De reden van het zijn (12/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 12

Beproevingen van de wijsheid
De twee pijlers van de Wijsheid zijn dus het besef van eindigheid en het onderscheiden van de dood in alles.[77]
(…) tot de conclusie gekomen zijnde, dat alles ijdelheid was, is het te zeggen.[78]
V, 6: “In de overvloed van dromen zijn ijdelheden en woorden in overvloed. Maar vreest God.” [79]
De stortvloed van praatjes is schepper van een minder wezen. Het enige ernstige is dus inconsequentie, het misbruik van spraak. Tenslotte is het de dwaas, de debiel, die woorden vermenigvuldigt (X, 14). Ook dit is belangrijk. Voor zover het spreken zeer belangrijk is, kan het op geen enkele manier gezegd worden. En degene die niets te zeggen heeft, zal in een tirade uitbarsten.
(…)
De overvloed aan informatie, politieke toespraken, boeken (en natuurlijk de mijne!), kranten, filosofische theorieën, woorden van allerlei aard, die ons, waar ze ook vandaan komen, “blazen voor lantaarns doen nemen”, duiden op de ijdelheid van onze hele cultuur en beschaving, tot het punt waar ze gekomen zijn.[80]
XI, 1-2: “Werpt uw brood op het gelaat der wateren, want mettertijd zult gij het terugvinden; geeft een portie aan zeven en zelfs aan acht, want gij weet niet welk ongeluk de aarde kan overkomen…” [81]
In werkelijkheid is het de gratuitheid van de handeling die hier doorslaggevend is. Alleen de gratuite daad valt, in tegenstelling tot alles wat wij gezien hebben, niet onder de noemer ijdelheid. Dit is des te opmerkelijker omdat het het tegenovergestelde oordeel is van wat gebruikelijk zou zijn. Doe dit zonder berekening, zonder vrees, zonder zorgen. Wat voor u het meest onmisbaar is (brood!), leert u er afstand van te doen. En leer tegelijkertijd de daden te doen die door de wereld het strengst beoordeeld worden. Een dergelijke daad is noodzakelijkerwijs een voorwerp van schandaal. In een wereld waar alles nuttig moet zijn (althans in schijn, en volgens de criteria van deze maatschappij voor doelmatigheid), leert u een nutteloze daad te verrichten.[82]
Het “motief” is verbluffend: “Want gij weet niet welk ongeluk de aarde kan overkomen.” Dan voelt onze menselijke Wijsheid zich geroepen te zeggen: “Maar des te meer reden om te plannen, om zeker te zijn, om te sparen.” En Gods rede (want er is werkelijk Gods Wijsheid voor nodig om dit aan de mens te durven verkondigen!) zegt mij het tegenovergestelde: geef vandaag, deel nu, want morgen kan het ongeluk u treffen. En dan?
Nou en! Morgen zult u misschien niet meer kunnen geven, u zult niets meer hebben om te delen. [83]
IV, 9-12: “Zaliger zijn zij, die met twee zijn, dan hij, die alleen is, omdat er voor hen een goede beloning is in hun werk. Want als zij vallen, heft de een de ander op. Maar wee hem, die alleen is en valt, en geen helper heeft om hem op te heffen. Bovendien, als ze samen gaan liggen, hebben ze het warm. Maar hij, die alleen is, hoe zal hij zich warm houden? En indien er één de overhand heeft over hem die alleen is, zullen beiden voor hem staan; de drievoudige draad wordt niet vlug verbroken…” [84]
(…) wat zeker is, is het drievoudige oordeel, dat het absurd en ijdel en slecht is om alleen te zijn (voor niemand werken is ijdelheid!). Zij die met twee zijn, zijn gelukkiger dan de eenzame; dit is Gods eigen oordeel, en eindelijk, wee degene die alleen is! En dit is zeker niet gericht op een gemeenschap, een groep, enz. waar men ook alleen is, maar echt op het echtpaar. Het echtpaar, volgens mij de man en de vrouw, vormen de mogelijkheid van geluk (en wat een zeldzame evocatie van die mogelijkheid door Qohelet, die nu eens niet zegt dat dit ijdelheid is!) en de zekerheid van een sterkte. Wat een vreugde om dit te lezen in een wereld die zo donker is en in een context die zo hard is!


Jacques Ellul, La raison d’être, Méditation sur l’Ecclésiaste, Editons du Seuil, Paris, 1987

[1] Vertaald uit het Frans. Hier is het origineel: la-raison-detre-meditation-sur-lecclesiaste-par-jacques-ellul/

[77] Idem, p. 178

[78] Idem, p. 179

[79] Idem, pp. 179-180

[80] Idem, p. 180

[81] Idem, p. 182

[82] Idem, p. 183

[83] Idem, p. 185

[84] Idem, p. 188

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.