De heidenen verkrijgen gerechtigheid – een andere lezing van Romeinen 9:30 en 31

Romeinen 9:30-31 is voor mij een tekst waarover ik jarenlang geen twijfels heb gehad. De betekenis stond wel vast. Eerst heb ik hem gehoord als een soort theologische afrekening: Israël heeft het geprobeerd via de Torah, maar dat werkt niet; de heidenen krijgen gerechtigheid zonder die last; de Torah is voorbij, en het Joodse leven dat eraan vasthoudt is een tragische vergissing. Later raakte ik ervan overtuigd dat als die lezing correct was, we moesten vaststellen dat Paulus’ benadering van het Jodendom niet correct was, niet van toepassing voor het 1e eeuwse jodendom – na lezing van Sanders’ Paul and Palestinian Judaism. Het is een lezing die Paulus tot de eerste christelijke antijood maakt, en die de deur openzet naar een houding waarin Joden alleen gered kunnen worden als ze hun eigen traditie verlaten. Maar is het mogelijk om Paulus anders te begrijpen?


Τί οὖν ἐροῦμεν; ὅτι ἔθνη τὰ μὴ διώκοντα δικαιοσύνην κατέλαβεν δικαιοσύνην, δικαιοσύνην δὲ τὴν ἐκ πίστεως·

Wat moeten we dan zeggen? Dat heidenen, die geen gerechtigheid nastreefden, gerechtigheid hebben verkregen—namelijk gerechtigheid die voortkomt uit vertrouwen.

Ἰσραὴλ δὲ διώκων νόμον δικαιοσύνης εἰς νόμον οὐκ ἔφθασεν.

Maar Israël, dat een wet van gerechtigheid najoeg, is niet bij die wet uitgekomen.


Zodra je Paulus leest met de gevoeligheid van de nieuwe Paulus‑beweging, verschuift het hele landschap. Paulus blijkt geen man die zijn volk achter zich laat, maar iemand die midden in het Joodse verhaal staat en probeert te begrijpen wat de komst van de Messias betekent voor Israël én de volken. De traditionele lezing maakt van Romeinen 9:30 en 31 een soort spirituele rangorde: de heidenen hebben het “begrepen”, Israël niet. Maar Paulus zelf lijkt iets heel anders te doen. Hij zegt niet dat de Torah een mislukking is, of dat het Joodse leven achterhaald is. Hij zegt dat de Torah nooit bedoeld was als grens, als identiteitshek dat bepaalt wie binnen en wie buiten staat. De Torah is voor hem geen probleem; het probleem ontstaat wanneer de Torah wordt gebruikt als toegangspoort tot Gods gerechtigheid.

In dat licht wordt Romeinen 9:30 geen afwijzing van de Torah, maar een kritiek op een verkeerde manier van benaderen van Gods Onderwijzing. De heidenen verkregen  – door Christus in Paulus’ ogen – gerechtigheid niet omdat ze de Torah nu negeerden, maar omdat God hen ontving zonder dat ze eerst Joden hoefden te worden. Israël “bereikte de wet van gerechtigheid niet”,  niet omdat het onderhouden van de Torah onmogelijk was, maar omdat het vasthouden aan de Torah als identiteitsgrens niet langer overeenkwam met wat God in de Messias Jezus gedaan had. Paulus’ punt is niet dat het Joodse leven faalt, maar dat Gods trouw groter is dan de grenzen die mensen trekken—ook de grenzen die religieuze tradities trekken.

De traditionele lezing maakt van Paulus iemand die zijn eigen volk corrigeert, afwijst, overstijgt. Maar de Paulus die ik in Romeinen 9–11 ontmoet, is iemand die huilt om zijn volk, die zichzelf binnen Israël plaatst, die weigert te geloven dat God Israël heeft losgelaten. De NPP‑benadering maakt dat weer zichtbaar: Paulus is geen architect van een nieuwe religie die Israël vervangt, maar een Jood die gelooft dat de komst van de Messias de horizon van het verbond verbreedt zonder het fundament te verwijderen.

Paulus’ woorden in Romeinen 9:30–31 laten ons zien dat hij niet de Torah afwijst, maar een manier van denken die mensen buitensluit. Zodra je dat ziet, verandert de hele toon van de passage: het wordt geen polemiek tegen Israël, maar een spiegel voor onze christelijke neiging om grenzen te trekken en te bepalen wie binnen of buiten staat. Paulus’ hoop blijkt ruimer dan de verguizing waaraan christenen het Joodse volk eeuwenlang hebben blootgesteld. Hij nodigt uit om opnieuw te kijken naar Gods trouw—minder voorspelbaar, minder afgebakend, en veel inclusiever dan wij vaak durven aannemen.

De nieuwe Paulus‑beweging helpt om die verschuiving te zien. Paulus schrijft de Torah niet af, maar verwerpt het idee dat de Torah een toegangspoort tot Gods gerechtigheid zou zijn. Israël faalt niet omdat het de wet onderhoudt, maar omdat het de wet gebruikt als grens op het moment dat God die grens opent voor de volken. In dat licht blijft de Torah een weg van trouw voor Israël, maar niet langer een hek dat anderen buitensluit. Paulus staat dan weer zichtbaar binnen zijn eigen volk, zoekend naar de trouw van God die groter is dan onze systemen van binnen en buiten.

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Jodendom. Bookmark de permalink.

4 reacties op De heidenen verkrijgen gerechtigheid – een andere lezing van Romeinen 9:30 en 31

  1. Robbert Veen schreef:

    Ik begrijp jouw positie denk ik heel goed. Ik heb haar zeker ook overwogen en het valt niet zonder meer uit te sluiten. Volgens sommige joodse bronnen (ha-Meíri, Maimonides) is dat ook de enige manier om aan het christendom nog betekenis te kunnen geven. Of die manier van denken na de Shoah nog mogelijk is, is een open vraag. Maar ik aarzel hier: je bevestigt de uitkomst van het optreden van de christelijke gemeente in een joods perspectief. Je begrijpt dat als een interventie van de Eeuwige zelf! (En niet als iets dat Hij gebruiken kan, hoewel het ontstaan van de Christelijke kerk uiteindelijk een catastrofe voor Israël is geweest.) Maar zo wordt de verhouding tot Israël niet gezien in het NT! Ondanks de goede pogingen van de NPP, van Dunn en Nanos, zit er toch nog zoveel anti-Israël-denken in het NT dat jouw optimistische visie niet gedeeld wordt door het apostolisch getuigenis als geheel – denk aan het evangelie van Johannes, de brief aan de Hebreeën De enige tegenpositie ligt volgens mij in de brief van Jacobus.

    • Robbert Veen schreef:

      Als je zegt dat door Jezus de volkeren toegang krijgen tot de God van Israël, is dat juist, maar in de context van het apostolisch getuigenis is het ook een reductie van hun evangelie tot een uitkomst die jij (en ik) als de fraaie kern ervan zien. Maar is Jezus het bloedige offer voor de zonde, de verlosser van de wereld, de koning van Israël en is Zijn opstanding het definitieve bewijs dat heel Zijn zending van God vandaan komt? Als die dingen waar zijn, dan is jouw samenvatting van het evangelie toch wat mager. Ik denk dat we daarom er niet omheen kunnen, dat we gedeeltelijk ook de apostolische interpretatie van de historische betekenis van Jezus moeten tegenspreken.

  2. Jan Luiten schreef:

    Robbert, speelt bij jouw aanvaring met deze materie de bedelingenleer, zoals je die zal hebben meegekregen bij de Vergadering der gelovigen misschien een rol? Ik ken dit scherpe onderscheid tussen de periode met de wet en daarna de nieuwe periode van het evangelie, waarbij beiden nauwelijks verband hebben met elkaar, niet.

    • Robbert Veen schreef:

      Het speelt zeker een rol, Jan. Bij de Vergadering van Gelovigen hielp de bedelingenleer nog een zekere rol voor Israël in de toekomst te garanderen. Na de opname van de gemeente zou God Zijn beloften aan het aardse volk Israël gaan inlossen. De Torah zou dan tot op zekere hoogte weer in ere hersteld worden. Ik zag zo deze tegenstelling: de gereformeerde theologie had hoge waardering voor het Israël uit het verleden – het verbond werd wel vernieuwd, maar bestond al vanaf Adam. Het Nieuwe Verbond kende wel veranderingen in wetgeving – besnijdenis vervangen door de doop – maar was wezenlijk hetzelfde. De evangelische beweging, inclusief de Vergadering, zag alleen een rol voor Israël in de toekomst, na de tenhemelopneming van alle christenen.

      Niemand zag de betekenis van het huidige Israël! Joodse christenen waren verdeeld. Sommigen ondersteunden de evangelische theologie, sommigen de gereformeerde. Sommigen bevestigden de verbondenheid met Israël alleen omdat ze meenden dat er een opdracht lag om het evangelie aan Israël te brengen. Sommigen probeerden een evangelische gemeente te stichten die rabbijns-joodse elementen in de liturgie invoerde met vooral missionaire doelen. In ieder geval werd de dialoog met de rabbijnse theologie gezocht, zij het mondjesmaat en meestal vanuit het standpunt van de volstrekte superioriteit van het NT.

      Voor mij was de directe ontmoeting met de rabbijnse traditie en de gesprekken met orthodox-joodse leraren en vrienden van groot gewicht. Ik aarzel op dit moment tussen twee perspectieven. Je leest de hele Bijbel anders als je Hebreeuws leert en de rabbijnse commentaren en de Talmoed leert kennen. Het ene is de christelijke theologie en praktijk te reformeren tot iets dat de joodse wortels en denkwijze die al in het NT besloten liggen meer tot uitdrukking brengt. Een zuivering van de uit de hand gelopen, door Griekse religie en wijsbegeerte beïnvloede dogmatiek. Maar ik besef dat de kerk van nu, verzwakt als ze is door de charismatische, postmoderne woeker, en ingestort zodat een zieltogende generatie nog overgebleven is, die reformatie niet dragen kan.
      Het andere is binnen de christelijke theologie in ieder geval twee zaken te versterken: de steun en solidariteit voor en met Israël, en verder de versterking van een christelijke ethiek door de joodse halachische manier van denken ook binnen die ethiek vruchtbaar te maken (Maimonides in plaats van Aristoteles, kort gezegd.)

      Om eerlijk te zijn: als ik dan zo’n bijdrage van Steven Paas zie, die eigenlijk heel consequent de breuk met het jodendom verdedigt en voortzet, op een meer en meer polemische wijze, dan zinkt mij de moed in de schoenen en krijg ik de neiging om deze failliete christelijke boedel maar aan haar lot over te laten. Het is alsof Miskotte, Zuidema en de vele anderen die de joodse wortels in het christendom wilden eren, alsof de rejudaïsering van de exegese van het NT door Sanders, Dunn en Nanos simpelweg op dove oren gevallen is – alsof de Hamas-propaganda uiteindelijk onze theologie mag bepalen. Het is alsof sommigen vooral willen dat de christelijke kerk naast de islam gaat staan, en zich om die reden moet distantiëren van Israël – sterker dan ooit tevoren. Weet je waar me dat aan doet denken? Aan de Germaans-christelijke kerk van de jaren 30, aan de beweging van Marcion en Arius. De kerk krijgt nu voor de derde keer te maken met haar eigen antisemitische kern – en dit keer dreigt ze roemloos ten onder te gaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *