Ik ben geneigd de charismatische beweging te zien als een symptoom van een verziekte kerk.
#1
“Er is geen herkenbare, inzichtelijke openbaring, buiten het leven en het getuigenis om van degenen aan wie het is overgedragen.”
Deze woorden van Jacques Ellul kunnen nog scherper worden geformuleerd. John Howard Yoder deed dat als volgt:
“in een plaats waar het evangelie niet wordt gehoorzaamd, is het evangelie niet waar.”
Als we onder “waar” mogen verstaan wat Ellul bedoelde, zijn beide uitspraken volstrekt congruent. Beide staan in scherpe tegenstelling tot wat we meestal zeggen: natuurlijk is onze christelijke praktijk bedorven, zwak, en laf. Maar het evangelie is ongeschonden. Die dichotomie tussen begrip en werkelijkheid kan niet gehandhaafd blijven.
De kerk gaat mee met de heersende cultuur en volgt daarin vaak het meest conservatieve, het meest “law and order”, het meest onderdrukkende spoor dat er is. Een christen kan niet anders, denken wij, dan zijn waarheid aanpassen aan het leven. Wanneer Jezus de weg en de waarheid en het leven is, geldt echter een geheel andere waarheid. En die willen we best verkondigen, proclameren, overdenken. We willen haar alleen niet doen.
Als een christen zich in zijn leven niet geheel en al aanpast aan de waarheid, is er geen waarheid meer. Hoe kan de wereld erkennen dat de Heer Jezus door de Vader gezonden is? Hoe kan de wereld erkennen dat de Vader de discipelen van Jezus heeft liefgehad en nog steeds liefheeft? Dat zij die liefde misschien niet verdiend hebben, maar wel hebben beantwoord? Hoe kan de wereld erkennen dat Jezus door de Vader is gezonden, wanneer zij niet een zijn?

#2
“Opdat zij volmaakt één zijn, zoals Wij eén zijn, Ik in hen en u in Mij.” Wij hebben de heerlijkheid ontvangen die de Vader aan de Zoon gegeven heeft “opdat zij één zijn zoals Wij één zijn” (Joh. 17:22, 23). Zijn discipelen hebben Hem liefgehad. Wie Hem liefheeft, gehoorzaamt Zijn geboden. En het voornaamste gebod dat Hij gegeven heeft is hierin besloten: “Dit is Mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb” (Joh. 15:12). De kenbaarheid van het evangelie berust op de praktijk van de gemeente. Als er geen onderlinge liefde is en dus geen eenheid, dan is voor de wereld het evangelie niet waar.
Wanneer onze praktijk niet op orde is, heeft het ook geen zin een waarheid te verkondigen. Maar zolang die waarheid nog wordt gepredikt, is er een mogelijkheid van herstel. Er is een ijkpunt waaraan onze leugens als leugens doorzien kunnen worden.
De omslag komt wanneer de kerk de waarheid gaat aanpassen aan het eigen leven. De westerse kerk ondersteunt kapitalisme of socialisme, zij ondersteunt zware dictaturen. Kerk, dat is inquisitie, lijfeigenschap, kruistochten, theocratie, ethisch appel, postmodernisme. Kerk, dat is compromis met staat en cultuur, concessie na concessie over de waarheid en over het goede.
Heel af en toe spreekt de kerk, maar met een machteloze stem, de waarheid. Zoals in de belijdenis van Barmen, waar alles staat of valt met de vaststelling dat de Heer Jezus de enige Weg, Waarheid en het Leven Zelf is. “Niemand komt tot de Vader behalve door Mij.” Daarmee kan de aanspraak van de Nazi staat niet worden verzoend. Maar Barmen geldt voor een kleine minderheid van de Duitse christenen. Kerk was dienstbetoon aan de Führer.
#3
Deze kerk van de 20e eeuw, zo rekbaar, zo zonder moreel kompas, zo verschillend en tegenstrijdig, zoekt na de Tweede Wereldoorlog haar eenheid. Als de waarheid aan het leven is aangepast, is het allemaal hetzelfde. Waarom zouden gereformeerden en hervormden nog gescheiden optrekken? Waarom zouden katholieken en protestanten niet in de Oecumene kunnen samenwerken? Een eenheid zonder waarheid, een eenheid van de organisaties, van het beheer van financiën en kerkgebouwen. Niet de eenheid van de discipelen die de geboden van Christus praktiseren, niet de eenheid die het gevolg is van de volkomen erkenning van de waarheid die de Heilige Geest kwam brengen.
De kerk die zich alleen maar aanpast, is een dwarrelende, zieke kerk. En dat heeft zijn symptomen. Sommigen ervaren die kerk als zwak, lafhartig, onduidelijk, verlengstuk van bepaalde sociale krachten. Wat te doen? Van binnenuit reformeren werkt niet. Dan maar een kerk ernaast. En die moet moedig zijn, krachtig, helder. Die moet overtuigen en groeien en triomferen. Haar leden moeten uitblinken in dienstbetoon voor elkaar en de wereld, en ze moeten met kracht zijn bekleed.
Het historische voorbeeld wordt de gemeente van de eerste eeuw; daarbinnen met name de gemeente van Korinthe. Herstel van de gaven van de Geest wordt het voor de hand liggende antwoord op de vraag naar het herstel van de kerk. Terug naar de eerste eeuw! Vergeten wordt voor het gemak de zedeloosheid van Korinthe, de doorwerking van heidense praktijken, de twisten en onderlinge scheuringen rond populaire leraren, het streven naar spektakel dat de band van de liefde bedreigt. Korinthe is in de eerste eeuw geen voorbeeldige gemeente. Korinthe is geen voorbeeld ter navolging.
Men zoekt echter geen herstel in de gemeente in de eerste eeuw als zodanig. Men zoekt geen herstel door de gehoorzaamheid aan het voorbeeld van Efeze, of Berea of Filippi, , maar door het overnemen van de uitingen van Korinthe. Niet haar waarheid wordt aangenomen, maar haar ecstatische of mystieke ervaringen. Opnieuw wordt de waarheid aan het leven, aan de daarin heersende behoefte, aangepast. Net als de gemeente van Korinthe feitelijk deed door de Grieks-Romeinse moraal te volgen. Maar nu is het de behoefte aan kracht, zekerheid, overtuiging, zelfbevestiging die dit proces aanstuurt.
En opnieuw verdwijnt de waarheid van de leer van het NT, van de geboden van Christus. En met die waarheid verdwijnt de Ene die de weg, de waarheid en het leven is. Weg tot behoud, waarheid die verlicht, zodat het leven van de gemeente wordt gevoed door Zijn leven.
Vanwege het spektakel en de dringende behoefte aan diepe ervaring, en samen met de postmoderne argwaan tegen elke intellectuele benadering van de waarheid, verschijnt de gestalte van de postmoderne charismatische gemeente. Een nauwkeurig tegenbeeld van de dwarrelende kerk die aan het verdwijnen is. De kerk slaat om in haar tegendeel, en dat tegendeel is even eenzijdig als de kerkelijke gestalte waar ze zich tegen verzet heeft.
Zo had Jan Pool zijn visioen over de verdwijnende kerk. Bewegingsloze mensen zitten op stoelen in een kamer. Door het dak heen straalt ineens licht en er komt beweging. Maar niet iedereen beweegt mee. Wie beweegt, vernieuwt, de chaos verdraagt, exorbitante claims op voorhand gelooft, steeds weer opnieuw ontroerd wil worden door “wat God doet in deze tijd voor Nederland”, kan zich een authentieke christen wanen.
En het grote slachtoffer van deze zelfmutilatie van de kerk, van deze innerlijke scheuring, is de Schrift, die uitgerekend als geheel van Christus getuigt en geen receptenboek voor het verrichten van wonderen wil zijn. Die het voornaamste werk van de Geest is maar monddood wordt gemaakt wanneer ze alleen mag illustreren wat een spektakelbeluste menigte zoekt. En wanneer de Schrift valt, valt ook de eerbied voor Christus, die haar enige onderwerp is. Oorspronkelijk gepubliceerd op 20 juni 2006