer je je niet verblijd in God in de goede dagen en in je jeugd, waarin in de meeste gevallen lichamelijk alles gladjes kan verlopen, dan ben je niet klaar voor de dagen, waarin er veel kwade dingen gebeuren. Dan is het moeilijker om stand te houden en in Hem te blijven in de dagen van het kwaad.
    Ook maken we als het ware gedurende ons leven paadjes in het oerwoud. Des te vaker je over een bepaald gebied loopt, dan ontstaat er automatisch een pad. En je wandelt het gemakkelijkst over een pad. En daar kun je maar beter vroeg mee beginnen. Heb je verkeerde paden (gewoonten) gemaakt in je leven, dan is het vele malen moeilijker om een nieuw goed pad (gewoonte) te maken, die God welgevallig is. Want zo zit de mens in elkaar. We hebben heel veel automatismen in ons zitten vanuit het onderbewustzijn. Daarom zegt het NT ook, wordt vernieuwd in uw denken.
    Het lezen en het doen van het Woord van God (want dat is wijsheid) verandert door de Heilige Geest ons denken en ons gedrag door de tijd heen.
    Wanneer je daarvoor je openstelt in je vroege jeugd, dan nestelt zich dat ook in jouw onderbewustzijn gedurende de tijd en in je automatisme. Je leert de goedheid van de Here God kennen en je gaat je steeds meer in Hem verlustigen, je wordt ook steeds blijer. En als dan de kwade dag komt, dan komt jouw kracht niet in het nauw.
    En dat is genade!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.