Ben Gurion: de rauwe kant van Israëls ontstaan

De woorden van David Ben-Gurion moeten worden gehoord tegen de achtergrond van een wereld die nog nasidderde van de catastrofe. In 1948 was de staat Israël niet het resultaat van een rustig diplomatiek proces, maar van een haast koortsachtige poging om een volk dat de vernietiging ternauwernood had overleefd een thuis te geven in een land dat al bewoond was. De herinnering aan de Holocaust was geen abstractie, maar een open wond, en de Britse mandaathouders, ooit gezien als beschermers, waren in de ogen van veel Joodse leiders verworden tot obstakels die de verwezenlijking van een nationale toekomst vertraagden of zelfs saboteerden.


In die gespannen, chaotische overgangstijd sprak Ben-Gurion met een mengeling van historische urgentie, strategische berekening en existentiële angst. Zijn woorden zijn niet de kalme overwegingen van een staatsman in vredestijd, maar de rauwe formuleringen van iemand die geloofde dat het voortbestaan van zijn volk afhing van beslissingen die geen ruimte lieten voor scrupules of vertraging. Juist daarom verdienen ze aandacht: niet om ze te vergoelijken, maar om te begrijpen welke wereldbeelden, angsten en ambities de geboorte van de staat Israël hebben helpen vormen.

De woorden van David Ben-Gurion – stichter van de staat Israël, architect van een politieke werkelijkheid die tot op de dag van vandaag doorwerkt in de politiek van de rechts-conservatieve partijen in Israël – behoren tot die stemmen die onbedoeld de keerzijde van een verhaal blootleggen. Ze zijn geen randverschijnsel, geen voetnoot, maar een venster op de logica die voor de overlevenden van de Shoah de geboorte van een staat begeleidde.

Ben-Gurion wist precies wat hij deed. Hij wist ook hoe het eruitzag vanuit de ogen van degenen die het land al bewoonden. “If I were an Arab leader, I would never sign an agreement with Israel… we have come and we have stolen their country.” ¹ Het is een zeldzaam moment van helderheid, bijna pijnlijk in zijn eerlijkheid.

Die helderheid keert terug in zijn beschrijving van de politieke verhoudingen: “politically we are the aggressors and they defend themselves… The country is theirs”. ² Achter de retoriek van beschaving en vooruitgang zag hij een beweging die, hoe “primitief” hij haar ook noemde, gedreven werd door idealisme en zelfopoffering. Het is ironisch dat juist de man die de Arabische strijd tegen Israël zo karakteriseerde, vervolgens de architect werd van hun verdrijving.

Want naast deze momenten van inzicht staat een reeks uitspraken die de contouren tekenen van een project dat niet alleen wist wat het deed, maar ook bereid was het tot het uiterste door te voeren. “We must do everything to ensure they never do return”³, noteerde hij in zijn dagboek in juli 1948. En elders, als geruststelling aan zijn medestanders: “The old will die and the young will forget”. ⁴ Het is de taal van demografie als strategie, van tijd als wapen.

Zijn visie reikte verder dan de grenzen van het mandaatgebied. In mei 1948 zei hij tegen zijn generale staf: “Our aim is to smash Lebanon, Trans-Jordan, and Syria… We then bomb and move on and take Port Said, Alexandria and Sinai”⁵. Het is een expansiedroom die nauwelijks verhuld wordt door diplomatieke voorzichtigheid. Niet voor niets zei hij: “We have to create a dynamic state, oriented towards expansion” ⁶

Zelfs wanneer hij sprak over de redding van Joodse kinderen tijdens de Holocaust, klonk dezelfde prioriteit door: “If I knew that it was possible to save all the children of Germany… I would choose [only half] if transferred to the Land of Israel” ⁷ De staat, het project, de historische missie – ze wogen zwaarder dan individuele levens.

De logica van expansie en demografische controle liep als een rode draad door zijn denken. “There is no such thing in history as a final arrangement”⁸, schreef hij na de VN-partitie van 1947. Grenzen waren geen grenzen, maar tijdelijke markeringen op weg naar iets groters. Partitiie was een tactiek, geen eindpunt: “after the formation of a large army… we will abolish partition and expand to the whole of Palestine” ⁹ Zelfs Transjordanië bleef binnen de horizon van zijn aspiraties: “the boundaries of Zionist aspirations… no external factor will be able to limit them”. ¹⁰

De meest onthullende passages zijn misschien wel die waarin hij spreekt over “transfer.” Niet als noodgreep, maar als beleid. In 1936: “there is nothing wrong in the idea”¹¹. In 1937: “The compulsory transfer of the Arabs… could give us… a Galilee free from Arab population”¹². En nog explicieter, in een brief aan zijn zoon Amos: “We must expel the Arabs and take their places”¹³. Het is de taal van een man die wist dat zijn volk niet naast een ander volk kon bestaan, maar alleen in plaats daarvan.

De oorlog van 1948 bood de gelegenheid om deze visie te realiseren. “The war will give us the land… the concepts of ‘ours’ and ‘not ours’ are peaceconcepts only” ¹⁴.En terwijl de gevechten voortduurden, zag hij hoe de werkelijkheid zich naar zijn verwachtingen vormde: “there are no Arabs. One hundred percent Jews… What had happened in Jerusalem… is likely to happen in many parts of the country”¹⁵. Twee maanden later herhaalde hij het nog eens: de oorlog zou “a great change in the distribution of the Arab population” brengen¹⁶.

Wanneer je deze uitspraken naast elkaar legt, ontstaat een beeld dat moeilijk te negeren is. Niet van een tragisch conflict tussen twee gelijkwaardige nationale bewegingen, maar van een project dat zijn eigen logica tot het uiterste volgde. Een project dat wist dat het land bewoond was, dat wist dat de bewoners zich zouden verzetten, en dat daarom al vroeg concludeerde dat hun verwijdering noodzakelijk was. Een project dat zijn eigen morele dilemma’s onderkende, maar ze niettemin als historische noodzaak beschouwde.

Het is verleidelijk om deze woorden te lezen als relikwieën uit een andere tijd. Wie de geschiedenis wil begrijpen, moet echter niet alleen kijken naar wat er gebeurde, maar ook naar wat er werd gedacht, gezegd, beoogd. Ben-Gurions woorden zijn geen randnotities.

En misschien is dat wel de ongemakkelijke waarheid die in deze citaten naar voren komt: dat sommige conflicten niet ontstaan uit misverstanden, maar uit keuzes. Uit overtuigingen. Uit visies die zo krachtig zijn dat ze generaties lang doorwerken. Dat erkennen is geen veroordeling, maar een noodzakelijke stap in het begrijpen van wat er werkelijk op het spel staat – toen, en nu.

Eindnoten

  1. Nahum Goldmann, Le Paradoxe Juif (The Jewish Paradox), p. 121.
  2. Noam Chomsky, The Fateful Triangle, pp. 91–92; via Simha Flapan, Zionism and the Palestinians, pp. 141–142.
  3. Michael Bar-Zohar, Ben-Gurion: The Armed Prophet, Prentice-Hall, 1967, p. 157.
  4. Toegeschreven uitspraak uit 1948.
  5. Michael Ben-Zohar, Ben-Gurion: A Biography, Delacorte, 1978.
  6. Ben-Gurion, geciteerde uitspraak over expansie.
  7. Shabtai Teveth, Ben-Gurion, pp. 855–856.
  8. Ben-Gurion, War Diaries, 3 december 1947; via Simha Flapan, The Birth of Israel, p. 13.
  9. Simha Flapan, The Birth of Israel, p. 22.
  10. Simha Flapan, The Birth of Israel, p. 53.
  11. Simha Flapan, Zionism and the Palestinians, p. 261.
  12. Ben-Gurion, Zichronot (Memoirs), Vol. 4, p. 299.
  13. Ben-Gurion, brieven aan Amos, 27 juli en 5 oktober 1937.
  14. Ben-Gurion, War Diary, Vol. 1, 6 februari 1948, p. 211.
  15. Ben-Gurion, War Diary, Vol. 1, 7 februari 1948, pp. 210–211.
  16. Ben-Gurion, toespraak tot het Zionist Actions Committee, 6 april 1948;
  17. Behilahem Yisrael, 1952, pp. 86–87.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Israël. Bookmark de permalink.

2 reacties op Ben Gurion: de rauwe kant van Israëls ontstaan

  1. Jan Luiten schreef:

    Dat is nogal wat: de staat Israël uitroepen op grond van het verdelingsmodel van de VN en tegelijkertijd zeggen dat het land gestolen is van de Arabieren. Ik weet op dit moment niet wat ik ervan moet denken. Ik neem aan dat de bronnen correct zijn. Hoe lang is dit al bekend?

    • Robbert Veen schreef:

      Historici weten dit al lang, de bronnen zijn immers openbaar. Maar het is de beleving van een enkele man, hoe belangrijk die ook was. Het zijn opvattingen in dagboeken en persoonlijke overwegingen. Het is een retoriek die nog vol pijn zit over de Holocaust. Het laat zien, en dat is de reden achter deze blog, dat de geschiedenis niet keurig rechtlijnig is, en dat de verhalen van twee kanten moeten komen en de waarheid vaak in het midden ligt – vertrapt door de strijdende partijen, zoals Godfried Bomans ooit zei. Hoezeer ik ook sympathie heb voor Israël en haar ontstaansgeschiedenis, en dat land en het Joodse volk onvoorwaardelijk steun, ik moet ook erkennen dat we geen gladde, propagandistische verhalen moeten volgen, maar eerlijk moeten blijven over wat er werkelijk gedacht en gedaan werd. Er is een “rauwe” kant aan dit alles.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *