De bedoelingen van Hamas (2/2)

Het is verleidelijk om het Handvest van Hamas uit 1988 te lezen als een soort “oer‑document” dat alles zegt wat er over de beweging te zeggen valt: eliminatorisch, antisemitisch, doordrenkt van complottheorieën en religieus gemotiveerd geweld. Maar wie wil begrijpen wat Hamas vandaag beweert na te streven, kan niet om de latere teksten heen, in het bijzonder het “Document of General Principles and Policies” uit 2017. Juist in de spanning tussen deze twee teksten wordt zichtbaar wat Hamas zegt te willen, hoe het zich presenteert aan de buitenwereld, en in hoeverre er sprake is van ideologische verschuiving of slechts van retorische herverpakking.

Het Handvest van 1988 schetst, zoals eerder beschreven, geen programma voor een Palestijnse staat naast Israël, geen agenda voor gelijke rechten voor Palestijnse Arabieren binnen een gedeeld staatsverband, maar een kosmische strijd tegen “de Joden” als collectieve vijand. Israël wordt niet gezien als een concrete staat met grenzen en instituties, maar als de politieke uitdrukking van een eeuwige, kwaadaardige macht. De tekst beroept zich op vervalste documenten als de “Protocollen van de Wijzen van Zion”, beschuldigt Joden van wereldwijde samenzweringen en legitimeert geweld religieus door middel van hadith‑citaten die oproepen tot het doden van Joden tot aan de Dag des Oordeels. Vrede, onderhandelingen en internationale conferenties worden expliciet verworpen; er is “geen oplossing” voor de Palestijnse kwestie behalve de gewapende jihad. In deze wereld is “Palestina” een onvervreemdbare islamitische waqf, en elke vorm van territoriaal compromis is per definitie verraad.


The english audio for the two parts:


Tegen deze achtergrond lijkt het document van 2017 op het eerste gezicht een breuk te markeren. De toon is minder apocalyptisch, de expliciet antisemitische passages ontbreken, en Hamas presenteert zich als een nationale beweging die strijdt tegen het “zionistische project” in plaats van tegen Joden als religieuze of etnische groep. In de tekst wordt gesteld dat de strijd niet gericht is tegen Joden “als zodanig”, maar tegen een koloniale, racistische onderneming die Palestina heeft bezet. Dat is geen kleine verschuiving in taal: waar het Handvest van 1988 Joden als metafysische vijand neerzet, probeert het document van 2017 de vijand te herdefiniëren als een politiek project, in lijn met de terminologie van antikoloniale bewegingen.

Nog opvallender is de passage waarin Hamas verklaart een Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967 te “aanvaarden” als een “nationale consensusformule”. Op papier lijkt dat een opening naar een tweestatenlogica: een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, met Jeruzalem als hoofdstad, en het recht op terugkeer voor vluchtelingen. Maar diezelfde tekst herhaalt in één adem dat Hamas “geen enkel alternatief” accepteert voor de “volledige bevrijding van Palestina, van de rivier tot de zee”, en dat het de “zionistische entiteit” blijft verwerpen. De aanvaarding van een staat binnen de lijnen van 1967 wordt dus niet gepresenteerd als eindpunt, maar als een tactische formule, een mogelijke fase binnen een groter project dat gericht blijft op volledige “bevrijding”.

Hier wordt de kern van de spanning tussen 1988 en 2017 zichtbaar. Aan de ene kant is er een duidelijke poging om de meest toxische elementen van het oude Handvest te verzachten: geen expliciete verwijzingen meer naar de Protocollen, geen openlijke dehumanisering van Joden als “microben” of “afstammelingen van apen en varkens”, geen letterlijke herhaling van hadith‑citaten die oproepen tot het doden van Joden. Aan de andere kant wordt het oude Handvest niet formeel herroepen; het blijft, in de woorden van Hamas‑leiders, een “historisch document” dat deel uitmaakt van de ontwikkeling van de beweging. De nieuwe tekst vervangt de oude niet, maar legt er een laag van politiek‑pragmatische taal overheen.

Dat roept de vraag op of er sprake is van werkelijke ideologische verandering of van strategische herformulering. Voor wie het 2017‑document leest als een teken van matiging, wijst de verschuiving van “Joden” naar “zionistisch project” op een poging om religieuze haat te vervangen door politieke oppositie, en de verwijzing naar een staat binnen de 1967‑grenzen op een zekere bereidheid om de feitelijke aanwezigheid van Israël te erkennen, al is het impliciet. Voor wie sceptisch is, oogt het document als een oefening in taalpolitiek: de kern blijft “volledige bevrijding van Palestina”, de expliciete erkenning van Israël ontbreekt, en de gewapende strijd wordt nog steeds gepresenteerd als legitiem en noodzakelijk.

Wat in beide lezingen overeind blijft, is dat Hamas zichzelf niet primair definieert als een beweging voor burgerrechten of gelijkheid binnen een bestaand staatskader. Ook in 2017 staat niet de vraag centraal hoe Palestijnse Arabieren gelijke rechten kunnen krijgen in een gedeelde staat, maar hoe “Palestina” als geheel kan worden “bevrijd” van een als illegitiem beschouwde entiteit. De middelen die worden genoemd, blijven in de kern dezelfde: verzet, inclusief gewapend verzet, tegen een bezettingsmacht. Het verschil is dat deze strijd nu wordt verpakt in termen die beter aansluiten bij het internationale discours over antikolonialisme en verzet tegen bezetting, terwijl de expliciet antisemitische en eschatologische taal van 1988 naar de achtergrond wordt geschoven.

In die zin laten de latere documenten van Hamas een beweging zien die zich bewust is van haar internationale imago en probeert haar boodschap te herformuleren zonder haar fundamentele doelen op te geven. Het Handvest van 1988 legt de ideologische onderlaag bloot: een religieus‑kosmische strijd tegen Joden en tegen Israël als uitdrukking van een vermeend wereldcomplot. Het document van 2017 toont een poging om die strijd te vertalen in de taal van nationale bevrijding en politieke legitimiteit. Maar in beide gevallen blijft het einddoel niet een Palestijnse staat naast Israël of gelijke rechten binnen een gedeelde staat, maar de “bevrijding” van heel Palestina en de verwerping van de zionistische staat als zodanig. Wie de teksten serieus neemt, kan moeilijk volhouden dat Hamas in zijn eigen woorden een klassieke nationale beweging is die zich heeft neergelegd bij een duurzame tweestatenoplossing; eerder presenteert het zich als een beweging die haar doelen constant houdt en haar taal aanpast aan de omstandigheden.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Jodendom. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *