3. Israël is een apartheidsstaat

De stelling “Israël is een apartheidsstaat” is een aantoonbaar onjuiste propagandistische bewering. Ze klinkt moreel verontwaardigd, scherp, zwart‑wit – en precies daarom is ze zo aantrekkelijk voor wie liever met slogans werkt dan met feiten. Ik neem nadrukkelijk afstand van die stelling. Niet omdat Israël boven aale kritiek verheven zou zijn, maar omdat de vergelijking met apartheid – zeker in de Zuid‑Afrikaanse betekenis – intellectueel lui, juridisch misleidend en historisch oneerlijk is.

Kortom, propaganda materiaal in de informatie-oorlog tegen Israel.

Dat serieuze mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en B’Tselem de term apartheid gebruiken, is een feit. Dat maakt hun oordeel nog niet automatisch juist. Zij richten zich vooral op de situatie in de bezette gebieden, waar Palestijnen en Israëlische kolonisten onder verschillende juridische regimes vallen, met ongelijkheid in bewegingsvrijheid, grondgebruik en toegang tot middelen. Dat zijn reële problemen, die serieuze kritiek verdienen. Maar de sprong van “discriminatoire praktijken” naar “apartheidsstaat” is geen neutrale beschrijving, het is een politieke keuze. Het is een framing die meer wil dan analyseren: ze wil veroordelen, delegitimeren, demoniseren.

Wie de term apartheid gebruikt, roept bewust het beeld op van Zuid‑Afrika: een systeem waarin een raciale minderheid een meerderheid structureel, expliciet en ideologisch als minderwaardig behandelde, zonder stemrecht, zonder politieke vertegenwoordiging, zonder juridische gelijkheid. Dat beeld past eenvoudigweg niet bij de realiteit binnen de internationaal erkende grenzen van Israël. Arabische burgers van Israël hebben stemrecht, kunnen partijen oprichten, in de Knesset zitten, minister worden, rechter in het Hooggerechtshof zijn. Dat is geen detail, dat is een fundamenteel verschil. Een “apartheidsstaat” waarin leden van de vermeend onderdrukte groep in het hoogste rechtscollege zetelen, is een conceptuele contradictie.

De verwijzing naar de Arabieren in Judea en Samaria – de Westelijke Jordaanoever – gaat evenmin op als bewijs dat Israël een apartheidsstaat zou zijn. Daar gaat het niet om staatsburgers van Israël, maar om een betwist gebied, ontstaan uit oorlogen die Israël niet alleen heeft gekozen of gecreëerd. De juridische status van die gebieden is complex, rommelig en in veel opzichten problematisch, maar dat maakt ze nog niet tot een kopie van Zuid‑Afrika. Het is één ding om te zeggen dat er mogelijk sprake is van gevallen van ongelijkheid, te claimen dat er een militaire bezetting is, te spreken over schendingen van rechten. Dat zijn legitieme politieke overwegingen. Het is iets heel anders om dat zonder nuance gelijk te stellen aan een ideologisch gedreven, raciaal gestructureerd systeem van permanente onderdrukking. Die gelijkstelling is geen analyse, maar een retorische truc.

Bovendien wordt in de apartheid‑retoriek een cruciaal element systematisch genegeerd: de veiligheidsdimensie. Israël leeft al decennialang onder de dreiging van terreur, raketaanvallen en openlijke vernietigingsretoriek van vijandige actoren. Dat rechtvaardigt niet alles wat Israël doet, maar het is wel een essentieel onderdeel van de context. Muren, checkpoints, militaire aanwezigheid – ze zijn niet uit de lucht komen vallen als uitdrukking van een racistische ideologie, maar als reactie op concrete geweldsdreiging. Dat maakt ze niet automatisch goed of proportioneel, maar het maakt ze wel iets anders dan de zuiver raciale logica van Zuid‑Afrikaanse apartheid. Wie dat verschil uitwist, is niet serieus te nemen.

Dat er juristen en mensenrechtenexperts zijn die menen dat de internationale juridische definitie van apartheid wél van toepassing is, is bekend. Maar er zijn minstens zoveel juridische tegenstemmen: staten, rechtsgeleerden en Israëli’s die terecht betogen dat de situatie qua structuur, intentie en context fundamenteel verschilt van het Zuid‑Afrikaanse model. Dat alleen al zou genoeg moeten zijn om voorzichtig te zijn met absolute claims. Wie doet alsof er een wereldwijde consensus is dat Israël een apartheidsstaat is, verkoopt activistische propaganda.

Het is mogelijk – en noodzakelijk – om Israëls beleid scherp te bekritiseren zonder het apartheidsetiket te plakken. Je kunt wijzen op gevallen van feitelijke ongelijkheid, op misbruik, op disproportioneel geweld, op mogelijke structurele vernedering van Palestijnen, zonder de geschiedenis te vervalsen en zonder begrippen uit hun context te rukken. Wie alles apartheid noemt wat wellicht ernstig onrecht is, maakt uiteindelijk het begrip zelf leeg. Als alles apartheid is, is niets het nog.

Juist daarom wijs ik de stelling dat Israël een apartheidsstaat is, nadrukkelijk af. Niet omdat ik blind ben voor Palestijns lijden, maar omdat ik weiger mee te gaan in een taalspel dat meer gericht is op demonisering dan op begrip. De werkelijkheid is complexer, pijnlijker en moreel ambivalenter dan een slogan kan bevatten. Wie werkelijk recht wil doen aan zowel Israëli’s als Palestijnen, moet bereid zijn de retoriek van de snelste veroordeling los te laten en de feiten te laten spreken – ook als die niet netjes in een activistische hashtag passen.

Dit bericht is geplaatst in Israël. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *