Johannes (10) – De tempelreiniging

Johannes 2:13-25

Wij hebben vaak een beeld van Jezus als een mens vol liefde en ontferming, een aardige man die alleen maar vriendelijke dingen zei. Instinctief reageren wij met afwijzing als we lezen dat Jezus soms helemaal niet aardig was. In het gedeelte dat wij nu voor ons hebben, krijgen we een inzicht in de persoonlijkheid van Jezus, dat met dat vriendelijke beeld in strijd is. Jezus is in één opzicht volkomen onverdraagzaam. Hij verdraagt het niet, wanneer mensen God niet eerbiedig benaderen. Hij wordt woedend wanneer Hij ziet dat mensen in de tempel de Naam van God misbruiken om er handel mee te drijven. Jezus Christus eiste eerbied tegenover God.

Dat is een algemeen beginsel in de bijbel. Het is een principe dat in de schepping is ingebouwd. God eist dat alles wat Hij geschapen heeft Hem eer geeft. Alles in de schepping doet dat ook, behalve zondige mensen. En daarom is de Zoon van God gekomen, zodat het weer mogelijk wordt dat zondige mensen God de eer geven die Hem toekomt, zodat ze weer beantwoorden aan het doel van hun geschapen zijn. En alles wat uiteindelijk God niet zal verheerlijken, Hem niet de eer zal geven die Hem toekomt, alles wat niet in overeenstemming is met Zijn wezen, dat zal Hij uiteindelijk moeten verwijderen. Dat is het oordeel. Daarom is het zo belangrijk om God te eren, en voor een christen betekent dat alle eer te geven aan de Zoon van God, die de heerlijkheid van God openbaart en is.

Het is zeker waar dat Jezus Christus kwam om te openbaren dat God een God van liefde is. Maar we kunnen niet spreken over Gods liefde, als we niet ook – ik zal niet zeggen eerst – gesproken hebben over de zonde. De kern van de zonde is ongeloof, en de kern van ongeloof is afgoderij, en de kern van afgoderij is dat God niet de eer krijgt die Hem toekomt. In ons gedeelte gaat Jezus aan het begin van zijn zending de Tempel binnen. Dat is wat Johannes ons vertelt. Het is de eerste keer, aan het begin van Zijn zending. Hij zou nog een keer de Tempel binnengaan, maar dat is aan het einde van Zijn zending, vlak voor het paasfeest wanneer Hij gekruisigd wordt. Dat vinden we in de andere evangeliën. Hier komt Hij de tempel binnen en Hij heeft in het geheel geen boodschap van liefde, maar Hij brengt een oordeel. De boodschap van Gods liefde is betekenisloos als mensen niet eerst begrijpen dat hun zonden een oneindige afstand scheppen tussen hen en God.

Jezus gaat naar Jeruzalem. Elke joodse man gaat elk jaar voor het Paasfeest naar de Tempel in Jeruzalem. Er zullen er in die tijd meer dan 2 miljoen geweest zijn, 2 miljoen joden in Jeruzalem vieren het Paasfeest. Op de 10e dag wordt een lam gekocht, op de 14e dag wordt tussen 3 en 6 uur ’s middags dat lam geslacht, en die avond wordt er feest gevierd. Daarmee werd herdacht dat God het volk uit Egypte bevrijd had. Met dat feest werd herdacht dat God machtig is om in de geschiedenis van mensen in te grijpen. Op dezelfde manier is de opstanding van Jezus voor de kerk een gedachtenis aan de macht die God heeft in de geschiedenis.

Die 2 miljoen joden hadden een lam nodig. Dus moesten er mensen zijn om de dieren van het offer te verkopen. Er zullen minstens 100,000 lammeren nodig zijn geweest elk jaar. En omdat handel alleen was toegestaan in een reine muntsoort, waren er ook geldwisselaars. Op zich was dat niet erg. In de straten van Jeruzalem hadden deze handelaren hun werk kunnen doen. Het was immers niet praktisch, wanneer je van ver moest komen naar Jeruzalem, om het lam met je mee te nemen. Maar toen werd er een praktische beslissing genomen met grote religieuze gevolgen. Waarom zou je die handelaren niet laten werken in de voorhof van de heidenen? Dat was toch een gedeelte van de tempel met een lage graad van heiligheid. En dus werd er in de ruimte die bestemd was voor heidenen om de God van Israël te aanbidden, handel gedreven in allerlei offerdieren en waren er wisselkantoren. En dan komt de Messias naar de tempel, zoals de profeet Maleachi al gezegd had: “plotseling zal naar Zijn tempel komen die Here Die u aan het zoeken bent… Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen?” (Mal. 3:1, 2) Even verder in de profetie wordt gesproken over de reiniging van de Levieten, en dat de Messias daar zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt. Zo komt Jezus hier in de tempel, als een directe vervulling van de profetie van Maleachi.

De voorhof van de tempel was op dat moment een chaos. Overal in de stad en ook hier waren grote menigten bijeen. En de meeste van hen liepen nu rond bij de tempel, omdat daar de aanbidding plaatsvond. Met het woord tempel bedoelen we nu het hele complex van gebouwen en omheinde ruimten rondom de eigenlijke tempel – met het Heilige en het Heilige der Heiligen. Misschien was het wel zo gegaan, dat de voorhof de beste plaats bleek te zijn om dieren te verkopen, de handelaren waren beetje bij beetje opgeschoven van de straat naar de voorhof, door onderlinge wedijver gedreven. En ze probeerde allemaal hun eigen waren aan de man te brengen in competitie met anderen. En omdat ze dit alles alleen rond  het Paasfeest konden verkopen, gingen de prijzen behoorlijk omhoog. Er is iemand die heeft uitgerekend dat duiven, die het hele jaar door voor een luttel bedrag van misschien maar 20 eurocent konden worden gekocht, op deze plaats en in die tijd van het jaar meer dan € 50 moesten opbrengen. Iets dergelijks gold ook voor de geldwisselaars. Iedereen moest een jaarlijkse belasting betalen aan de tempel en dat werd met het Paasfeest gedaan, en die betaling kon alleen plaatsvinden in joodse munt. En uiteraard vroegen de geldwisselaars daar een kleine vergoeding voor. En ook die vergoeding was in deze tijd exorbitant hoog, zodat het moeilijker en moeilijker werd vooral voor arme mensen om hun bijdrage aan de tempel te leveren. De tempel die bedoeld was als een plaats voor aanbidding en gebed leek dus voor het oog van de menigte veranderd te zijn in een grote marktplaats. Er was geen aanbidding, en er was geen eerbetoon aan God en daarom was Jezus zo boos.

Daarom deed Hij wat we lezen in vers 15. Hij maakte voor zichzelf een zweep van alle touwen die op de grond lagen – waarmee de dieren naar binnen waren gebracht. En dan lezen we: “dreef Hij ze allen de tempel uit.” Wie zijn dan deze “allen”? Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, wordt meestal gebruikt om naar “alle mensen” te verwijzen. Hij gebruikte de zweep niet voor de schapen en de ossen. Jezus ging die tempel binnen en liep met Zijn zweep van links naar rechts en dreef de mensen uit de voorhof. Hij maakte de tempel leeg. Dat is geen halve maatregel. De Messias zet Zijn kracht in. Als Hij wil dat mensen in beweging komen, dan komen ze in beweging. Zo dreef Hij al die mensen die daar waren de tempel uit, en die namen haastig hun dieren mee, en daarna liep hij naar de tafels van de geldwisselaars en keerde ze om. En daarna gaf Hij bevel aan de mensen die duiven in kratten hadden neergezet en zei simpel tegen hen: “pak je spullen en ga weg.”

Waarom is dit dan een getuigenis dat Jezus de Zoon van God is? In de eerste plaats moeten we ons deze scène eens goed voor ogen stellen. Twee miljoen joden willen in Jeruzalem het Paasfeest vieren. Op elk moment van elke dag zullen er duizenden in de voorhof hebben rondgelopen om daar hun offerdieren te kopen. Of, als ze van verre waren gekomen, de tempel eens te bekijken. Maar Jezus heeft al die duizenden uit de tempel gekregen. Dat is op zich al een bewijs van Zijn bovennatuurlijke kracht en macht. De mensen zijn onder de indruk van Hem en gaan blijkbaar rustig weg – als dat niet rustig was gegaan, zouden de Romeinen ongetwijfeld hebben ingegrepen. Die konden het tempelplein overzien vanaf de Burcht Antonia waar zij gelegerd waren. En zelfs als vanwege het Paasfeest, een groot deel van de Romeinse bezetting buiten Jeruzalem was gelegerd, dan nog zouden er voldoende soldaten zijn geweest om een einde te maken aan dit opstootje. Het is echter geen opstootje. De mensen verlaten rustig de voorhof op het bevel van Jezus. Het tweede bewijs is wat Hij hier zegt: “maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel.” (Vers 16.) Dit is de Zoon die het Huis van Zijn Vader leeg maakt. En dat heeft een belangrijk gevolg. We vinden aan het eind van het evangelie naar Mattheus een belangrijke uitspraak. Daar lezen we na de tweede keer dat Hij de tempel heeft gereinigd, dat Hij het oordeel over Jeruzalem aankondigt. Dan zegt Hij: “uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten.” (Mt. 23:38) Het is niet langer het huis van Zijn Vader! Het Huis is gereinigd, maar niet om het opnieuw te gaan gebruiken, maar als een teken dat nu Iemand anders het waarachtige Huis van God is geworden: Jezus spreekt nu over Zijn lichaam, dat de Tempel van God is.

Het oordeel over de tempel is duidelijk. Het is in overeenstemming met het Oude Testament. Wat wil God van Israël? De schrijver van psalm 51 wist het: “Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.” (Psalm 51: 18,19) De tempel bracht offers waarin God geen behagen meer had; in de prediking van Johannes de Doper ging het om die “gebroken geest, het verbrijzelde en verslagen hart.” Het ging om bekering en berouw en vernieuwing van leven door de Messias. Wat God werkelijk zocht was de bekering van Israël, de afkeer van de afgoderij, van het dienen van Mammon, van de haat die in het hart leefde, van de verstoktheid waarmee men een eigen gerechtigheid wilde oprichten waar God in feite buiten stond. De handel in offerdieren op de voorhof van de tempel, was een zichtbaar teken van de vervreemding tussen de God van Israël en de tempel die Zijn Huis geweest was, maar dat nu niet meer kon zijn.

Christus veegde de tempel leeg en reinigt het van alle handel. Vlak voor zijn dood reinigde Hij de tempel opnieuw. Hij stierf als een waarachtige Paaslam precies in de uren dat het Paasoffer in de tempel werd gebracht, en daarmee maakte Hij een einde aan deze offerdienst. En bij zijn dood scheurde Hij het voorhangsel van boven naar beneden, en maakte op die wijze een definitief einde aan de dienst in de Tempel. Tenslotte vernietigde Hij de tempel zelf in het jaar 70, toen het met de grond werd gelijkgemaakt. Zo handelde God door middel van de Romeinen met de tempel in Jeruzalem.

Is er vandaag nog een tempel van God? Jazeker. God heeft een nieuwe tempel gebouwd. Tijdens Zijn leven op aarde was Jezus Christus die tempel, omdat de heilige Geest in Hem woonde. En na Zijn opstanding en na de komst van de heilige Geest is er opnieuw een tempel op aarde, een tempel in de Geest. Dat is wat Paulus zegt tegen gelovigen: weten jullie dan niet dat jullie de tempel zijn van de heilige Geest? Jullie zijn een heiligdom dat niet met handen gemaakt is. Iedereen die Jezus Christus als Heer belijdt, vormt met alle andere gelovigen de Tempel van de Heer in de Geest.

God gehoorzamen #1 – de levensstijl van de gehoorzaamheid aan God

Romeinen 12 geeft ons de opdracht “heel ons lichaam”, heel ons concrete aardse bestaan dus, aan God te wijden. Als “levend offer”. Dat is een groots beginsel van gehoorzaamheid. Het is met een beroep op Gods genade  – Zijn “barmhartigheden”- dat deze opdracht gegeven wordt. Eerst Gods daad, de bevrijding, en dan ons antwoord, de gehoorzaamheid. Zo horen geloof en gehoorzaamheid onverbrekelijk bij elkaar. 

Dat is niet in het Nieuwe Testament begonnen. Dit patroon zien we al in Ex. 19:5. Op grond van de bevrijding uit Egypte – genoemd in Ex. 19:4 –  vraagt de Heere nu om een nauwkeurige gehoorzaamheid. 

Hoe doe je dat echter? Daarom gaat het mij nu. In deze aflevering bespreek ik de gehoorzaamheid aan God als levensstijl in het algemeen, en de manier waarop wij die levensstijl kunnen verwerven en opbouwen. Ik heb hierbij veel geleerd van Charles Stanley en oplettende luisteraars zullen dan ook veel herkennen van wat Stanley noemde: Life Principle 2. Met dank overgenomen dus van deze bijzonder praktische bijbelleraar. Het is de bedoeling dat er nog 12 andere afleveringen zullen volgen, waarin steeds één tekst over de gehoorzaamheid centraal staat.

Ik ben het Licht der wereld – gesprek over Johannes 8

KOINONIA LIVE! OP DINSDAG

Gesprek over Jezus’ uitspraak: Ik ben het Licht der wereld. Hij is het morele licht dat laat zien dat onze werken kwaadaardig zijn, werken der duisternis. Maar Hij is ook Degene die helderheid geeft over onszelf, ons de waarheid openbaart van onszelf en de God die ons geschapen heeft en ons liefheeft.
Tegenover een dergelijke uitspraak kun je maar twee dingen doen: Jezus verwerpen als gek of bedrieger, of Hem aanvaarden met alle pretenties die Hij voert. In het evangelie naar Johannes is er geen tussenweg.
Deze uitzending is en opname van dinsdag 25 september 2018 – we waren te laat begonnen om nog live te kunnen gaan – maar volgende week, 2 oktober zijn we weer live met het vervolg. Dan spreken we over Jezus als de Goede Herder – Joh. 10:14.

6 ketterijen in het Nieuwe Testament en hun hedendaagse vorm

https://www.podbean.com/media/share/pb-2fzwk-9a978f
In het Nieuwe Testament horen we ook over de strijd met valse leraren en “kerkverlaters”. Heeft dat nog een actuele betekenis en toepassing? Ik meen van wel:

1. Nicolaïeten en de leer van Bileam: het compromis met de wereld
2. De charismatische Simon de Tovenaar
3. De heerszucht van Diotrefes
4. De verwerping van de gehoorzaamheid – Hymeneüs
5. De liefde voor de wereld bij Demas
6. De loochening van de opstanding

6 ketterijen in het Nieuwe Testament en hun hedendaagse vorm

In het Nieuwe Testament horen we ook over de strijd met valse leraren en “kerkverlaters”. Heeft dat nog een actuele betekenis en toepassing? Ik meen van wel:

1. Nicolaïeten en de leer van Bileam: het compromis met de wereld
2. De charismatische Simon de Tovenaar
3. De heerszucht van Diotrefes
4. De verwerping van de gehoorzaamheid – Hymeneüs
5. De liefde voor de wereld bij Demas
6. De loochening van de opstanding

Over het gebed – verkondiging in Lisse

De verkondiging in Lisse op 23 september 2018.

De aanleiding voor deze prediking was tweevoudig. In de eerste plaats had de leiding van de kindernevendienst gekozen voor het gebed van Daniel in Dan. 6. Een gebed tegen het bevel van de koning in, maar in een riskante gehoorzaamheid aan Gods bevel.

De andere aanleiding was het feit dat juist deze zondag de verjaardag van mijn vader zou zijn geweest, die vele jaren geleden, op 67-jarige leeftijd, plotseling gestorven was. Zijn dood was ondanks mijn fervente gebeden om hem te sparen en nog langer bij ons te mogen hebben. Geen verhoring dus van dat gebed.

Het belangrijkste thema van de verkondiging was dit: God antwoordt op al onze gebeden. Maar Hij verhoort ze niet alle. Ons vragen moet uitmonden in de overgave: niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. Het antwoord is – na deze worsteling met onze eigen wil – de vrede Gods die alle verstand te boven gaat (Fil. 4).

Vijf stellingen:

1. Het gebed wordt niet altijd verhoord, maar wel altijd beantwoord.

2. Het gebed verandert niet Gods wil, maar verandert onze eigen wil in de overgave.

3. Ons gebed neemt ons in dienst van onze Koning – waar wij voor bidden wordt ook onze verantwoordelijkheid.

4. Ons gebed wordt volkomen door de werking van de Heilige Geest – het grote “vertaalbureau” in de hemel.

5. Ons gebed is in de eerste plaats lofzegging, de Heere God Zelf moet het belangrijkste voorwerp zijn van ons gebed, en niet onze verlangens en wensen.

Johannes (9) – Een bruiloft in Kana

Johannes 2:1-12

[Zie voor de gesproken versie onderaan deze blog, of klik Gesproken versie.]

Het eerste hoofdstuk van het evangelie naar Johannes hebben we nu besproken. De eerste 18 verzen gaven ons de theologie van Johannes: Jezus is het vleesgeworden Woord, het Leven en het Licht van de mensen. Hij is de Eniggeboren Zoon van God. Wie Hem aanneemt, in Zijn Naam gelooft, mag zichzelf een kind van God noemen. Johannes de Doper wordt in dat gedeelte meteen al genoemd als degene die het eerste getuigenis aflegt – want dit evangelie is een boek vol getuigenissen, Johannes wil bewijzen dat Jezus de Zoon van God is door getuigen op te roepen. Vanaf vers 19 komen we de eerste getuigen tegen: eerst Johannes de Doper zelf, daarna drie discipelen van Johannes de Doper: Andreas, Simon en waarschijnlijk Johannes de evangelist zelf. Dan horen we over de eerste roeping van discipelen: Filippus en Nathanaël. En dat getuigenis van de eerste leerlingen is steeds hetzelfde geweest. “Wij hebben gevonden de Christus”, zeggen ze, over Wie het Oude Testament geschreven heeft. En het getuigenis wordt doorgegeven: “Kom en zie!” We kregen het getuigenis van Nathanaël: “U bent de Zoon van God, de koning van Israël.” En ten slotte het getuigenis van Jezus Zelf met een verwijzing naar Daniel 7. “U zult grotere dingen zien dan deze …Van nu af zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen.”

We beginnen nu te lezen in het tweede hoofdstuk. Hoofdstuk 2 tot en met 12 vertellen ons over de daden van Christus – de “grotere dingen dan deze” –, en geven ons de uitleg. Men noemt dat wel het boek van de “tekenen”. Tot en met hoofdstuk 12 vinden we 7 tekenen die op zichzelf een getuigenis vormen voor de belijdenis, dat Jezus de Zoon van God is. Dit zijn ze: (1) De verandering van water in wijn in hoofdstuk 2. (2) De genezing van de zoon van de hoveling in hoofdstuk 4. (3) De genezing van de verlamde in hoofdstuk 5. (4) De wonderbare broodvermenigvuldiging in hoofdstuk 6 is de volgende,  en in datzelfde hoofdstuk vinden we ook (5) dat Jezus loopt op het water van de zee van Galilea. (6) De genezing van de blinde vinden we als het zesde teken in hoofdstuk 9, en het laatste teken is (7) de opwekking van Lazarus in hoofdstuk 11. Uiteindelijk zal Johannes nog een achtste wonder vermelden, maar dat is na de opstanding in hoofdstuk 21, de wonderlijke visvangst.

Ons onderwerp vandaag is het eerste wonder dat Jezus verricht, wanneer Hij aanwezig is op de bruiloft in Kana. We gaan dus van het mondeling getuigenis van Johannes de Doper en zijn leerlingen naar de daden en wonderen van Jezus zelf. Waarom verrichtte Jezus deze wonderen? We lezen in vers 11 van dit hoofdstuk, dat Jezus met dit wonder Zijn heerlijkheid heeft geopenbaard. En Johannes schreef al in de proloog, dat hij de heerlijkheid van het vleesgeworden Woord gezien had: “vol van genade en waarheid.” De heerlijkheid van Jezus betekent hier niets anders dan zijn godheid – niet “goddelijkheid” want dat is een eigenschap die ook aan het schepsel kan toekomen, iets kan heel sterk lijken op God en heet dan goddelijk. Heerlijkheid is alles wat God is in zichzelf, in Zijn karakter, in Zijn persoonlijkheid, in al Zijn eigenschappen. Maar met de openbaring van Zijn godheid zien we niet iets wat absoluut ver van ons staat, we worden niet ver boven ons eigen mens zijn uitgetild, zoals in een mystieke beleving, aangezien die godheid op ons toekomt. “Vol van genade en waarheid” betekent dat wij die godheid ervaren in de vorm van genade – goedheid die ons herstelt en voltooit – en waarheid. Waarheid die ons inzicht geeft en doet begrijpen wie wij zijn tegenover God. Het is net als met de zon. De zon zelf kun je niet zien, maar je kunt de zon wel waarnemen door het licht en de warmte die ervan uitgaan. De zon is nog veel meer dan alleen licht en warmte, maar dat is wat wij ervan kunnen ervaren. Zo openbaart de Zoon van God Zijn heerlijkheid ook op een manier die wij mensen kunnen waarnemen, door de genade en de waarheid die van Hem uitgaan.

Daaruit kunnen we nog iets leren. In elk van de wonderen laat Jezus Zijn godheid zien door Zijn macht over de natuur te demonstreren. Hij is de schepper, want “Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.” (1:3) Maar het gaat bij deze wonderen niet alleen maar om de demonstratie van Zijn macht over de natuur. Jezus had macht om de hele stad Jeruzalem op te tillen en boven de zee te laten hangen, en dan had Hij kunnen zeggen “geloof in Mij, anders laat ik je in de zee storten.” Maar dat is niet de manier waarop Hij Zijn macht heeft gedemonstreerd. Daarom is het zo belangrijk dat Johannes schrijft dat deze heerlijkheid gezien werd “vol van genade en waarheid.” Het is geen puur machtsvertoon wat we hier tegengekomen. Het gaat dus uiteindelijk ook niet om het bovennatuurlijk karakter van het wonder, en daarom spreken we liever over “wondertekenen”; het zijn miraculeuze gebeurtenissen die een getuigenis afleggen, die iets willen zeggen over het karakter van God en niet alleen maar over de macht over de natuur die God uiteraard heeft.

We komen nu bij het verhaal zelf. “Op de derde dag,” lezen we, “was er een bruiloft.” Er zijn dus een paar dagen verlopen tussen het gesprek met Nathanaël en deze bruiloft. Die twee dagen waren nodig om de reis naar Kana te maken. We zitten nu ongeveer 12 km verwijderd van Nazareth. Jezus is thuis. Zijn broers en zusters en neven en nichten zijn allemaal daar in Kana, en ook zijn moeder is daar. Het is helemaal niet vreemd dat ze daarbij was, want ze zal met de bruid en bruidegom bekend zijn geweest en misschien wel verwant zijn. Het ligt zelfs voor de hand dat het om familie van Maria en Jezus gaat, omdat je haar ziet optreden als een soort assistente. Ze is op een of andere manier betrokken bij de organisatie van het geheel. Daarom spreekt ze Jezus aan wanneer er een tekort aan wijn ontstaan is, en daarom geeft ze het advies aan de dienaars, dat zij moeten doen wat Jezus tegen hen zeggen zal.

Waarom heeft Jezus zijn eerste wonderteken juist hier gedaan? Wat je ziet in dit gedeelte is de overgang van Jezus’ optreden in het betrekkelijke isolement van de familie, naar Zijn publieke optreden. Johannes de Doper was Zijn neef, de discipelen die met Hem mee gingen moeten ook tot de ruime familiekring behoord hebben, want ook zij waren uitgenodigd voor de bruiloft. Dat lezen we immers in vers 2. Ook de discipelen waren uitgenodigd. Maar dat kan alleen maar als zij bekenden waren van de bruidegom of de bruid, of zelfs tot de familie behoord hebben. Nathanaël woonde in Kana en was misschien om die reden alleen al uitgenodigd. Tot dusver is Jezus dus nog alleen maar binnen een kleine kring van familie en vrienden bekend geworden. En in die kring doet Hij Zijn eerste wonder. Tussen haakjes, het lijkt duidelijk te zijn dat Jozef niet meer leeft. Daar moeten we even over nadenken. Nathanaël wist wel dat Jezus de zoon van Jozef was. Maar dat houdt blijkbaar niet in dat Jozef nog leefde. Op de bruiloft horen we echter helemaal niets over Jozef. Het zelfstandige optreden van Maria lijkt te suggereren, dat zij gewend was om al haar zorgen aan haar zoon door te geven, terwijl zij normaal gesproken haar echtgenoot als eerste had aangesproken. Na de dood van Jozef zal Jezus vermoedelijk diens plaats hebben ingenomen als hoofd van het gezin. En nu zijn ze in Kana en het lijkt duidelijk dat Jozef daar ontbreekt. In ieder geval moet Jozef al gestorven zijn vóórdat Jezus stierf aan het kruis. Anders zou Hij aan het kruis niet gezegd hebben, dat een geliefde discipel van hem – Johannes dus – Zijn moeder in huis moest nemen. (19:26)

Terug naar Kana. Een bruiloft in die tijd was een belangrijke sociale gebeurtenis. De hele gemeenschap was daarbij betrokken. Normaal gesproken zou het beginnen op een woensdag met een heel groot feest. (Vermoedelijk begint het hier op een maandag.) En daarna zou de ceremonie van het huwelijk worden voltrokken. En vanaf die woensdag zou het tussen de 2 tot 7 dagen duren, met elke dag een feest, afhankelijk van de rijkdom die je bezat. Bij de rijksten duurde het huwelijksfeest zelfs twee weken. Je onderbrak dus je werk, je bewerkte het land niet meer, maar je ging naar het huis van het huwelijk en je had een week lang feest. In een tijd met zoveel armoede en hard werken was een bruiloft een zeer belangrijke uitlaatklep, een gelegenheid voor vreugde voor een hele gemeenschap. Jezus en de discipelen en de hele familie zijn uitgenodigd voor een dergelijk uitgebreid feest. De uitnodiging voor Jezus zal Hem trouwens bereikt hebben terwijl hij onderweg was naar Nazareth.

Het is heel bijzonder dat het eerste wonder van Jezus plaatsvindt tijdens een huwelijk. Dat is niet alleen maar om te bevestigen hoe belangrijk het huwelijk is. Het wonder is ook niet alleen maar bedoeld om het succes van het feest te garanderen. Sommigen hebben daar de nadruk op gelegd, dat Jezus door Zijn aanwezigheid op het huwelijk het huwelijk zelfs als instelling heeft geheiligd. De rooms-katholieke kerk ontleent hieraan het idee, dat het huwelijk een sacrament is. Daar kun je zeker aan denken, – maar dan niet als sacrament, dat van betekenis is voor de verlossing, maar alleen als een goddelijke instelling – maar het is niet de hoofdzaak. Het huwelijk tussen een man en een vrouw was ook een belangrijk beeld voor de relatie tussen God en Israël. En ik zei al dat bij elk huwelijk de hele gemeenschap betrokken was. Maar het is net alsof het huwelijk van een man een vrouw een kleine weerspiegeling is van de relatie tussen God en Israël, zoals veel later Paulus ook het verband zal leggen tussen het huwelijk en de relatie van Christus en Zijn gemeente, namelijk in Efeze 5.

Goed, er was dus een huwelijk gaande. En dan komt er een probleem. De wijn raakt op. We moeten niet vergeten hoe catastrofaal dat was. Je richt een feest aan voor meerdere dagen voor een zeer grote groep van mensen, die iedere dag wijn drinken. Iets anders was er ook niet te drinken. Water kon niet worden gedronken omdat het niet zuiver was. Je kon er ziek van worden of zelfs aan doodgaan. Maar ook wijn kon niet zomaar worden gedronken, omdat dronkenschap tegen Gods wet inging en de wijn heel sterk was. Dus het idee was dat je de zeer sterke wijn vermengde met water, in een verhouding van één op drie of soms wel één op 10. Maar nu raakt de wijn op. Misschien is het verkeerd gemengd, misschien is er een verkeerde schatting gemaakt. Misschien zijn er wel meer gasten gekomen dan was ingecalculeerd. In ieder geval is het een sociale ramp. Voor de bruidegom betekende dit, dat de vader en de moeder van de bruid zouden gaan zeggen: “kijk eens aan, hij is niet eens in staat om de bruiloft goed te regelen, maar hoe kan hij dan zorgen voor onze dochter?” Het stel was vermoedelijk een jaar of langer al verloofd. De taak van de bruidegom in dat jaar was om een huis te bouwen voor zijn vrouw, en te laten zien dat hij voldoende geld kon verdienen om deze bruiloft te betalen en te tonen dat hij in staat was om die goed te organiseren. Daar had hij natuurlijk veel hulp bij, en ook dat was een maatstaf voor zijn waardigheid. Het feest zou dus volkomen bedorven zijn voor de bruidegom, en voor die hele gemeenschap als er geen wijn meer te drinken was. En de bruidegom zou vol schaamte de gasten naar huis moeten sturen, en in plaats van dit geweldige feest dat ze zich nog jaren konden herinneren, zou de schande hem nog lange tijd bijblijven.

Maria komt het Hem vertellen. Ze zegt niet tegen Hem, kom jongen, verricht eens een wonder. Maar ze vertelt het Hem wel, omdat zij wist wie haar Zoon was. Misschien heeft ze wel gedacht dat dit Zijn grote kans was om te laten zien wie Hij was. “Laat deze mensen nou eens zien wie je werkelijk bent!” Zoiets. Het antwoord van Jezus lijkt op het eerste gezicht heel hard te zijn. “Vrouw” zegt Hij tegen haar. Waarom zegt hij niet langer moeder tegen haar? Omdat Hij zich begint te distantiëren van de familiekring, omdat Hij niet langer de plaats van zijn vader Jozef inneemt in het huisgezin, maar nu definitief de zaken van Zijn hemelse Vader gaat behartigen. Maar toch is het geen hard woord waarmee hij deze afstand tot zijn moeder schept. Het is eerder zoiets als “mevrouw”, hoewel ook dat niet echt de emotionele betekenis van het woord “gunè” (of uitgesproken als “gini”) dekt. Het is een beleefd woord, maar het sluit de relatie van moeder en zoon nu uit. Met het woord moeder zou Hij de menselijke relatie tussen Hem en Maria hebben benadrukt. Maar Jezus leeft niet langer alleen in die menselijke familierelatie. Vandaar dat Hij haar aanspreekt met “vrouw”.

En dan zegt Hij: “Wat hebben wij dan gemeenschappelijk?” Letterlijk staat er: “wat is er aan jou en aan mij?” Hoe kan Maria de Zoon van God vertellen wat hij moet doen? Is zij dan een medewerker van Hem? Hebben Hij en Maria gemeenschappelijk belang in deze situatie? De Zoon van God weet wat Hem te doen staat, Hij weet dat de wijn bijna op is. Hij weet alle dingen. En alleen Hij weet of Hij hier een wonder moet verrichten of niet. Hij zegt dus niet tegen Maria dat Hij niet van plan is om iets aan de situatie te doen, maar Hij zet haar op haar plaats. Hij zegt dus in feite: “dat is voor Mij een zorg en niet voor jou.”Terwijl aan de oppervlakte het lijkt alsof Hij zegt, “dat is jouw zorg en niet de Mijne.” Hij zou nooit zeggen dat het gebrek aan wijn alleen een zorg voor Maria was, waar Hij niets mee te maken wilde hebben, om dan vervolgens het probleem te gaan oplossen.

Maria heeft de boodschap begrepen. Daarom zegt ze tegen de dienaars dat ze maar moeten doen wat Hij ze ook maar zou zeggen. Zij wist dat Hij iets zou gaan doen. Zij begreep dat Hij had gezegd dat het nu Zijn zorg was en niet de hare. En zij begreep ook wat Hij bedoelde met de woorden: “Mijn tijd is nog niet gekomen.” Want dat betekende dat Hij het op Zijn tijd zou doen, en niet op het moment dat zij geschikt achtte. Die uitdrukking komt een paar keer voor in dit evangelie, “Mijn tijd is nog niet gekomen.” Het is alsof Jezus een heel precies tijdpad volgt, waar alles precies op Gods tijd gebeuren moet. En dit was nog niet de tijd dat Hij Zijn heerlijkheid openlijk zou tonen, zoals Maria wel gehoopt heeft vermoedelijk.

Dan horen we over de grote watervaten die daar geplaatst zijn. Water werd gebruikt om de handen te wassen voor het eten, dat was een ceremonieel vereiste, en de dienaars gebruikte het ook om de voeten van de gasten te wassen. Aan de omvang van de watervaten kun je aflezen hoe groot deze bruiloft geweest moest zijn. Er stonden zes watervaten van elk ruim 100 liter en dat betekent dat ongeveer 700 liter water tot hun beschikking stond. Nu geeft Jezus een opdracht aan de dienaars. Deze watervaten moeten tot aan de rand toe worden vervuld. Dat is geen geringe inspanning. Een groot aantal dienaars moesten naar de bron en terug met alles waarin ze maar water konden dragen om deze grote potten te vullen. Ik heb geen idee wat de dienaars gedacht moeten hebben, maar ik denk dat ze mopperend en vol onbegrip de opdracht hebben vervuld. En dan zegt Jezus dat ze uit die potten moeten scheppen om het dan te brengen naar de leider van het feest. Dat was degene die verantwoordelijk was voor alle gasten en de tafelindeling en al het voedsel en die erop moest toezien dat iedereen voldoende te eten en te drinken kreeg. En daarom brachten ze het naar hem om hem te laten weten dat ze weer wijn hadden. Wanneer hij van de wijn proeft is hij echter overtuigt dat dit de beste wijn is tot dusver, de beste wijn die hij ooit geproefd heeft. En dan krijgt de bruidegom alle eer. Want hij zegt tegen de bruidegom, “Waar heb je deze wijn bewaard? Je hebt ons te dusver de slechte wijn gegeven, en nu kom je hier aanzetten met deze wijn van superieure kwaliteit?”

Dat is het wonder. Het water was wijn geworden. Een daad van de Schepper. Het is op het eerste gezicht volstrekte bijzaak. De ceremoniemeester zegt alleen maar dat het geweldig goede wijn is. Hij heeft geen idee waar deze wijn vandaan gekomen is, en de bruidegom begrijpt het ook niet. Het is een verborgen wonder. Alleen de dienaars weten het, en Maria en de discipelen weten het.

Laten we eens kijken wat dit wonder eigenlijk inhoudt. Wijn komt van druiven, druiven komen van de wijnstok, de wijnstok groeit in de grond en heeft aarde, water en zonlicht nodig om te groeien. Maar dit is wijn zonder druiven, zonder wijnstok. Dat is een wonder. Jezus maakt wijn uit het niets. Zoals alleen de schepper dat kan. Er is geen mens aan te pas gekomen om druiven te plukken of de zaadjes van de wijnstok te zaaien, niemand heeft de druiven geplukt, niemand heeft hoeven wachten tot het druiven rijp waren enzovoorts. Als Jezus het vleesgeworden Woord is, dan is het ook niet nodig dat mensen daar een bijdrage aan leveren. Het is net als met de wonderbare broodvermenigvuldiging. Waar komt het brood vandaan? Graan wordt geoogst, wordt vermalen, het wordt vermengd met water, melk en zout, en dan in een oven gebakken. Maar Jezus is het vleesgeworden Woord, Hij is de schepper. Hij is in staat brood te maken, zonder menselijke voorbereiding of ingreep. En bij die gelegenheid hebben ze ook vis gegeten. Waar komt een vis vandaan? Die wordt geboren in de zee, opgevist door vissers en dan gebakken. Maar Jezus is het vleesgeworden Woord. Hij schept gebakken vissen uit het niets, en die vissen hebben geen vader en moeder gehad, en zijn niet opgegroeid in de oceaan, en zijn niet gevangen door een visser, en niet gebakken in vuur.

O, ik weet wel bij al deze wonderen, dat er van die aardige, moderne interpretaties gekomen zijn. Het wonder kan worden verklaard als een trucje: Jezus heeft ergens nog wat wijn gevonden, gooit dat stiekem bij het water, en de mensen op het feest zijn al zo dronken, dat ze denken dat ze nu heerlijke wijn drinken. Het is in strijd met de tekst, en het slaat nergens op. Dronkenschap was tegen de wet van God, en waarom zouden mensen die dronken zijn niet kunnen proeven dat ze maar een beetje water met wat wijn drinken? Het zou nog gevaarlijk geweest zijn ook, omdat een beetje wijn in water, dat water niet voldoende zuivert. Dat was nou precies de reden dat ze geen water dronken, zonder het met ten minste één op drie delen wijn aan te vullen. En bij de wonderbare broodvermenigvuldiging wordt er gezegd dat de mensen zich plotseling herinneren dat ze allemaal wel wat te eten bij zich hadden, en dat het eigenlijke wonder was, dat ze dat nu met hun buren gingen delen. Maar dat was helemaal geen wonder geweest, dat was gewone beleefdheid. En het is volkomen in strijd met de tekst, die nadrukkelijk zegt dat de mensen helemaal niks bij zich hadden om te eten. Zo heb je het wel mooi opgelost voor het verstand, denk je, maar juist verstandelijk zit je nu in grote problemen. Want als dat het wonder is, waarom vermeldt de tekst dat dan niet?

Ik heb er in mijn leven lang over moeten nadenken. Ik heb ook tot de mensen behoord die niets liever deden dan de wondertekenen uitleggen met een of andere natuurlijke verklaring, om dan alleen maar de vage boodschap over te houden dat vreugde op een bruiloft goed is, en dat het delen van je voedsel goed is, wat ik ook zou kunnen weten zonder de bijbel te lezen. Maar als Jezus het vleesgeworden Woord is, dan is Hij de schepper die nu deel uitmaakt van Zijn schepping. Zou er iets te wonderlijk voor Hem zijn? Ik raak er nu juist van onder de indruk, dat het wonder zo bescheiden, zo klein, zo weinig opzienbarend is. Het is geen wonder dat is bedoeld om indruk te maken op de menigte. De feestgangers hebben alleen maar de nieuwe wijn gedronken, en vage geruchten gehoord over Jezus’ betrokkenheid daarbij. Het heeft zelfs op de dienaars zo weinig indruk gemaakt, dat ze niet besloten hebben om Jezus te gaan volgen. Het is een uitzonderlijk wonder, een daad die heel eenvoudig bewijst dat Jezus God de schepper zelf is. Maar het is vol genade en waarheid. Dat is wat hier zo’n indruk maakt. Jezus is gekomen om het menselijke leven tot zijn volle bestemming te brengen. Daarom helpt hij de bruidegom en geeft Hij wijn aan de menigte. Maar Hij is niet gekomen om mensen onder de indruk te brengen van Zijn macht. Zijn heerlijkheid bestaat niet in macht en glorieuze pretenties, maar in genade en waarheid.

Dat is het wonder. Maar wat is nu het teken? Dat was soms de aanleiding om het verhaal als een sprookje op te vatten dat het “teken” moest illustreren, d.w.z. het was “ingeklede theologie” zodat alleen de conclusie nog geldig was, maar het verhaal zelf een fabeltje werd. Maar als de conclusie van het ‘sprookje” is dat Jezus de Zoon van God is, waarom is het verhaal dan niet waar? Als Hij de Zoon van God is, kan Hij wijn scheppen uit het niets. Dus we mogen het teken (de betekenis van het verhaal) nooit losmaken van het wonder. Maar goed, wat is dan de “betekenis” van het wonder, dat nog verder reikt dan alleen het getuigenis dat Jezus de Zoon van God is? Daar kan ik kort over zijn. De watervaten zijn bedoeld om de handen en de voeten te wassen van de gasten. Gedeeltelijk is dat een ceremonieel voorschrift. Ze hebben de handen gewassen, een zegenspreuk uitgesproken, en daarna pas brood gegeten. Ook bij de bruiloft is de God van Israël en Zijn Thora bij alles betrokken. Maar er is geen wijn. De wijn van de Messiaanse tijd, de wijn van de vervulde beloften van God, van het koninkrijk, die hebben ze zelf niet voldoende bijeen kunnen brengen. Jezus laat hier zien, niet alleen dat Hij de schepper is, maar ook dat Hij de Messiaanse koning is. Het toont de waarheid van de belijdenis van Nathanael: U bent de Zoon van God, de Koning van Israël. Hij brengt de wijn, waar het volk niet verder komt dan het water van de reiniging. Hij brengt de vervulling van het koninkrijk, waar het volk niet verder komt dan de uiterlijke vervulling van de geboden. Zij reinigen de handen met water, Hij reinigt het hart met de heilige Geest. Dat is het teken.

Hoe kunnen mensen dit wonder gezien hebben en vervolgens toch Jezus negeren? De dienaars hebben het gezien, en negeren Hem. Ook van de broers van Jezus lezen we later dat zij niet in Hem geloofd hebben. Jezus heeft Zijn heerlijkheid hier getoond, vol van genade en waarheid, en sommige mensen hebben wel het bovennatuurlijke gezien, maar dat vervolgens genegeerd en ze hebben de heerlijkheid miskend die daarin openbaar geworden was. Maar dat was ook niet de reden dat Jezus dit wonder heeft verricht. Hij deed het voor Zijn discipelen. Een eenvoudig wonderteken binnen de kring van de familie, bestemd voor de ogen en oren van de discipelen. Daarmee eindigt immers vers 11: “en Zijn discipelen geloofden in Hem.” Maar zij geloofden al in Hem, op grond van het getuigenis van Johannes de Doper, op grond van hun gesprekken met Hem, op grond van wat zij in deze Persoon gezien hadden. De vorm van het werkwoord dat hier wordt gebruikt, suggereert dan ook dat zij in hun geloof werden bevestigd, niet dat zij pas nu in Hem begonnen te geloven. Maar het was belangrijk voor hun eigen missie, dat de discipelen een vast en zeker geloof in Hem zouden hebben. Zij mochten zien – zoals een ieder die in Hem gelooft – wat Zijn heerlijkheid is. “Een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.”

Het Karakter van het evangelie naar Johannes

https://www.podbean.com/media/share/pb-fvu77-9a5fc9
Het karakter van het evangelie naar Johannes wordt sterk bepaald door zijn intentie: geloof te wekken in Jezus, als de Christus, de Zoon van God, opdat de lezer door het geloof in Hem ook eeuwig leven zou ontvangen.

Dit geeft aan het boek het karaktervan het getuigenis: Jezus’ woorden en werken, de getuigenissen van Johannes de Doper als laatste profeet in Israël en de de mensen die Hem gezien hebben.

Het geloof doorziet de aardse werkelijkheid op haar wezen. Enerzijds is dit geloof geschonken in de wedergeboorte (Joh. 3) anderzijds steunt het op het getuigenis van de apostelen en de Schrift, op het grote getuigenis over Jezus. (Het is geen blinde sprong.)