De prioriteit van het gebed – leren van de rabbijnen

Iemand vroeg me deze week waarom ik me – als Christelijke predikant en theoloog – zo druk maak om de joodse uitleg van de Wet van Mozes die, zo zei hij, toch niet meer voor ons geldt?

Nu is dat geen eenvoudige kwestie maar een die een uitgebreide uitleg vergt. Wat is dan de betekenis van de Torah voor Christenen? Hoe spreekt Paulus eigenlijk over de Torah en tegen wie zegt hij dan dat de Torah niet langer geldig zou zijn? Zegt hij dat eigenlijk wel? En wat is dan de zin van de woorden van onze Heer Jezus dat Hij niet gekomen is om de Torah te ontbinden, maar om die te vervullen? Allemaal zaken waar ik al eerder over heb geschreven en gesproken.

Een passage uit de Sjoelchan Aroech, de middeleeuwse codex van de Halacha.

Ik wil liever laten zien wat de waarde van de joodse halacha is voor ons, dan er in abstrakte vorm over praten. Natuurlijk is er verschil. Wat voor joden halacha is, d.w.z. een verplichting in een nauwkeurig omschreven levenswijze, is voor ons een aanwijzing. Wij leren van de rabbijnen, zoals onze Meester ons opdraagt in Mattheus 23:1, 2. Wat voor ons “wettelijk” bindend is, dat is het gebod van de Heer Jezus en de Noachidische geboden die de apostelen aan de gemeente oplegde in Handelingen 17.

Maar wij leren inderdaad van de rabbijnen. Het citaat dat ik hier wil voorleggen is maar een van vele teksten die wij ons ter harte zouden kunnen nemen. Ik geef hier de vertaling:

“Zodra de dag aanbreekt, wanneer een lichtstraal van de zon in het oosten schijnt, omdat dit de tijd is waarin gebeden kan worden (want als je dan gebeden had, zou je verplichting vervuld zijn), is het verboden om met werken te beginnen of je in je zaken te verdiepen of op reis te gaan voordat je gebeden hebt, zoals er gezegd wordt: “Gerechtigheid zal hem voorafgaan en [pas daarna] zal hij zijn voetstappen op de weg zetten. “Gerechtigheid” verwijst naar het gebed, want wij verklaren de gerechtigheid van onze Schepper, en daarna mogen wij onze voetstappen op de weg zetten naar onze persoonlijke ondernemingen.”

 

We kunnen hier een aantal zaken van leren.

  1. Dat we ons gebed in de ochtend tot een vaste gewoonte zouden moeten maken. De dag begint met gebed.
  2. Dat alles wat belangrijker lijkt te zijn zal moeten wachten: je begint de dag niet met zaken doen, of een reis voorbereiden, hoe dringend dat ook is. Je omgang met de Heere God gaat altijd voor.
  3. Dat de reden daarvan is, dat we geroepen zijn om te getuigen van de gerechtigheid van onze God en Vader – d.w.z. gebed is, hoe privé ook, een getuigenis tegenover de wereld – tegenover de engelen zou Paulus misschien zeggen.
  4. Dat het gebed niet alleen een smeken is vanwege onze belangen, maar ook een verklaring, een “proclamatie” van de soevereine God die ons leidt en dat wij in Zijn dienst staan.

Zouden we dat niet ook kunnen betogen vanuit het Nieuwe Testament? Misschien wel, maar dat zou dan alleen maar een afleiding zijn uit bepaalde beginselen die we vinden over het bidden. De rest is dan persoonlijke keuze. Wat verstaat het NT onder gebed? Eigenlijk weten we dat niet precies, omdat we de praktijk van de eerste gemeente niet kennen en niet weten welke joodse vanzelfsprekendheden voor de eerste Christenen gegolden hebben. Daarom leren we van de rabbijnen, omdat zij bewaard en uitgewerkt hebben wat de eerste joodse Christenen ook al deden en vanzelfsprekend vonden.

https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/4297853/jewish/Chapter-8-Activities-Which-are-Forbidden-From-Daybreak-Until-After-Morning-Prayers.htm

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.