Jezus’ interpretatie van de Thora heeft een diepgaande invloed gehad op de christelijke ethiek en een kader gevormd dat draait om liefde voor God en de naaste. Dit principe dient niet alleen als basis voor het christelijke morele begrip, maar ook als leidraad voor de interpretatie van de Thora in zijn geheel. Deze interpretatie, die vaak de messiaanse Thora wordt genoemd, vraagt om een hogere norm van gerechtigheid, die wordt omarmd door een aparte gemeenschap die zich toelegt op het discipelschap. In zekere zin was het de bedoeling om een elite binnen Israël te vormen. Een gemeenschap die vooruitliep op de komst van het Koninkrijk van God. 
Het leven, de opstanding en de leer van Jezus vormen de narratieve kern van deze messiaanse Thora, steeds geïnterpreteerd binnen de gemeenschap die rondom Hem is ontstaan. Sommige theologen, zoals Rudolf Bultmann, hebben betoogd dat Jezus het Joodse “wetticisme” verwierp, omdat hij dit zag als een rigide vorm van vroomheid die de voorkeur gaf aan de geschreven wet en traditie boven een dynamische relatie met God. (Dat plaatst Jezus’ prediking in het milieu van de rondtrekkende moraalpredikers.) Dit standpunt is echter steeds meer onder vuur komen te liggen door onderzoek naar de Joodse context van Jezus’ leer en prediking. James Dunn suggereert bijvoorbeeld dat Jezus’ kritiek op de Thora geen regelrechte afwijzing was, maar eerder deel uitmaakte van een bredere joodse discussie over de interpretatie en toepassing ervan. Dunn stelt dat Jezus bezwaar had tegen het gebruik van de Thora als instrument voor sociale verdeeldheid, waarbij mensen werden gescheiden op basis van oppervlakkige rechtvaardigheid in plaats van belangrijke morele kwesties.
De relatie tussen Jezus’ interpretatie van de Thora en de christelijke ethiek wordt in verschillende bronnen op verschillende manieren weergegeven. Het evangelie van Marcus benadrukt Jezus’ messiaanse autoriteit en plaatst deze boven de Joodse juridische traditie. Marcus pleit voor een Thora-vrij evangelie dat innerlijke onderwerping vooropstelt, met Jezus’ gehoorzaamheid aan God als het ultieme voorbeeld. Zijn afwijzing van specifieke aspecten van de Joodse halacha, zoals de sabbat en de reinheidswetten, was effectief vanwege zijn autoriteit en maakte de opname van heidenen in de ecclesia mogelijk. In dit perspectief is de christelijke ethiek vooral geworteld in dienstbaarheid en genezing, met als hoogtepunt de onbaatzuchtige dienstbaarheid aan anderen.
In tegenstelling hiermee presenteert het evangelie van Matteüs Jezus als iemand die de geldigheid van de Thora bevestigt en de (Rabbijnse) uitleg en leer als een gezaghebbende interpretatie herhaalt in plaats van deze zonder meer af te wijzen. Matteüs benadrukt de continuïteit tussen Jezus’ boodschap en de Thora en benadert zijn missie als een vervulling van de Thora – dus een in stand houden van de Thora als standaard voor het begrip van Gods wil – in plaats van als een afschaffing. Hier dient het dubbele gebod van liefde tot God en de naaste als leidraad voor het begrijpen en toepassen van de Thora, waarbij Jezus’ voorbeeldige toegewijde leven een model vormt voor christelijke gehoorzaamheid aan de Thora. Deze interpretatie suggereert dat een volmaakte gerechtigheid bereikbaar is door trouw aan Jezus’ leer.
De brief van Jakobus biedt weer een ander perspectief, waarin gehoorzaamheid aan de Thora als de “Koninklijke Wet” wordt benadrukt, de bepalende levenswijze in het door Christus ingeluide Koninkrijk. Jakobus presenteert de goddelijke geboden als centraal in de christelijke praktijk en pleit voor een leven van actieve gehoorzaamheid, gebaseerd op de Thora. Deze visie onderstreept het belang van praktische daden en suggereert dat geloof wordt getoond door het naleven van Gods wil zoals die in de Thora is geopenbaard.
Het is van het grootste belang te beseffen dat deze bronnen een zich ontwikkelend begrip van Jezus’ leer binnen de vroege kerk demonstreren. Het was niet vanaf het begin kant-en-klaar en harmonieus en is dat ook nooit geworden. Factoren zoals de opname van heidenen en de vorming van onderling sterk verschillende christelijke gemeenschappen speelden een belangrijke rol bij het vormgeven van interpretaties van de Thora en de ethiek. Hoewel alle perspectieven het primaat van de liefde voor God en de naaste bevestigen, verschillen ze in hun opvattingen over de blijvende relevantie van de Thora en de aard van christelijke gehoorzaamheid. (Geestgedreven of praktische gehoorzaamheid? Trouw aan de halachische regels of inspiratie door algemene morele beginselen? ) Deze diversiteit laat zien hoe de vroege christenen geprobeerd hebben de implicaties van Jezus’ leven, leer en opstanding te begrijpen en ook binnen hun gemeenschappen vorm te geven.