Veel christenen voelen oprechte humanitaire bewogenheid voor het lijden van Palestijnen, en die bewogenheid is begrijpelijk en waardevol. Maar juist daarom is het belangrijk om te weten welke rol UNRWA in de afgelopen decennia heeft gespeeld. Een organisatie die bedoeld was als tijdelijke hulpverlener is uitgegroeid tot een systeem dat niet alleen humanitaire steun biedt, maar ook een politieke en ideologische werkelijkheid in stand houdt die het conflict verdiept in plaats van verlicht. Wie vanuit christelijke compassie betrokken is bij de Palestijnse zaak, moet begrijpen dat UNRWA niet alleen voedsel en onderwijs verstrekt, maar ook een erfelijke vluchtelingenstatus onderhoudt, opereert binnen de ideologie van Hamas in Gaza en scholen financiert waar haat tegen Joden wordt gezaaid. Sommige medewerkers van UNRWA blijken zelfs te hebben deelgenomen aan de massamoord van 7 oktober 2023.
Wanneer UNRWA blijft volhouden dat het onderwijs dat het financiert in Gaza “neutraal” is, terwijl iedereen die de realiteit onder ogen durft te zien weet dat neutraliteit in Gaza niet bestaat, is het punt bereikt dat een organisatie binnen de VN niet langer geloofwaardig is. Het is ook een zaak van gezond verstand. Je kunt niet opereren in een gebied waar Hamas de politieke, sociale en culturele ruimte volledig domineert, en dan naar buiten toe pretenderen dat je onderwijsinstellingen een soort steriele VN‑bubbel vormen, onaangeraakt door de ideologie die overal om hen heen wordt verspreid. Het is een fictie die misschien goed staat in beleidsdocumenten, maar die volledig instort zodra je kijkt naar wat er daadwerkelijk in klaslokalen gebeurt.
UNRWA is in oorsprong een hulporganisatie van de Verenigde Naties die na 1948 werd opgericht om Palestijnse vluchtelingen tijdelijk te ondersteunen met voedsel, medische zorg en onderwijs, totdat er een politieke oplossing zou komen. In theorie is het dus geen politieke speler, maar een humanitaire instantie die basisvoorzieningen levert aan mensen in nood. Het mandaat was bedoeld als overbrugging, niet als permanente structuur: UNRWA hoort neutraal te opereren, geen partij te kiezen en zeker geen ideologie te verspreiden. In de praktijk is de organisatie echter diep verankerd geraakt in de samenleving van Gaza, de Westelijke Jordaanoever en de regio, waardoor haar scholen, ziekenhuizen en hulpprogramma’s functioneren binnen politieke realiteiten waar zij zelf geen controle over heeft. Daardoor ontstaat een spanning tussen wat UNRWA officieel zegt te zijn — een neutrale, tijdelijke hulpverlener — en de complexe, soms problematische rol die zij in de dagelijkse werkelijkheid vervult.
Mijn inschatting is dat de officiële ontkenning van UNRWA — dat het nooit beleid is geweest om Hamas‑propaganda te verspreiden — steeds holler klinkt tegenover de werkelijkheid van het onderwijs dat het financiert. Want het probleem is niet dat UNRWA formeel Hamas‑propaganda voorschrijft. Het probleem is dat UNRWA weigert te erkennen dat haar scholen diep ingebed zijn in een samenleving waarin Hamas de toon zet, de normen bepaalt en de ideologische lucht verspreidt die iedereen inademt. In zo’n omgeving is het naïef en onverantwoord om te doen alsof leraren die door UNRWA worden betaald neutraal zouden kunnen zijn tegenover de propaganda die hen dagelijks omringt. De realiteit is dat die leraren die propaganda niet alleen consumeren, maar ook doorgeven — expliciet in de vorm van lesmateriaal, in de vorm van verhalen over martelaren, antizionistische liederen of de historische “context” die ze aan kinderen meegeven. Die context is dan steevast de bekende ideologische leugen: Israël is de koloniale bezetter, een apartheidsstaat, genocidaal, de drie moderne “bloodlibels“.
En precies daar wringt het. Want als een organisatie jarenlang weet dat dit gebeurt, als er rapport na rapport verschijnt waarin wordt aangetoond dat leraren aanslagen verheerlijken, dat lesmateriaal geweld normaliseert, dat Israël systematisch wordt gedemoniseerd, en als die organisatie vervolgens blijft volhouden dat dit allemaal incidenten zijn die “niet representatief” zijn, dan komt er een moment waarop je moet zeggen: dit is geen incident meer, dit is een patroon. En een patroon dat je niet effectief bestrijdt, wordt uiteindelijk je eigen verantwoordelijkheid.
In mijn ogen heeft UNRWA daarmee zijn legitimiteit verloren. Niet omdat het formeel kwaadwillend zou zijn, maar omdat het structureel niet in staat is gebleken om te voorkomen dat het onderwijs dat het financiert wordt gebruikt als kanaal voor een ideologie die haaks staat op de principes van de VN. Een organisatie die miljoenen kinderen onderwijst, maar niet kan garanderen dat dat onderwijs niet wordt vervormd door een gewelddadige, antisemitische beweging, draagt onvermijdelijk bij aan het klimaat waarin die beweging gedijt.
UNRWA is de afkorting van United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East. De naam zegt precies wat de organisatie oorspronkelijk moest zijn: een door de Verenigde Naties opgerichte instantie die hulp (“relief”) en werkgelegenheid (“works”) aanbiedt aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten. Zonder de unieke bepaling dat alle nakomelingen van vluchtelingen van 1948, ongeacht hun status, recht hebben op ondersteuning en op de terugkeer naar Israël – een land dat velen nog nooit bezocht hebben – zou de UNRWA al lang geleden opgeheven zijn.
En dat brengt me bij de meest pijnlijke conclusie. Het klimaat dat op 7 oktober tot uitbarsting kwam — een klimaat waarin het vermoorden van burgers niet alleen wordt gelegitimeerd, maar soms zelfs verheerlijkt — ontstaat niet uit het niets. Het wordt gevoed, jaar na jaar, generatie na generatie, door verhalen, symbolen, liederen, lessen en docenten die kinderen leren dat geweld een vorm van rechtvaardigheid is en dat Joden geen mensen zijn, maar vijanden die tot het uiterste moeten worden bestreden. Als UNRWA scholen financiert waarin leraren dat narratief doorgeven, dan draagt UNRWA, hoe onbedoeld ook, bij aan het militante antisemitisme.
Dat betekent niet dat UNRWA rechtstreeks verantwoordelijk is voor de 7 oktober‑massamoord. Maar het betekent wel dat UNRWA, door haar structurele onvermogen om ideologische infiltratie te voorkomen, en door de ogen te sluiten voor de propagandistische inbreng van sommige van haar medewerkers, mede heeft bijgedragen aan het klimaat waarin zo’n aanval denkbaar werd. En als een organisatie die pretendeert kinderen te beschermen en op te voeden uiteindelijk bijdraagt aan een cultuur die kinderen leert te haten, dan is het tijd om de vraag te stellen of die organisatie nog wel een legitieme rol kan spelen in het leven van diezelfde kinderen.