De wil van de drie-enige God

We lezen in Johannes 5:30, “Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.”

Als dan de Unieke Zoon van God alleen de wil van de Vader wilde en niet Zijn eigen wil zoekt, wat moeten we dan zeggen over het feit dat mensen hun eigen wil willen doen? Als Hij die gelijk is aan de Vader, zich zo vernederd heeft onder de wil van de Vader?

Want zo zien wij Hem: de Zoon wordt mens, de Zoon wordt een speelbal in de handen van zondaars, de Zoon onderwerpt zich aan de kruisiging en sterft. Dat is de weg van de Zoon! Omdat Hij niet Zijn eigen wil doet, maar gehoorzaam de weg gaat die de Vader bepaald heeft.

Het is de Vader die wil, het is de Zoon die gehoorzaamt en het is de Heilige Geest die Hem daartoe de kracht geeft. Gods macht in een drievoudige openbaring. Daarom zegt de Zoon: “Ik ben niet gekomen om Mijn eigen wil te doen”, want wat de Zoon wilde, is wat de Vader wilde. Daarom zouden wij ook de wil moeten doen van de Vader, zoals die is geopenbaard in de Zoon, en Hem gehoorzaam zijn in de kracht van de Heilige Geest.

Glibberen op het internet

Kierkegaard hield een dagboek bij, en daar stond op de eerste pagina geschreven: nulla dies sine linea – geen dag zonder regel. Minstens één regel per dag!
Mooie gedachte voor een dagboek, maar is het een goed idee om aan miljarden woorden en miljoenen teksten die elke dag op Internet verschijnen, er nog meer aan toe te voegen? Deze aantallen betreffen dan trouwens nog alleen die teksten en die woorden die voor jou relevant kunnen zijn. Want er is veel meer. “Glibberen op het internet” verder lezen

Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)

Het sjema – deel 2

De vraag is in welke relatie christenen staan tot wat we hier eerst genoemd hebben “de geloofsbelijdenis van Israël.” En bij die vraag is het van groot belang om ons niet te laten beïnvloeden door een gangbaar modern vooroordeel. Vanuit onze historische positie is het vanzelfsprekend om het christendom en het Jodendom als twee volstrekt gescheiden en aparte godsdiensten te beschouwen. Maar dat heeft te maken met de geschiedenis van de relatie tussen christenen en joden vanaf het einde van de tweede eeuw. In de eerste eeuw, de apostolische tijd, is er geen sprake van een dergelijk onderscheid. De grenzen tussen beide zijn heel beweeglijk en nog niet tot een tegenstelling verhard. Er is nog geen muur die beide van elkaar scheidt. “Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)” verder lezen

Leren van de Rabbijnen – het gebed (3)

Het sjema – de geloofsbelijdenis van Israël

Het derde deel van het ochtendgebed wordt naar het eerste woord van het te reciteren vers uit de thora het sjema genoemd. Kern ervan is “hoor (sjema) Israël, de Heere onze God is de ene God.” Het reciteren van dit vers wordt door de Bijbel zelf opgedragen en is in feite een openlijk belijden van de soevereiniteit en de eenheid van God. Aan het reciteren gaan twee zegeningen vooraf en erna volgt nog een andere zegening. “Leren van de Rabbijnen – het gebed (3)” verder lezen

De verleiding van de zonde – Confessiones B. 1, c. V, #10 en 11

V Niemand zondigt zonder reden

Augustinus heeft in een groot aantal paragrafen het verhaal verteld van zijn jeugd en zijn jeugd zonden. Trots, diefstal en seksuele begeerte komen het meeste voor. Wat is echter het motief dat bij de zonde een rol speelt? Daarover spreekt hij in de volgende paragrafen. Het staat voor Augustinus vast dat niemand zondigt ter wille van de zonde, niemand de zonde als zodanig wil en doet. Misschien wordt hij hierbij geleid door de uitspraken van Paulus in Romeinen 7. Wanneer wij het goede willen doen, is het kwade voorhanden. Elke zondaar bedoelt het goede – minstens het goede voor hem of haar – wanneer hij of zij zondigt. Wat is dan eigenlijk de oorzaak van de zonde in mij? “De verleiding van de zonde – Confessiones B. 1, c. V, #10 en 11” verder lezen