De leugen van de Palestijnse identiteit

De “Palestijnse identiteit” is een relatief recente en politiek gevormde constructie, die niet voortkomt uit een eeuwenlange etnische continuïteit, maar uit de geopolitieke verschuivingen van de 20e eeuw.

De Arabische bevolking van het gebied dat later “Palestina” werd genoemd, beschouwde zich eeuwenlang niet als een afzonderlijk volk, maar als onderdeel van bredere Arabische, regionale of imperiale verbanden. De moderne Palestijnse identiteit kan niet worden gezien als een organisch gegroeide nationale bewustwording, maar als een constructie die pas betekenis kreeg toen de politieke omstandigheden daarom vroegen.

De Arabische bewoners van het gebied hadden vóór de 20e eeuw geen eigen nationale aspiraties die vergelijkbaar waren met die van moderne naties. Zij identificeerden zich met het Ottomaanse Rijk, met de Arabische wereld als geheel, of met regionale aanduidingen zoals Zuid-Syrië. De term “Palestijn” had geen etnische betekenis; hij verwees naar een geografisch gebied dat door opeenvolgende rijken werd bestuurd zonder dat er ooit een inheemse politieke entiteit bestond die zichzelf als “Palestijns” beschouwde. In de mandaatperiode, werden Joden in officiële documenten vaak als “Palestinians” aangeduid, terwijl Arabieren zich doorgaans identificeerden als Arabieren of als inwoners van naburige regio’s. Dit is een aanwijzing dat de huidige betekenis van het woord een recente uitvinding is.

De gebeurtenissen rond 1948 zijn een toetssteen voor de vraag of er een Palestijnse nationale beweging bestond. De Arabische legers die het gebied binnenvielen, deden dat niet om een Palestijnse staat te stichten, maar om de Joodse staat te vernietigen. De Arabische staten hadden geen plannen om een Palestijnse entiteit te creëren; zij wilden het gebied onder elkaar verdelen. De Arabische bevolking die vluchtte, bestond uit mensen die de gevechten ontvluchtten of gehoor gaven aan oproepen van Arabische leiders die een snelle overwinning verwachtten. Het feit dat Jordanië en Egypte tussen 1948 en 1967 geen enkele poging deden om een Palestijnse staat te vestigen in de gebieden die zij controleerden, is een doorslaggevend bewijs dat er geen Palestijnse nationale aspiratie bestond die door Arabische staten werd erkend.

Verschillende Arabische leiders uit de 20e eeuw hebben dit erkend. Zo verklaarde Auni Bey Abdul‑Hadi in 1937:

“There is no such country as Palestine. ‘Palestine’ is a term the Zionists invented.”

De Saoedische vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties verklaarde in 1956:

“It is common knowledge that Palestine is nothing but Southern Syria.”

En de Arabische historicus Philip Hitti stelde in 1946:

“There is no such thing as Palestine in history, absolutely not.”

Deze uitspraken zijn duidelijke aanwijzingen dat Arabische leiders zelf geen historisch Palestijns volk erkenden voordat de politieke noodzaak ontstond om een dergelijke identiteit te claimen.

De Palestijnse identiteit krijgt pas gestalte in de jaren zestig, wanneer de PLO wordt opgericht. In het PLO‑charter van 1964 verschijnt voor het eerst de term “Palestinian people”. Dit is een strategische zet die niet voortkwam uit een bestaand volk, maar uit de behoefte om een nieuw politiek front te openen tegen Israël. De nederlaag van de Arabische staten in 1967 is het moment waarop deze nieuwe identiteit massaal wordt omarmd.  De voormalige PLO‑functionaris Zuhair Muhsin verklaarde:

“The existence of a separate Palestinian identity serves only tactical purposes… The founding of a Palestinian state is a new tool in the continuing battle against Israel.”

Dit maakt duidelijk dat de “Palestijnse identiteit” niet voortkomt uit een historische continuïteit, maar uit een politieke en militaire strategie.

Een andere belangrijke vraag is of Palestijnen zich kunnen beroepen op afstamming van oude volkeren zoals de Kanaänieten of Filistijnen. De Kanaänieten zijn echter een volk dat al in de oudheid volledig is opgegaan in de Israëlitische bevolking. De Kanaänieten als afzonderlijk volk verdwenen vóór de Babylonische ballingschap, en hun taal en cultuur zijn opgegaan in die van de Israëlieten. De conclusie is dat alleen Joden een historische lijn naar de Kanaänieten kunnen claimen. De Filistijnen waren een niet-semitisch zeevolk uit de Egeïsche wereld, dat al in de oudheid verdween en geen enkele relatie heeft met de Arabische bevolking van vandaag. De gelijkenis tussen “Philistines” en “Palestinians” berust op een toevallige of politieke keuze van de Romeinen, niet op een etnische continuïteit.

De etymologische oorsprong van het woord “Peleshet” laat dat ook zien. Het is duidelijk dat de Filistijnen geen Arabisch volk waren.

“there is not one single person in the world who may be able to prove Philistine lineage.” 

Moderne Palestijnen kunnen geen historische rechten baseren op de Filistijnen.

De naam “Palestina” speelt een centrale rol als bewijs van de discontinuïteit tussen de oudheid en de moderne Palestijnse identiteit. De naam werd door de Romeinse keizer Hadrianus ingevoerd na de Bar Kochba‑opstand, met de expliciete bedoeling om de Joodse band met het land uit te wissen. De Romeinen hebben bewust een naam gekozen die verwees naar een vijandig volk uit de Joodse geschiedenis, om zo de herinnering aan Judea en Israël te vernietigen. De Arabische term “Falastin” is een latere overname van deze Romeinse naam, en geen authentieke Arabische aanduiding. Curieus is ook het ontbreken van een Palestijns volk in de Koran en het feit dat vroege islamitische heersers geen Palestijnse entiteit erkenden. De Arabische historicus Ibn Khaldun schreef:

“Jewish sovereignty in the Land of Israel extended over 1400 years… It was the Jews who implanted the culture and customs of the permanent settlement.”

We kunnen hier een reeks uitspraken van Arabische politici, historici en PLO‑functionarissen uit de 20e eeuw aan toevoegen die bevestigen dat er geen historisch Palestijns volk bestond. De uitspraak van de Syrische leider Hafez al‑Assad bijvoorbeeld, die tegen Yasser Arafat had gezegd:

“There is no such thing as a Palestinian people… You are an integral part of the Syrian people.”

Deze uitspraak is toch een duidelijke aanwijzing dat de Palestijnse identiteit pas later politiek is geconstrueerd, en dat Arabische leiders dit zelf erkenden voordat de politieke noodzaak ontstond om een dergelijke identiteit te claimen.

Een ander belangrijk aspect is de demografische geschiedenis van het land. Reisverslagen uit de 16e tot 19e eeuw laten zien dat het land dunbevolkt, economisch verwaarloosd en grotendeels verlaten was.  Mark Twain schreef in 1867:

“A desolate country whose soil is rich enough, but is given over wholly to weeds… We never saw a human being on the whole route.”

Deze beschrijvingen suggereren dat het land niet bevolkt was door een inheems Palestijns volk, maar dat de Arabische aanwezigheid grotendeels bestond uit recente immigratie. De late Ottomaanse periode is een tijd van migratiegolven, waarin Arabische families uit Egypte, Syrië, Irak, Jemen en andere landen naar het gebied kwamen, aangetrokken door de economische kansen die ontstonden door Joodse landbouwprojecten.

De centrale conclusie moet zijn dat de Palestijnse identiteit geen historische wortels heeft, dat de Arabische bevolking van het gebied geen inheemse etniciteit vormt, dat de naam “Palestina” geen Arabische oorsprong heeft, en dat de moderne Palestijnse nationale beweging een politieke reactie is op de oprichting van Israël en de nederlagen van Arabische staten. De Joodse band met het land is diep historisch, cultureel en religieus verankerd, terwijl de Palestijnse aanspraken recent, politiek gemotiveerd en historisch ongefundeerd zijn.

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Israël, polemiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *