Het misverstand bij Paulus over de rechtvaardiging en de wet – leren van de rabbijnen

Het (mogelijke) misverstand bij Paulus over de rechtvaardiging door geloof raakt de Christelijke theologie in zijn fundamenten, zeker de theologie van de Reformatie. Overweeg eens het volgende fragment uit het boek Judaism, door Georg Foot Moore. (p. 495 en aantekening 209).

Wat de rechtvaardige mens die in zonde gevallen is, onderscheidt, is zijn berouw, zijn terugkeer of tesjoeva – een middel dat God, die de zwakheid van de mens kent en zijn zonde voorzien heeft, genadig schiep vóór de wereld tot stand kwam. Paulus’ definitie van rechtvaardigheid als volmaakte overeenstemming met de wet van God zou daarom nooit zijn aanvaard door een Joodse tegenstander, voor wie het gelijk zou hebben gestaan aan toegeven dat God de mens had bespot door hem redding aan te bieden op voorwaarden waarvan zij beiden wisten dat ze onmogelijk waren – God, omdat hij de mens had gemaakt tot een schepsel uit het stof met al zijn menselijke zwakheden (Psalm 103, 14) en in hem de ‘kwade impuls’ had ingeplant; de mens, bovenal de gewetensvolle mens, in zijn dagelijkse ervaring van eigen zwakte en moreel falen. God was te goed, te redelijk, om een volmaaktheid te eisen waartoe hij de mens niet in staat had gesteld. Doorgaan met het lezen van “Het misverstand bij Paulus over de rechtvaardiging en de wet – leren van de rabbijnen”

Het schisma verdiept zich – anti-judaïsme in de kerk van de 4e eeuw

Het vierde-eeuwse keizerlijke christendom recapituleerde en ontwikkelde een belangrijke interpretatieve positie verder, namelijk dat zowel de hoge god als zijn goddelijke zoon de joden en het jodendom volledig hadden afgezworen.

In deze kerkelijke opvatting, was Jezus specifiek gekomen om te onderwijzen tegen de Joodse interpretatie van de Joodse wet. Overigens, dat had Mozes ook gedaan en zo ook alle profeten in de periode voor de incarnatie. Al deze heilige mannen, zo leerde de kerk, en ook de Zoon van God zelf, hadden de tempel en zijn bloedige offers, hadden de vleselijke besnijdenis veroordeeld, hadden de Joodse naleving van de Sabbat bekritiseerd, en de Joodse praktijken in het algemeen. Zo ook Paulus, en zo ook de andere apostelen van de eerste generatie. Doorgaan met het lezen van “Het schisma verdiept zich – anti-judaïsme in de kerk van de 4e eeuw”

Omdat de joodse wortels de Christelijke gemeente dragen – Beit Ahavat Torah

U draagt de wortel niet, maar de wortel draagt u – Rom. 11.18

Het Christendom is een beweging die in en vanuit het jodendom van de eerste eeuw van de jaartelling is begonnen.

Dit is een eenvoudig, onbetwistbaar gegeven dat de leidraad geeft voor ons begrip van het Christendom van de eerste eeuw. Maar niet alleen onze historische kennis van dat begin is hier van belang. Dat zou alleen een historische interesse kunnen bevredigen. Het wordt onvoldoende begrepen dat dit feit ook van direkt belang is voor ons begrip van het Christendom in de huidige tijd. Elk normatief begrip van het christendom, haar definitie, haar manier van denken, haar relatie tot de wereld, is fundamenteel te begrijpen vanuit de relatie tot het jodendom waaruit ze is ontstaan. De begrippen, leerstellingen, de hoop en verwachting, de ethiek en de manier waarop het een gemeenschap opbouwt, tot in haar liturgie en vormen van gebed, zijn wezenlijk en niet accidenteel door het eerste-eeuwse jodendom bepaald. Doorgaan met het lezen van “Omdat de joodse wortels de Christelijke gemeente dragen – Beit Ahavat Torah”

De gezichten van de Torah – leren van de Rabbijnen

Dit is de eerste tekst – een soort preekschets – uit Bereshit Rabbah, een deel van een grote verzameling van dergelijke commentaren op de Torah die we kennen onder de naam Midrasj Rabbah.

De grote Rabbi Hoshaya opende [met het vers (Mishlei 8:30)] “Ik [de Thora] was een amon voor Hem en ik was elke dag een speelbal voor Hem.”

Doorgaan met het lezen van “De gezichten van de Torah – leren van de Rabbijnen”

De Heere wordt jouw God – leren van de rabbijnen

De Tzemach Tzedek 1) had yechidus – een audientie, een persoonlijk gesprek over het Joodse leven en denken – met de Alter Rebbe 2) op de maandag van Teitzei, 6 Elul 5564 (1804); de Rebbe vertelde hem: “Op Shabbat Tavo 5528 (1768) gaf mijn Rebbe (de Maggid van Mezritch) een “Torah-les” beginnend met V’shavta ad Havayeh Elokecha, d.i. u zult terugkeren tot de HEERE uw God. Hij legde uit dat de avoda (het werk of de dienst, hier in het bijzonder het gebed) van teshoeva (berouw, terugkeer, maar ook terugbrengen) een niveau moet bereiken waarop Havayeh (de naam van de HEERE), de transcendente God voorbij alle werelden, wordt tot Eloheicha. De Heere wordt tot jouw God! De verborgen en eeuwige God wordt tot jouw God en op die wijze zichtbaar in de wereld. Doorgaan met het lezen van “De Heere wordt jouw God – leren van de rabbijnen”

De prioriteit van het gebed – leren van de rabbijnen

Iemand vroeg me deze week waarom ik me – als Christelijke predikant en theoloog – zo druk maak om de joodse uitleg van de Wet van Mozes die, zo zei hij, toch niet meer voor ons geldt?

Nu is dat geen eenvoudige kwestie maar een die een uitgebreide uitleg vergt. Wat is dan de betekenis van de Torah voor Christenen? Hoe spreekt Paulus eigenlijk over de Torah en tegen wie zegt hij dan dat de Torah niet langer geldig zou zijn? Zegt hij dat eigenlijk wel? En wat is dan de zin van de woorden van onze Heer Jezus dat Hij niet gekomen is om de Torah te ontbinden, maar om die te vervullen? Allemaal zaken waar ik al eerder over heb geschreven en gesproken.

Een passage uit de Sjoelchan Aroech, de middeleeuwse codex van de Halacha.

Ik wil liever laten zien wat de waarde van de joodse halacha is voor ons, dan er in abstrakte vorm over praten. Natuurlijk is er verschil. Wat voor joden halacha is, d.w.z. een verplichting in een nauwkeurig omschreven levenswijze, is voor ons een aanwijzing. Wij leren van de rabbijnen, zoals onze Meester ons opdraagt in Mattheus 23:1, 2. Wat voor ons “wettelijk” bindend is, dat is het gebod van de Heer Jezus en de Noachidische geboden die de apostelen aan de gemeente oplegde in Handelingen 17.

Maar wij leren inderdaad van de rabbijnen. Het citaat dat ik hier wil voorleggen is maar een van vele teksten die wij ons ter harte zouden kunnen nemen. Ik geef hier de vertaling:

“Zodra de dag aanbreekt, wanneer een lichtstraal van de zon in het oosten schijnt, omdat dit de tijd is waarin gebeden kan worden (want als je dan gebeden had, zou je verplichting vervuld zijn), is het verboden om met werken te beginnen of je in je zaken te verdiepen of op reis te gaan voordat je gebeden hebt, zoals er gezegd wordt: “Gerechtigheid zal hem voorafgaan en [pas daarna] zal hij zijn voetstappen op de weg zetten. “Gerechtigheid” verwijst naar het gebed, want wij verklaren de gerechtigheid van onze Schepper, en daarna mogen wij onze voetstappen op de weg zetten naar onze persoonlijke ondernemingen.”

 

We kunnen hier een aantal zaken van leren.

  1. Dat we ons gebed in de ochtend tot een vaste gewoonte zouden moeten maken. De dag begint met gebed.
  2. Dat alles wat belangrijker lijkt te zijn zal moeten wachten: je begint de dag niet met zaken doen, of een reis voorbereiden, hoe dringend dat ook is. Je omgang met de Heere God gaat altijd voor.
  3. Dat de reden daarvan is, dat we geroepen zijn om te getuigen van de gerechtigheid van onze God en Vader – d.w.z. gebed is, hoe privé ook, een getuigenis tegenover de wereld – tegenover de engelen zou Paulus misschien zeggen.
  4. Dat het gebed niet alleen een smeken is vanwege onze belangen, maar ook een verklaring, een “proclamatie” van de soevereine God die ons leidt en dat wij in Zijn dienst staan.

Zouden we dat niet ook kunnen betogen vanuit het Nieuwe Testament? Misschien wel, maar dat zou dan alleen maar een afleiding zijn uit bepaalde beginselen die we vinden over het bidden. De rest is dan persoonlijke keuze. Wat verstaat het NT onder gebed? Eigenlijk weten we dat niet precies, omdat we de praktijk van de eerste gemeente niet kennen en niet weten welke joodse vanzelfsprekendheden voor de eerste Christenen gegolden hebben. Daarom leren we van de rabbijnen, omdat zij bewaard en uitgewerkt hebben wat de eerste joodse Christenen ook al deden en vanzelfsprekend vonden.

https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/4297853/jewish/Chapter-8-Activities-Which-are-Forbidden-From-Daybreak-Until-After-Morning-Prayers.htm

 

Vergaderen rondom een tekst – wat de Kerk verloor toen ze geen synagoge meer was

Het belangrijkste kenmerk van de synagoge was de centrale plaats die de Torah innam in het leven van de joodse gemeenschap. De tekst werd bestudeerd, vereerd, voor het dagelijks leven toepasbaar gemaakt en uit het hoofd geleerd. De gesprekken over de betekenis van de tekst werden zelf als heilige schrijft gezien, eerst als torah sjebe’al peh (goddelijk onderwijs dat mondeling werd doorgegeven) op dezelfde hoogte geplaats als de geschreven openbaring van Gods wil en uiteindelijk in de eerste eeuwen van de Diaspora ook schriftelijk vastgelegd. De gemeenschap van messiaanse joden, de gemeente van Christus, week hier in beginsel niet van af. Alleen door het Woord van Christus centraal te stellen was er een gemeenschap van discipelen van de messias Jezus. Dat Woord van Christus moest immers “rijkelijk in ons wonen” (Kol. 3:16). Dat is niet verwonderlijk als we weer eens beseffen dat het vroege Christendom als een vorm van jodendom beschouwd moet worden.

Wat de Christelijke gemeenschappen echter relatief vroeg in de geschiedenis hebben opgegeven is precies deze kern van de synagoge. De constitutie van de gemeenschap werd niet langer verbonden met de centrale plaats van het apostolisch getuigenis van Jezus, de christelijke variant van de mondelinge Torah, , noch de Hebreeuwse Bijbel ook die volgens Jezus zelf – in de bewoording van Johannes – de waarheid was (Joh. 17:17) en volgens Lukas 24 van Hem getuigde.

Twee gevolgen zijn daaraan verbonden. In de eerste plaats heeft die centrale functie van de Schrift als het hart van de gemeenschap steeds tot gevolg gehad, dat men zich realiseerde dat niet de overheid in het land van de ballingschap het opperste gezag had, maar de God die Zijn onderwijs aan Zijn volk had geschonken. Het is door het Boek dat een gemeenschap zich verbonden weet met een hoogste goddelijke instantie die de alledaagse, zichtbare realiteit te boven gaat. Het Boek is de fysieke representatie van het feit dat de joodse gemeenschap verbonden is met een transcendente authoriteit. Wanneer dat wegvalt wordt het mogelijk andere autoriteiten toe te laten. Zonder het Boek werd de identiteit van de gemeenschap niet langer beleefd als “belichaamd” in een historisch verhaal, waarin de oorsprong van de gemeenschap buiten de samenleving werd geplaatst.

Het tweede gevolg was, dat een religieuze samenkomst zonder de centrale betekenis van een Heilige Schrift een sacrale duiding van de eredienst mogelijk maakte. Een priesterlijk, ceremoniele, liturgische duideling van de eredienst werd nu mogelijk. In plaats van het Woord kon in het vroege Katholicisme beeld en ceremonieel samen als een toegang tot de goddelijke presentie worden opgevat.

Het christendom dat het centrale idee van de synagoge losliet, heeft daarmee de kracht verloren zich als een kontrasterende minderheid tegenover de gehele samenleving op te stellen. In plaats van een bron van profetische kritiek op de machten die er nu eenmaal zijn, werd zij uiteindelijk tot de religieuze ondersteuning van die machten. In het Constantinisme gaat elk wezenlijk onderscheid tussen wereld en gemeente verloren. De gemeente van de messias van Israel gaat als Christelijke kerk samenvallen met de samenleving als geheel.

 

Hoe kunnen we het antisemitisme bestrijden?

Door Kenneth Stern

Het is veel gemakkelijker te beschrijven hoe antisemitisme werkt dan wat ertegen werkt.

Antisemitisme is een haat. In wezen is het een samenzweringstheorie die stelt dat Joden samenzweren om niet-joden kwaad te berokkenen. Zoals de meeste samenzweringstheorieën, biedt het gemakkelijke antwoorden op moeilijke problemen. Doorgaan met het lezen van “Hoe kunnen we het antisemitisme bestrijden?”

Openbaring: hebreeuwse profetie of Griekse toekomstvoorspelling?

Door de geschiedenis van zijn interpretatie onder christenen heen, is het boek Openbaring een tijdloze boodschap gebleven, vaak verbonden met hedendaagse strijd. Bijgevolg zijn de echte mensen, het oorspronkelijke publiek aan wie Johannes schreef, verloren gegaan in het gewoel. Mensen begonnen Openbaring strikt te lezen als een boodschap aan de universele kosmische kerk, waarvan de waarheid door de eeuwen heen doorklinkt. Zij vergaten die vroege Christus-volgelingen in Klein-Azië aan wie deze woorden werden verkondigd.

Welke interpretaties wij vandaag ook mogen hebben van deze hemelse boodschap, de boodschap moet zinvol zijn geweest voor het oorspronkelijke publiek in de tijd van Johannes. Het zou pijnlijk wreed zijn hun werelden te geven die niet op hen van toepassing zijn; woorden die bedoeld waren voor duizenden jaren nadat hun vervolgingen voorbij waren.

Voor hedendaagse lezers is het buitengewoon gebruikelijk om profetie te zien als voorspellend. Voor een Israëlitische geest was profetie echter in de eerste plaats een verkondiging van een reeds bekende waarheid, een oproep om terug te keren naar iets dat vergeten was, en een waarschuwing om de belangrijke zaken niet te vergeten.

…………………….

Wij moedigen iedereen aan om Openbaring te lezen en te herlezen in zijn historische culturele setting, het te lezen als een Joods boek, als een boodschap aan echte mensen die onderdrukt en vervolgd werden. En we weten dat het herlezen in dit licht elke keer weer nieuwe inzichten zal opleveren. Dat is wat wij onze lezers aanmoedigen te doen nu wij doelbewust een dergelijk traject zijn ingeslagen.

Vertaling van: Lizorkin-Eyzenberg, Eli; Shir, Pinchas. Hebreeuwse inzichten uit de Openbaring (Joodse Studies voor Christenen door Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg Boek 5) (p. 24). Kindle Editie.