Zalig zijn de armen van Geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen. Dat staat in Mattheüs 5:3.
Lange tijd heb ik dit verkeerd begrepen. Ik dacht dat het ging om mensen die intellectueel niet zo begaafd waren, mensen die we misschien als dom of minderwaardig beschouwen. Maar later besefte ik dat ‘arm van geest’ iets anders betekent. Het verwijst naar mensen die geen rijkdom, macht of invloed in de wereld hebben, omdat ze kiezen voor een spiritueel leven gericht op God, de Thora en Zijn koninkrijk.
In de Bergrede zegt Jezus dat deze armen van geest het koninkrijk der hemelen al hebben. Het is nu van hen. Dit idee heeft me altijd aangesproken, omdat mijn eigen leven niet gekenmerkt wordt door veel werelds succes. Hoewel ik lesgaf aan een universiteit en in de kerk werkte, kan ik niet zeggen dat ik een glansrijke carrière had.
Dit sluit aan bij een gedachte die ik al sinds mijn jeugd heb. Ik heb het als volgt verwoord: filosofie, studeren, denken en lezen – zelfs als dat betekent dat je van een uitkering moet leven of geen maatschappelijk succes hebt – zijn waardevol. Het studeren en denken zelf is de beloning. Daarom wilde ik alleen maar tot degenen behoren die arm zijn vanwege Gods geest.
Russische versie:
Блаженны нищие духом, ибо их есть Царство Небесное. Так сказано в Евангелии от Матфея 5:3.
Долгое время я неправильно понимал это. Я думал, что это относится к людям без интеллекта, к тем, кого мы можем считать глупыми или неполноценными. Но позже я понял, что «нищие духом» означают нечто другое. Это относится к людям, которые лишены богатства, власти или влияния в мире, потому что они выбирают духовную жизнь, сосредоточенную на Боге, Торе и Его Царстве.
В Нагорной проповеди Иисус говорит, что эти нищие духом уже обладают Царством Небесным. Теперь оно принадлежит им. Эта мысль всегда находила во мне отклик, потому что моя собственная жизнь не была отмечена особым мирским успехом. Хотя я преподавал в университете и работал в церкви, не могу сказать, что у меня была блестящая карьера.
Это перекликается с мыслью, которая была у меня с детства. Я бы сказал: философия, учёба, размышления и чтение — даже если это означает жить на пособие или не добиваться никаких социальных успехов — ценны. Учёба и размышления сами по себе награда. Вот почему я хотел быть среди бедных, только по воле Божьей.