Belichaming of incarnatie?

Belichaming — Het Woord geleefd

Wanneer Johannes schrijft dat “het Woord vlees werd,” kunnen we dit begrijpen met behulp van het idee van belichaming. Belichaming betekent dat iets een zichtbare, tastbare vorm krijgt in een menselijk leven. Rechtvaardigheid kan belichaamd worden in de beslissingen van een rechter, mededogen in de zorg van een verpleegkundige, wijsheid in de woorden van een leraar. In die zin gaat belichaming over aanwezigheid en uitdrukking.

Toegepast op het Johannesevangelie betekent belichaming dat het goddelijke Woord—de Logos—tot uitdrukking kwam in het menselijke leven van Jezus. Zijn daden, zijn onderricht, zijn manier van zijn in de wereld waren de levende belichaming van Gods Woord. Deze lezing benadrukt de continuïteit met de Joodse traditie, waarin de Torah belichaamd wordt in het leven van de gemeenschap en in de daden van de rechtvaardigen. Jezus is dan de Torah belichaamd in vlees en bloed, die laat zien hoe Gods onderricht er uitziet wanneer het volledig geleefd wordt.

Incarnatie — Het Woord verenigd met vlees

Incarnatie gaat verder. Het zegt niet alleen dat iets tot uitdrukking komt via een persoon; het zegt dat het persoonlijk met hem verenigd is. In de christelijke theologie betekent incarnatie dat het goddelijke Woord zich niet alleen liet zien door Jezus, maar daadwerkelijk één werd met zijn menselijke natuur.

Dit is een sterkere claim dan belichaming. Het is niet eenvoudigweg dat Jezus Gods Woord belichaamde, maar dat hij het Woord werd dat vlees is geworden, op een unieke en eenmalige manier. Incarnatie gaat over identiteit, niet slechts representatie. Het benadrukt dat Jezus niet alleen een boodschapper of vertegenwoordiger van Gods Woord is, maar de aanwezigheid van dat Woord zelf in menselijke vorm. Daarom draagt incarnatie zo’n gewicht in de christelijke traditie: het is het mysterie van Gods Woord dat persoonlijk verenigd is met de mensheid.

Logos als Torah — Brug tussen tradities

Wanneer we de Logos begrijpen als Torah, wordt het verschil tussen belichaming en incarnatie nog scherper. Zeggen dat Jezus de Torah belichaamde betekent dat zijn leven een levend voorbeeld was van Gods onderricht. Hij liet zien hoe de Torah eruitziet wanneer zij volledig geleefd wordt, in mededogen, rechtvaardigheid en waarheid. Dit idee sluit nauw aan bij de Joodse traditie, waarin de Torah belichaamd wordt in het leven van de gelovigen.

Maar zeggen dat Jezus de incarnatie van de Torah was, gaat verder. Het betekent dat de Torah niet alleen zijn leven vormde, maar vlees werd in hem. De Torah werd niet alleen door hem uitgedrukt, maar was persoonlijk met hem verenigd. Dit is een radicale claim, die voorbijgaat aan Joodse categorieën en het unieke theologische terrein van het christendom betreedt.

De proloog van Johannes staat precies in deze spanning. Enerzijds sluit de taal van belichaming natuurlijk aan bij Joodse ideeën van Torah die geleefd wordt in het menselijk bestaan. Anderzijds duwt de taal van incarnatie richting de christelijke claim dat Jezus niet slechts een vertegenwoordiger van Gods Woord is, maar de belichaming ervan in vlees en bloed. De spanning tussen deze twee lezingen vangt de rijkdom van het Johannesevangelie: het is zowel vertrouwd als radicaal, zowel een voortzetting van de Joodse traditie als een gedurfde – maar misschien ook tragische – breuk ermee.

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Jodendom, Johannes. Bookmark de permalink.

5 reacties op Belichaming of incarnatie?

  1. Danielle schreef:

    Zijn er meer onderbouwingen vanuit de bijbel die de christelijke interpretatie van incarnatie van Jezus onderbouwen? Of is het vooral deze tekst uit Johannes? Heeft Jezus zelf er ook iets over gezegd? Het lijkt of de ideeen van belichaming en incarnatie naast elkaar kunnen bestaan of elkaar aanvullen maar ik vraag me af of het idee van de incarnatie er al vanaf het begin was of zich later ontwikkeld heeft.

