
Wanneer wij de woorden horen: לַיהוָה הָאָרֶץ וּמְלוֹאָהּ – “Van de Eeuwige is de aarde en alles wat zij bevat (haar volheid)” – dan horen wij een waarheid die ons bestaan onderbreekt. Niet een gedachte om over te mijmeren, maar een uitspraak die ons leven onder kritiek stelt. Bonhoeffer zou zeggen: dit is geen idee, maar een bevel. En de chassidische meesters zouden zeggen: dit is geen abstractie, maar een uitnodiging om de wereld opnieuw te zien, vol van God.
De Baal Sjem Tov zei: “הָעוֹלָם מָלֵא אֱלֹהוּת, אֲבָל הָאָדָם מָלֵא עַצְמוֹ.” “De wereld is vol van God, maar de mens is vaak te vol van zichzelf.”
En precies dat is het probleem. Wij leven alsof de aarde van ons is. Wij ademen, eten, reizen, consumeren – en vergeten dat wij slechts gasten zijn in een wereld die ons niet toebehoort. Bonhoeffer zou zeggen: wij leven in een door onszelf geconstrueerde werkelijkheid, niet in de werkelijkheid van God.
In Genesis 2 wordt de mens in de tuin geplaatst לְעָבְדָהּ וּלְשָׁמְרָהּ – “om haar te dienen en te bewaren.” De Maggid van Mezritsj zei: “עֲבוֹדָה בְּלִי שְׁמִירָה – גַּאֲוָה; שְׁמִירָה בְּלִי עֲבוֹדָה – פַּחַד.” “Bewerken zonder bewaren is hoogmoed; bewaren zonder bewerken is angst.” Bewaren betekent de grenzen erkennen die aan het be-werken gesteld zijn.
Bonhoeffer zou eraan toevoegen: beide zijn vormen van ongehoorzaamheid. Want gehoorzaamheid is altijd concreet. Zij vraagt niet om mooie gedachten, maar om daden die de werkelijkheid erkennen zoals God die heeft gemaakt.
Er is een chassidisch verhaal over Rabbi Levi Jitschak van Berditsjev. Hij zag een boer die zijn land uitputte door de wet te negeren die het land elke 7 jaar rust geeft. Rabbi Levi zei: “Je vraagt meer van de aarde dan zij dragen kan.” De boer antwoordde: “Maar ik moet toch leven?” En Rabbi Levi Jitschak zei: “Juist daarom moet je bewaren. Wie de aarde bewaart, bewaart zijn eigen ziel.” Bonhoeffer zou zeggen: wie de werkelijkheid geweld aandoet, doet zichzelf geweld aan. Want de mens leeft alleen werkelijk wanneer hij zich voegt in de orde van God.

Psalm 104 schildert een wereld waarin alles met alles verbonden is. De chassidische meesters zagen daarin een mysterie: “כֻּלָּם בְּחָכְמָה עָשִׂיתָ” – “Alles hebt U in wijsheid gemaakt.” Rabbi Nachman van Breslov zei: “Wanneer jij een goede daad doet, wordt ergens een bloem sterker; wanneer jij kwaad doet, verwelkt ergens een blad.” Bonhoeffer zou dat vertalen in zijn taal: onze daden zijn nooit privé. Zij raken de wereld. Zij raken anderen. Zij raken God.
En dan kijken wij naar onze tijd. De aarde zucht. Ecosystemen wankelen. De kwetsbaren dragen de zwaarste lasten. In Bangladesh zien wij dit scherp. Boeren verliezen hun land door verzilting, hun oogsten door overstromingen, hun zekerheid door een klimaat dat zij niet hebben veroorzaakt.
De chassidische traditie noemt dit עֲרֵבוּת – arevut, wederzijdse verantwoordelijkheid. Bonhoeffer noemt het: Für-den-Anderen-da-sein – er zijn voor de ander. Beide zeggen: jij bent niet vrij van de ander. Jij bent niet vrij van de wereld. Jij bent niet vrij van de gevolgen van je eigen leven.
Er is een chassidisch verhaal over een dorp dat door droogte werd getroffen. De mensen baden, vastten, riepen tot God – maar er kwam geen regen. Tot een oude vrouw zei: “Wij vragen om regen, maar wij hebben de aarde niet verzorgd. Hoe kan de hemel geven wat de aarde niet ontvangen kan?” Bonhoeffer zou zeggen: gebed zonder gehoorzaamheid is leeg. De chassidische meester zou zeggen: daden openen de hemel.
En dan horen wij de belofte van de profeten: een wereld die vernieuwd wordt, een aarde die geneest, een toekomst waarin gerechtigheid woont. De chassidische traditie zegt: “הָעוֹלָם הַבָּא מַתְחִיל כְּשֶׁאָדָם חַי כְּאִלּוּ הוּא כְּבָר כָּאן.” “De komende wereld begint wanneer een mens leeft alsof zij al hier is.” Bonhoeffer zegt: de toekomst van God roept ons tot gehoorzaamheid vandaag.
Wij kunnen de wereld niet redden – dat is Gods werk. Maar wij kunnen wel leven alsof de wereld van God is. Wij kunnen onze voetafdruk verkleinen, niet uit schuld, maar uit waarheid. Wij kunnen geven aan boeren in Bangladesh, niet uit medelijden, maar uit gerechtigheid. Wij kunnen bewerken én bewaren, omdat wij weten dat wij slechts gasten zijn in Gods tuin.
De Baal Sjem Tov zei: “בְּמָקוֹם שֶׁאָדָם עוֹמֵד – שָׁם הַתִּקּוּן שֶׁלּוֹ.” “Waar een mens staat – daar begint zijn herstel.” Bonhoeffer zou zeggen: waar jij staat, daar moet jij gehoorzamen.
Moge het zo zijn dat wij leven als mensen die weten dat de aarde van de Eeuwige is. Mogen wij handelen in waarheid, wandelen in verantwoordelijkheid, en geven in verbondenheid. En mogen onze daden – klein, eenvoudig, maar oprecht – bijdragen aan תִּיקּוּן עוֹלָם, tikkoen oolam, het herstel van de wereld die God ons heeft toevertrouwd.