6. Christus’ Koninkrijk is universeel en niet etnisch of nationaal bepaald.
Citaat: “Een dergelijke nationalistische notie zou in tegenspraak zijn met het geestelijke en universele karakter van Christus’ Koninkrijk.”
Stelling 6 stelt dat antisemitisme en filosemitisme beide onverenigbaar zijn met het Evangelie, en dat daarom geen enkele bijzondere religieuze verwachting voor Israël kan worden gehandhaafd.
Vanuit het perspectief dat Gods trouw aan Israël blijvend is, overtuigt deze redenering niet.
De afwijzing van antisemitisme is vanzelfsprekend en bijbels, maar het gelijkstellen van elke positieve verwachting voor Israël met “filosemitisme” miskent dat de Schrift zelf zulke verwachtingen wekt. Paulus schrijft niet alleen dat God zijn volk niet heeft verstoten — “Volstrekt niet!” (Rom. 11:1) — maar ook dat Israël nog steeds “de verbonden, de beloften en de eredienst” toebehoren (Rom. 9:4). Dat is geen etnisch nationalisme, maar een theologische constatering die voortkomt uit Gods eigen handelen.
De gedachte dat een blijvende rol voor Israël zou leiden tot religieus nationalisme wordt door de Schrift zelf tegengesproken. De profeten verbinden Israëls toekomst niet met etnische superioriteit, maar met Gods trouw en met de zegen voor de volken. Jesaja spreekt over Israël als “een licht voor de heidenen” (Jes. 49:6), en Zacharia voorziet een tijd waarin “tien mannen uit alle talen der volken de slip van een Jood zullen vastgrijpen” (Zach. 8:23). Deze teksten beschrijven geen nationalistische verheffing, maar een toekomst waarin Israël een instrument van universele zegen is. Het Nieuwe Testament neemt deze lijn over wanneer Simeon zegt dat Christus is gegeven “tot een licht voor de heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël” (Lk. 2:32). De universaliteit van het evangelie en de bijzondere roeping van Israël staan hier niet tegenover elkaar, maar naast elkaar.
Ook Paulus’ betoog in Romeinen 11 laat zien dat een blijvende verwachting voor Israël niet voortkomt uit etnische voorkeur, maar uit Gods eigen trouw. Hij schrijft dat “heel Israël zal worden gered” (Rom. 11:26) en verbindt dit direct met Gods karakter: “De genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk” (Rom. 11:29). Deze woorden zijn geen uitdrukking van filosemitisme, maar van een theologische overtuiging dat God zijn beloften niet verbreekt. Bovendien waarschuwt Paulus de heidenen juist tegen hoogmoed: “Wees niet hoogmoedig, maar vrees” (Rom. 11:20). Deze waarschuwing veronderstelt dat Israël een blijvende plaats heeft die niet door de Kerk kan worden geannuleerd.
Het gelijkstellen van elke positieve verwachting voor Israël met een vorm van afgoderij miskent dat de Schrift zelf zulke verwachtingen voedt. Wanneer de leerlingen vragen: “Zult Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël herstellen?” (Hand. 1:6), wijst Jezus hun vraag niet af, maar verwijst Hij naar de Vader die de tijden bepaalt. De verwachting zelf blijft daarmee legitiem. Een theologie die elke bijzondere rol voor Israël afwijst, loopt het risico meer te corrigeren dan de Schrift zelf doet.
Vanuit dit geheel van bijbelse getuigenissen is het goed verdedigbaar
dat een blijvende verwachting voor Israël niet voortkomt uit nationalisme of filosemitisme, maar uit Gods eigen beloften. De universaliteit van het evangelie staat niet tegenover Israëls roeping, maar is ermee verweven. Gods trouw aan Israël vormt geen bedreiging voor Christus’ centrale positie, maar juist een bevestiging van de weg die God zelf is gegaan en nog steeds gaat.
Geachte dominee,
U hebt een aantal artikelen geschreven over Steven Paas, die geen bijzondere plaats geeft aan het Joodse volk. We zien in onze tijd bij veel mensen, maar ook onder Christenen weer een opleving van anti Joodse patronen die een zekere tijd alleen maar onderhuids aanwezig waren. Na de oorlog, met als dieptepunt de holocaust, ontstond bij veel Christenen en verlangen om zich te verdiepen in de Joodse traditie. Er werden leerhuizen opgericht, en een groeiend aantal Rabbijnen stonden open voor Christenen die op zoek waren naar hun Joodse wortels. Studieboeken van Joodse auteurs vonden veel aftrek en er werd zelfs een overlegorgaan (OJEC) opgericht met vertegenwoordigers uit de twee geloofsrichtingen die periodiek bij elkaar kwamen. Ook het aantal reizen naar Israël nam toe om het beloofde land te ontdekken en contact te zoeken met de Joodse inwoners om hen te bemoedigen.
Helaas zag je na de eeuwwisseling dat de belangstelling voor Israël minder werd en de positie van de Palestijnen toenam. Mijn vrouw en ik hebben een aantal malen vrijwilligerswerk gedaan in Israël, en wat dan steeds weer opvalt is de motivatie onder de Joden om het land tot bloei te brengen, en hun moeite om de Palestijnse bevolking te betrekken bij de opbouw van het land. Volgens ons komt het overeen met de oude profetische visioenen die spreken over de terugkomst van de Joden naar hun land. Helaas heeft Steven Paas daar geen oog voor en is ervan overtuigd dat het Joodse volk geen Bijbels recht heeft op Israël. Op zich zou dit nog niet zo ernstig zijn maar gelet op zijn werk als professor op de universiteit werkt zijn theologische visie en overtuiging wel door naar de studenten.
Ook het recent verschenen boek van professor. dr. Hans van Oort toont aan dat veel belangrijke Christenen geen oog meer hebben voor Gods handelen met de Joden. Helaas brengen deze mensen veel schade toe aan jonge Christenen die nog bezig zijn om hun geloof verdieping en richting te geven.
Na 7 Oktober 2023 is er zelfs een diepe kloof ontstaan tussen Christenen die de wreedheid van de Palestijnen begrijpelijk vonden en zij die met afgrijzen en diep geschokt het opnemen voor de reacties van het Joodse volk.
Het is dan ook mijn diepste verlangen dat er opnieuw een opleving komt onder veel Christenen om het Joodse volk te zegenen en hen te ondersteunen totdat de komst van Messias een andere wereld vanuit Jeruzalem tot stand zal brengen.
Een hartelijke groet,
Wim Werrie