    • Robbert Veen schreef:

      Er zijn in het Nieuwe Testament meerdere teksten die het idee van incarnatie ondersteunen, niet alleen Johannes 1. Vooral Paulus spreekt al heel vroeg over Jezus’ pre-existentie en zijn komst “in menselijke gestalte” (Filippenzen 2). Ook Hebreeën en Kolossenzen gebruiken sterke incarnatie-taal. Jezus zelf formuleert het nooit in systematische-theologische termen, maar zijn woorden en daden — zoals het vergeven van zonden, zijn unieke autoriteit en uitspraken als “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” — worden door de vroege kerk wel in die richting geïnterpreteerd. Deze incarnatietaal kan echter nog steeds op een “joodse” manier worden begrepen. Incarnatie is dan een metafoor voor de belichaming.

      In de evangelieën zie je dat de attributen van Jezus opschuiven in de richting van een goddelijke status. De Immanuel-profetie (Matteüs 1:23): “God met ons.” Of Jezus’ autoriteit om zonden te vergeven (Marcus 2, iets wat alleen God doet. Jezus spreekt en handelt met een unieke goddelijke autoriteit – of namens deze authoriteit zoals de profeten van het OT.

      Het idee van belichaming (Jezus als mens die God representeert en volledig in overeenstemming met Gods Woord leeft) is vanaf het begin aanwezig. Het idee van incarnatie (God die mens wordt) ontwikkelt zich geleidelijk: het is al zichtbaar bij Paulus, wordt expliciet bij Johannes en wordt later verder uitgewerkt in de vroege kerk. Belichaming en incarnatie hoeven elkaar theologisch niet uit te sluiten; ze beschrijven verschillende aspecten van hoe de eerste christenen Jezus hebben ervaren. Maar in de overgang van belichaming naar incarnatie wordt wel een theologische harde grens overschreden. Hiermee maakt het Christendom zich los van het Jodendom.

      • danielle schreef:

        Bedankt voor uw toelichting. Op de overgang naar de incarnatie zit dan ook precies het verschil tussen de goddelijkheid of menselijkheid van Jezus? Dat is ook waar mijn eigen onduidelijkheid over Jezus zit. Kan en mag je Jezus als god beschouwen? Kan je christen zijn zonder dat te doen? Hoe was dat voor de eerste christenen…. Ik beschouw mezelf als volgeling van Jezus maar met de goddelijkheid heb ik moeite, dat maakt me voor veel christenen een afvallige terwijl ik dat zelf niet zo beschouw. Is er mogelijkheid voor verschillende zienswijzen of kan je dan uiteindelijk toch niet in een kerkgemeenschap thuis zijn?
        Met vriendelijke groet,
        Danielle

        • Robbert Veen schreef:

          Je raakt hier aan vragen die al vanaf het allereerste begin van het christendom spelen. In de overgang van pre-existentie naar incarnatie ligt inderdaad precies het spanningsveld tussen Jezus’ goddelijkheid en zijn menselijkheid.

          Of je Jezus als God moet beschouwen om christen te zijn, is historisch gezien minder eenduidig dan vaak wordt aangenomen. In de eerste eeuwen bestonden er verschillende manieren om Jezus te begrijpen: sommige groepen legden sterk de nadruk op zijn menselijkheid, anderen op zijn goddelijke status, en pas later zijn bepaalde formuleringen dogmatisch vastgelegd. Dat laat zien dat er binnen de vroegchristelijke beweging ruimte was voor diversiteit in hoe men Jezus duidde.

          Dat jij jezelf als volgeling van Jezus ziet, maar moeite hebt met bepaalde klassieke formuleringen, maakt je niet automatisch een afvallige. Het laat vooral zien dat je serieus zoekt naar een manier om trouw te blijven aan wat je gelooft én eerlijk te blijven naar jezelf. Veel hedendaagse christenen herkennen dat spanningsveld.

          Of er binnen een kerkgemeenschap ruimte is voor verschillende zienswijzen, verschilt sterk per traditie en per lokale gemeenschap. Sommige kerken verwachten instemming met vaste geloofsformules, andere bieden juist ruimte voor vragen, nuance en persoonlijke interpretatie. Het belangrijkste is dat je een plek vindt waar je vragen niet als bedreiging worden gezien, maar als onderdeel van een volwassen geloofsweg.

  2. Bart santema schreef:

    Helder en simpel uitgelegd
    Dank

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *