De paradox van vrijheid: gehoorzaamheid en autonomie

Jacques Ellul beschouwt vrijheid niet als een aangeboren recht of een onveranderlijk gegeven, maar als een voortdurende overwinning op de noodzaak. Vrijheid is geen bezit, maar een strijd, een dynamische beweging waarin de mens telkens opnieuw de determinismen van de wereld moet overstijgen. Ellul schrijft:

« La réalité est une combinaison de déterminismes »

https://youtu.be/vK0SkIe36Oc (“De werkelijkheid is een combinatie van determinismen”). Deze determinismen — wiskundig, biologisch, sociologisch, technologisch — vormen een gesloten systeem waarin de mens leeft. Wie beweert vrij te zijn zonder zich bewust te zijn van deze conditioneringen, bewijst juist volledig bepaald te zijn. Bewustwording is daarom de eerste daad van vrijheid: het ontwaken uit de illusie van autonomie. Vrijheid is, zegt Ellul, een “victoire sur la nécessité” (“overwinning op de noodzaak”), een daad die telkens opnieuw moet beginnen, nooit voltooid, nooit veilig.


Ellul onderscheidt scherp tussen onafhankelijkheid en vrijheid. De moderne mens verwart vrijheid met autonomie, maar juist de poging om onafhankelijk van God te zijn — de zondeval — leidt tot slavernij aan de wereld.

« L’homme qui veut être indépendant de Dieu devient esclave du monde. »

(“De mens die onafhankelijk van God wil zijn, wordt slaaf van de wereld.”) Door zichzelf tot meester te verklaren, wordt hij onderworpen aan de orde van de noodzaak: aan techniek, begeerte, macht. Ware vrijheid is daarom niet autonomie, maar gehoorzaamheid — niet de moderne keuze tussen alternatieven, maar een spontane gehoorzaamheid in liefde. Ellul formuleert het theologisch: “True freedom is knowing God’s will and doing it.” (“Ware vrijheid is Gods wil kennen en die doen.”) In deze paradox — gehoorzaamheid als vrijheid — ligt zijn bijbelse grondslag. In Genesis is de mens vrij zolang hij leeft in gehoorzaamheid aan het Woord van God; zodra hij de vrucht neemt om “als God te zijn”, verliest hij die vrijheid en valt hij onder de noodzaak van arbeid, pijn en dood. Vrijheid is dus niet onafhankelijkheid van God, maar deelname aan zijn wil.

In Jezus Christus ziet Ellul het volmaakte beeld van vrijheid. Christus is de enige werkelijk vrije mens omdat hij vrijwillig koos om Gods wil te volgen en de verleidingen van macht, geweld en zelfbehoud afwees. “Christ was the only free man because he voluntarily chose to follow God’s will.” (“Christus was de enige vrije mens omdat hij vrijwillig koos om Gods wil te volgen.”) In de woestijn weerstaat hij de duivel die hem autonomie aanbiedt: brood zonder afhankelijkheid, macht zonder gehoorzaamheid, redding zonder kruis. Vrijheid is hier gehoorzaamheid die de noodzaak doorbreekt. Zij is geen menselijke eigenschap, maar een gave van buitenaf — een genade die door de Tout Autre (“de Volkomen Andere”) wordt ingevoerd in de wereld van de noodzaak. Paulus zegt in Galaten 5:1: “Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt.” Vrijheid is een daad van God die een nieuwe kracht in de wereld brengt, een tegenmacht tegen de determinismen van de geschiedenis.

Ellul benadrukt dat echte vrijheid voor de meeste mensen ondraaglijk is.

« La liberté réelle est insupportable pour la plupart des hommes. »

(“Werkelijke vrijheid is ondraaglijk voor de meeste mensen.”) Vrijheid betekent verantwoordelijkheid, onzekerheid, waakzaamheid. Zij vraagt “alert attention” en de “absence of arms and conquests” — een leven zonder zekerheid, zonder macht. Daarom kiezen mensen liever voor de “minimum wage of slavery” die de staat en de techniek bieden: comfort, veiligheid, voorspelbaarheid. De moderne mens denkt vrij te zijn omdat hij kan kiezen tussen twee technologische objecten — een auto of een televisie — maar hij kan niet kiezen over de richting van zijn leven. “This is not freedom but the illusion of freedom.” (“Dit is geen vrijheid maar de illusie van vrijheid.”) De mens ruilt zijn vrijheid voor garanties tegen ziekte, eenzaamheid en werkloosheid. Zo wordt vrijheid vervangen door zekerheid, en noodzaak door comfort.

Een van Ellul’s meest originele inzichten is dat vrijheid verbonden is met het Woord — met taal en dialoog — en niet met het beeld. « La parole est le signe de la liberté. » (“Het woord is het teken van vrijheid.”) Taal schept ruimte voor ontmoeting, voor misverstand, voor keuze. In dialoog ontstaat een vrije ruimte waarin de ander kan antwoorden of weigeren. Beelden daarentegen leggen de werkelijkheid vast; zij dwingen, zij maken noodzakelijk. Het beeld is gesloten, het woord is open. Daarom ziet Ellul in de verkondiging van het Woord een revolutionaire daad. “Proclaiming truth through the word is a liberating act because it opens an adventure.” (“Het verkondigen van waarheid door het woord is een bevrijdende daad omdat het een avontuur opent.”) In Genesis schept God door het Woord — “En God zei: er zij licht.” Het Woord doorbreekt de gesloten causaliteit van de chaos. In Johannes 8:32 zegt Jezus: “U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Voor Ellul is dit geen abstracte uitspraak, maar een existentieel principe: het Woord bevrijdt omdat het waarheid spreekt in een wereld van leugen en noodzaak.

Ellul’s bijbelse hermeneutiek is doordrongen van het motief van Exodus — de bevrijding uit slavernij. In Exodus 3 roept God Mozes door het Woord: “Ik heb de ellende van mijn volk gezien… daarom zend Ik u.” Vrijheid begint met een roeping, niet met een revolutie. Het volk wordt bevrijd door gehoorzaamheid aan het Woord dat hen leidt door de woestijn. Ellul schrijft:

« La liberté n’est pas un état, mais un exode. »

(“Vrijheid is geen toestand, maar een uittocht.”) Zij is een voortdurende beweging, een weg uit de slavernij van de wereld naar de gehoorzaamheid aan God.

Vrijheid is voor Ellul dus geen bezit, geen recht, geen autonomie, maar een voortdurende overwinning — een exodus, een gehoorzaamheid, een woord. Zij ontstaat waar de mens bewust wordt van de determinismen die hem omringen, waar hij weigert zich te onderwerpen aan de illusie van onafhankelijkheid, en waar hij zich opent voor het Woord dat schept en bevrijdt. In Christus ziet Ellul het model van deze vrijheid: vrijwillige gehoorzaamheid aan de Vader, verzet tegen de machten van noodzaak, en het Woord dat leven schept. Vrijheid is niet de afwezigheid van grenzen, maar de aanwezigheid van genade. Zij is, in Ellul’s eigen woorden, « une aventure toujours recommencée » (“een avontuur dat altijd opnieuw begint”).

Dit bericht is geplaatst in Theologische kritiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *