Ik deel de overtuiging dat de Iraanse Islamitische Republiek niet zomaar een lastige regionale speler is, maar een ideologisch gedreven regime dat fundamenteel onverenigbaar is met vrede, diplomatie en stabiliteit. Volgens velen is het Westen decennialang blind geweest voor deze realiteit, en is pas nu – door recente gebeurtenissen en door de koers van president Trump – het moment aangebroken om die fout te herstellen.
De kern van het betoog dat je hier en daar op internet kunt vinden, is de overtuiging dat Iran geen rationele “speler” is op het internationale schaakbord, maar handelt vanuit een religieus-ideologische missie. Slogans als “Death to America” en “Death to Israel” kunnen niet worden gezien als propaganda voor binnenlands gebruik, maar ze drukken de essentie van het regime zelf uit. Het is helder geworden dat Iran niet te beteugelen is, niet te hervormen en niet te paaien. Het is een staat die leeft van het conflict met de ongelovige wereld – inclusief Arabische landen met een verkeerde vorm van islam – en die dat conflict nodig heeft om te blijven bestaan.
Als een regime in deze mate ideologisch gedreven is, dan zijn diplomatie en economische druk per definitie ontoereikend. Er is een lange geschiedenis van westerse pogingen om Iran via onderhandelingen, sancties of deals in te tomen. Vooral de nucleaire overeenkomst van 2015 blijkt een vergissing te zijn geweest: die heeft Iran niet afgeremd, maar juist de weg vrijgemaakt naar een toekomstig kernwapen. Naar het oordeel van velen hebben opeenvolgende Amerikaanse presidenten – van Bush tot Obama tot Biden – het gevaar onderschat of genegeerd.
Trump – in een vreemde tegenstrijdigheid met zijn autoritaire karakter – is de eerste Amerikaanse leider die de situatie nuchter en realistisch lijkt te benaderen. Zijn weigering om te vertrouwen op Iraanse toezeggingen, zijn “maximum pressure”-beleid en uiteindelijk zijn militaire acties zijn de noodzakelijke correcties op jaren van naïviteit.
Om dat te begrijpen, moeten we de meest recente gebeurtenissen in een bredere geopolitieke context plaatsen De Hamas-aanval van 7 oktober 2023 is een indirect gevolg van Amerikaanse zwakte. De militaire successen van Israël tegen Hamas, Hezbollah en zelfs het Assad-regime in Syrië zijn tekenen dat Irans regionale netwerk barsten begint te vertonen. Ook binnen Iran lijkt de situatie te kantelen. Massale protesten, bloedige repressie en de dood van ayatollah Khamenei in een Amerikaans-Israëlische aanval zijn het bewijs dat het regime kwetsbaar is. Dit is het moment waarop de hele geschiedenis van het Midden-Oosten kan kantelen.
Dit zijn de drie hoofdzaken in dit verband”
- Iran vormt door zijn ideologie, raketten en nucleaire ambities een existentiële bedreiging voor het Westen.
- Alleen regime change kan een einde maken aan wat een “generational jihad” kan worden genoemd.
- Uitstel maakt de situatie alleen maar gevaarlijker.
Vanuit deze logica is militaire actie geen keuze, maar een plicht. Trumps bereidheid om geweld te gebruiken is realistisch, moedig en noodzakelijk.
Wat moeten we denken van de tegenargumenten? Vrees voor een “forever war” is misplaatst. Vergelijkingen met de Irakoorlog zijn niet passend. Er komen geen boots on the ground. En de suggestie dat Israël de VS in een oorlog zou hebben geduwd, is niets minder dan een antisemitische complottheorie. Netanyahu heeft een dergelijke invloed niet op Trump en zijn regering. Het centrale punt is dit: dit is geen oorlog voor Israël, maar een oorlog voor Amerikaanse veiligheid en westerse stabiliteit. Iran is een ideologisch gedreven doodsvijand van het Westen; diplomatie is geen oplossing gebleken, maar een illusie, en militaire actie is daarom onvermijdelijk.